Article

Terugplooien op architectuur

Gideon Boie


18/12/2019, A+

De reizende tentoonstelling ‘Open Oproep. 20 jaar architectuur in publieke opdracht’, nu te zien in het atelier Bouwmeester in Brussel, duikt in de archieven van de Vlaams Bouwmeester. De selectieprocedure vormt een vruchtbare context waarbinnen architectuur goed gedijt in Vlaanderen. En zo blijkt achter elk fotogeniek architectuurobject een wereld schuil te gaan. De diepte ervan hangt af van hoe lang je kritische neus is.

De procedure van de ‘Open Oproep’ is wellicht het meest zichtbare instrument in de werking van de Vlaams Bouwmeester. Het is een procedure waarbinnen publieke bouwheren ondersteuning en advies krijgen bij de projectdefinitie en architectenkeuze. In de tentoonstelling toont een infografiek de enorme hoeveelheid van Open Oproepen geproduceerd in de afgelopen 20 jaar. Wetende dat elke realisatie staat voor een 3 à 5 tal ontwerpen van concurrerende architectenbureaus, toont de infografiek slechts het topje van de ijsberg. De projecten worden netjes gecatalogiseerd naar de stand van zaken. Realisaties worden getoond met een beeld van het gebouw of de openbare ruimte in gebruik. Ook de vermelding van annulaties – witte vlakken met een kruis – is belangrijk, aangezien in het perspectief van de capaciteitsopbouw een mislukking evengoed waarde heeft. Zo zien we hoe projecten jaren later opnieuw gepubliceerd worden.

Centraal in de tentoonstelling staan drie opengeklapte archiefdozen. Verwacht geen ontwerpvoorstellen of tekeningen. Wel krijgen we het uitgebreide papierwerk te lezen dat vooraf gaat aan ontwerp. Ambitienota’s, projectdefinities, selectieleidraden, kandidaatstellingen, opmaak longlist, deliberatie short-list, juryverslagen, enzovoorts. De reizende tentoonstelling zal telkens andere archiefdozen uitpakken. In het Centrum Vandenhove (Gent) krijgen we doorheen drie projectdossiers zicht op verschuivende uitdagingen en ambities. Masterplan De Hoge Rielen (opgezet door eerste Bouwmeester Bob Van Reeth), het stadsproject De Waalse Krook (onder Marcel Smets) en de stadskernvernieuwing in Torhout (onder Leo Van Broeck) toont hoe telkens gezocht wordt naar een geschikt schaalniveau om de kwaliteit van de leefomgeving te versterken.

Het archiefdeel wordt geflankeerd door twee autonome bijdragen. In de ‘Wunderkammer’ zien we een continu ronddraaiend stapelrek met ingenieuze elementen uit zeventien spraakmakende architectuurprojecten. Centraal staat de communicatieve waarde van publieke architectuur. Zo krijgen we van de nieuwe Provinciehuis in Antwerpen (ontwerp XDGA) een model te zien van het opvallende gebouwvolume, van transparante scheidingswanden op de kantoorvloer en van de gevelpanelen met driehoekige logo’s. Hiermee wordt een taxonomie geschetst van architecturale elementen die een gebouw haar publieke allure geeft. Het gaat om silhouetten, façades, sokkels-drempels-luifels, materialen en karakter, kunstinterventies en ornamenten, en publieke interieurs. Elke architecturaal element biedt op de één of andere manier een boodschap van waardigheid, transparantie of gastvrijheid.

Het ‘Panorama’ bestaat uit collages waarin herkenbare architectuurprojecten vrolijk samengebracht worden in archetypisch landschappen. Zo zien we een fictief landschap van een productieve delta met o.a. het Havenhuis (ontwerp Zaha Hadid), het niet-gerealiseerde centrum voor scheepvaartbegeleiding (ontwerp NeutelingsRiedijk) met een Regiepost in Eeklo (ontwerp BLAF) . Andere projecten komen samen in het platteland, dorp, lintbebouwing, historische steden, enzovoorts. Het zwarte gordijn met print van de nevelstad toont hoe de kwaliteitsimpuls van de Open Oproep uiteindelijk gaat over kleine stipjes te midden totale versnippering. Het maakt dat de fictieve, gecondenseerde landschappen wellicht de enige manier is om de familie Open Oproep projecten in samenhang te representeren.

De focus van de expo op de architecturale préproductie van de Open Oproep is verfrissend en tegelijk confronterend. De dossierkasten openen een voorhistorische fase in de architectuurproductie, die uitvoerig gedocumenteerd blijkt. De rol van de Bouwmeester mag uitgespeeld zijn bij de gunning aan de architect, in het stapeltje verslagen valt menig hoog woord over architectuur. Wel ontbreekt in deze papiermassa het comfort van een oeuvre. Er is geen sprake van geniale ingevingen van deze of gene architect. Uitdaging is om de ontwerpkennis te traceren die vastgelegd werd in bestuurlijke formats. Uitdaging is bovendien om in bureaucratische  papparassen grip te krijgen op de interpretatiestrijd over architecturale kwaliteit – al dan niet bijgekleurd met het oog op een selectie.

Op dat vlak is de Wunderkammer een antipode. De zware stoffen gordijnen rond het stapelrek suggereren een eerbiedige contemplatie van architectuur. Ingewijden herkennen onmiddellijk de dakstructuur van de sporthal in Genk (BEL! Architecten), de luifel van het Theaterplein (Studio Secchi-Vigano), het provinciehuis (XDGA) en nog veel meer. De betekenis ervan is vanzelfsprekend en direct. Formele documenten ontbreken om de motivaties en historiek in het ontwerp te doorgronden. Zo ontbreekt bij het wiegbed (ontwerp NU Architectuuratelier) de betekenis ervan in het verbouwingsproject van Huis Perrekes en in het lange voortraject dat opdrachtgever doorlopen heeft – inclusief annulatie van de oorspronkelijke Open Oproep en daar nog aan voorafgaand de visieontwikkeling door Studio Ester Goris.

De politieke noot schuilt in de portrettengalerij. Tussen de Vlaams Bouwmeesters komt minister van Staat Wivina Demeester prominent in beeld. Onder haar bevoegdheid werd de eerste Vlaams Bouwmeester geïnstalleerd. Het was de tijd van staatshervormingen en zelfstandige bevoegdheden voor de Vlaamse Overheid. Architecturale kwaliteit gaf een gezicht aan Vlaanderen. In het kielzog ontstond een scène van voorbeeldige architecten. Het historisch perspectief is bijzonder actueel, nu het Vlaams regeerakkoord oplegt aan de Vlaams Bouwmeester om terug te plooien op de kerntaken. Tegen deze achtergrond schetst de expo een solide beeld van het bouwmeesterschap. Voorbij de klimaathysterie, ligt de focus op het communicatieve karakter van de publieke architectuur en helder afgelijnde territoriale uitdagingen.

De tentoonstelling ‘Open Oproep. 20 jaar architectuur in publieke opdracht’ is gerealiseerd door de Vakgroep Architectuur en Stedenbouw UGent. Curatoren zijn Maarten Liefooghe en Maarten Van Den Driessche. Met installaties van Ester Goris, Malgorzata Maria Olchowska en Joris Kerremans – Louis Seynaeve – Toon Verdonck

Na het Vandenhovecentrum in Gent en het Atelier Bouwmeester in Brussel reist de tentoonstelling, in telkens wisselende samenstellingen, naar Leuven, Hasselt en Kortrijk, om in het voorjaar van 2021 te eindigen in het Vlaams Architectuurinstituut in Antwerpen.

 

Tekst gepubliceerd door A+, 17/09/2019

Categories: Architecture

Type: Article

Share: