Article

Is klimaat dan geen kerntaak van een bouwmeester?

Gideon Boie


07/10/2019, De Standaard

Er kan veel gezegd worden over het regeerakkoord, maar niet dat de functie van de Vlaams Bouwmeester in het ongewisse gelaten wordt. Eén zinnetje dat ingeschoven lijkt op het eind van de alinea over ‘Ruimte’, heeft het expliciet over de functie: ‘Het Vlaams Bouwmeesterschap, dat gestalte krijgt in een Bouwmeesterteam moet zich terugplooien op zijn kerntaken, namelijk de Vlaamse overheid en lokale besturen bijstaan in hun architecturale keuzes en inrichting van de publieke ruimte.’

De woorden zijn karig bedeeld, sluiten niet aan op voorgaande tekst, maar rakelen discussies op die zo oud zijn als de oprichting van het ambt van Vlaams Bouwmeester.

Het ‘terugplooien’ is een duidelijk tik op de vingers van Leo Van Broeck, die in zijn aandacht voor klimaat de kerntaak vergat. In de beginperiode stond de Open Oproep centraal en meer bepaald de professionalisering van de ontwerpopdracht met het advies bij de projectdefinitie en architectenkeuze. De sfeer van politiek favoritisme was immers aanleiding voor veel wansmaak en verrommeling in ons landje. Vooral lokale besturen bleken een graag geziene klant, omdat de Vlaamse Bouwmeester een belangrijke steun vormde voor kleinere steden en gemeenten.

Van in den beginne werd de Vlaams Bouwmeester gezocht onder architecten met een scherpe visie die de overheid bijstaan in de grote ontwerpuitdagingen. In het nieuwe klimaatregime groeide de Vlaams Bouwmeester uit tot een schaduwminister die de opeenvolgende ministers van Omgeving vele malen overvleugelde – niet qua macht, vooral qua visie. De zichtbaarheid van de adviseur wringt dan ook met het ‘primaat van de politiek’.

Het lot van de Stadsbouwmeester in Antwerpen kan gelden als precedent. Bij het aantreden van Bart De Wever als burgemeester van Antwerpen stond de sterke figuur van de Stadsbouwmeester in de weg. Kristiaan Borret hield de eer aan zichzelf (hij vond later een plaats in Brussel) en Christian Rapp kwam in de plaats. Het parttime mandaat van twee dagen per week voor een buitenlands architect, was het begin van een grijze, anonieme en onzichtbare invulling van het ambt.

Dat brengt ons op de plaatsing van het zinnetje in het hoofdstuk ‘Omgeving’. Het levert een contradictie van formaat op. De eerste Vlaams Bouwmeester bOb van Reeth heeft de functie zo snel als mogelijk overgeheveld van Ambtenarenzaken naar de algemene bevoegdheden van de Minister-President. Het idee was: goede projectdefinities en dito architectenkeuze is niet zomaar een bezorgdheid rond architecturale en ruimtelijke kwaliteit van overheidspatrimonium, maar een kwestie van goed bestuur.

Als de nieuwe regering verwacht dat de Bouwmeester terugplooit op de kerntaken, treedt met ‘goed bestuur’ iets op de voorgrond dat minstens even universeel is als het klimaat.

 

Gepubliceerd in De Standaard, 7/10/2019, p. 32.

Categories: Architecture

Type: Article

Share: