News

Kanttekeningen bij een gevangenisdorp in Haren

BAVO


01/02/2015, Ruimte

In de overzichtspublicatie ‘BMa / man of thoughts’ van de Brussels Bouwmeester Olivier Bastin wordt het gevangenisdorp Haren gepresenteerd als een humaan alternatief voor onze klassieke gevangenisinstellingen. De lichtvoetige tekst is symptomatisch voor de manier waarop een eeuwenoude strafpraktijk van afzonderen, opsluiten en beveiligen vandaag in een nieuw licht verschijnt. Nochtans was de hoop om met de nieuwe gevangenis van Haren te komen tot een moderne, humane vrijheidsberoving. Het roept ook de vraag op wat de functie van de Brussels Bouwmeester is en kan zijn nu de rol van de architect beperkt is tot onderaannemer van het consortium.  

Download PDF

Onderstaande tekst is een kritische commentaar bij de betreffende projectnota, in de vorm van een reeks voetnoten.

  1. PROGRAMMA / Het nieuwe gevangeniscomplex in Haren vervangt de gevangenissen van Sint-Gillis, Vorst en Berkendael. De bestaande gevangenissen in Brussel worden gecentraliseerd en uitgebreid met enkele extra detentiefaciliteiten. Het complex zal in totaal plaats bieden aan niet minder dan 1.190 gedetineerden. Acht entiteiten worden opgetrokken: twee arresthuizen (306 plaatsen), strafhuis mannen (224), open vrouwengevangenis (60), gesloten vrouwengevangenis (100), jongereninstelling (30), forensisch psychiatrisch centrum (144) en voorziening voor beperkte detentie (20). Daarbij komt een centraal gebouw voor ontvangst, administratie en raadzaal alsook werkplaatsen en technische gebouwen. Alle gebouwen worden samengebracht binnen één perimeter met één centrale toegang.
  2. LOCATIE / Voor deze operatie werd een terrein van circa 18 hectare gevonden op een van de weinige grondreserves in het Brussels Gewest – de zone tussen de NAVO-terreinen en de grens met het Vlaams Gewest. Het betreft de oude Wanson-site, ingesloten door de spoorweg, Woluwelaan, Haachtsesteenweg en Witloofstraat. De ontsluiting was een groot discussiepunt aangezien de parking aan de Woluwelaan op Vlaams grondgebied ligt. Een eerste idee was een ontsluiting op Brussels grondgebied door een extra toegangsroute te voorzien rechtstreeks naar de Haachtsesteenweg en parallel aan de Witloofstraat. Een andere mogelijkheid die werd overwogen was zelfs het verhuizen van de gevangenis naar Vlaams grondgebied, in het gebied rond de nationale luchthaven, maar omdat een arresthuis wettelijk binnen eenzelfde arrondissement moet gelokaliseerd worden, bleek dat niet haalbaar. De afgelegen locatie is hoe dan ook symptomatisch voor het aloude gebruik om gedetineerden naar de marge van de samenleving te verbannen. De beperkte voorzieningen in Haren maken een humanisering van de vrijheidsberoving erg moeilijk.
  3. VORM / Het gevangenisontwerp formuleert een alternatief op de obligate Ducpétiaux[1]-typologie. In deze negentiende-eeuwse typologie wordt een vleugelvormig cellencomplex centraal aangestuurd vanuit een toezichstkern. Het cellencomplex bestaat doorgaans uit een open galerij (met maximaal drie verdiepingen), waardoor elke beweging direct gecontroleerd kan worden. De centrale toezichtkern zorgt ook voor een concentratie van alle circulatie doorheen één punt. Niets daarvan in het nieuwe ontwerp voor Haren, dat het cellulaire complex opknipt en kriskras over het terrein verspreidt. Hierdoor ontstaat  de suggestie dat de gevangenis een natuurlijk gegroeid stedelijk weefsel is. Ook de cellencomplexen ondergaan een transformatie: ze worden verdeeld in kleinere leefgroepen van 30 cellen rondom een centrale leefruimte. Toch blijft het basisprincipe van Ducpétiaux binnen de nieuwe ruimtelijke structuur en architecturale typologie overeind. De nieuwe gevangenis heeft slechts één centrale toegangspoort. Alle verschillende doelgroepen (mannen, vrouwen, voorarrest, veroordeelden, forensisch psychiatrische patiënten, jongeren, etc.) en gebruikers (gedetineerden, bezoekers, personeel, advocatuur) moeten daarlangs. Ook in de interne organisatie van de gebouwen zien we per leefeenheid een centrale toezichtspost die drie leefgroepen met elkaar verbindt. Elke leefgroep bestaat uit een hoge, open en gemeenschappelijke leefruimte, omringd door drie galerijen met telkens tien celdeuren. Binnen de federale overheidsdienst Justitie wordt ook Haren omschreven als ‘een Ducpétiaux’, om een heel eenvoudige reden: ‘Als iets eruit ziet als een Ducpétiaux en zich gedraagt als een Ducpétiaux, dan noemen we het een Ducpétiaux.’
  4. WETTELIJK KADER / Het ontwerp van het gevangenisdorp is gebaseerd op het concept van gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden. Hiermee wil het ontwerp tegemoet komen aan de geest van de Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden (2005): ook als gedetineerden van hun bewegingsvrijheid zijn beroofd, behouden ze alle rechten op sociaal contact, opleiding, arbeidskansen, recreatie, zelfexpressie, seksualiteit, enzovoort. Het ontwerp van het gevangenisdorp Haren toont dat het in de praktijk op één of andere manier erg moeilijk blijkt om gevolg te geven aan de erg vooruitstrevende wetgeving.
  5. SOCIALE PROBLEMATIEK / De gevangenis van Haren wordt een dorp met residentiële functies, gemeenschappelijke voorzieningen voor verschillende doelgroepen, opleidingslokalen en werkplaatsen. De beelden wekken de suggestie van een genormaliseerd stedelijk weefsel waarin gedetineerden vrij pendelen tussen woning en werk of opleidingscentrum. Ook hier weinig nieuws onder de zon: de gevangenis vormt vanouds een totaalinstituut dat alle maatschappelijke functies in zich opneemt en waar alle basisvoorzieningen sowieso voorhanden zijn. De ‘vijf kwellingen van de detentie’ die Gresham Sykes[2] definieerde zijn vooral te wijten aan het dwangmatige en onnatuurlijke karakter van de menselijke verhoudingen die binnen het totaalinstituut tot stand komen. En de simulatie van spontaan woon-werkverkeer binnen het gevangenisdorp lijkt de abnormaliteit van sociale verhoudingen veeleer te versterken dan af te zwakken.
  6. ZAKELIJKE BELANGEN / De gevangenis wordt uitgevoerd via een DBFM-overeenkomst[3]. Dat betekent dat private bedrijven instaan voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud van de gevangenis. Als eindgebruiker is FOD Justitie verantwoordelijk voor de exploitatie – de bewaking en handhavingsopdracht blijven dus in handen van federaal overheidspersoneel. FOD Justitie legde uiteraard ook het behoefteprogramma op aan de Regie der Gebouwen, die optreedt als bouwheer. Voor het gebruik van het gevangeniscomplex betaalt de federale overheid een jaarlijkse vergoeding om na 25 jaar het eigendom te verwerven. Het ontwerp van het gevangenisdorp vormt een compromis tussen het vooropgestelde behoeftenprogramma en de zakelijke belangen van de aannemers. Schaalvoordelen zijn daarbij doorslaggevende factoren om tal van ongebruikelijke doelgroepen delinquentie terug op één terrein samen te brengen, zonder aparte toegangsportalen.
  7. VISIEVORMING / Na een workshop waarin het ministerie van Justitie verschillende academici, onafhankelijke experts, de Brusselse en Vlaamse Bouwmeesters bij elkaar bracht, schreef de federale overheid een overheidsopdracht uit voor bouwpromotoren. De workshop werd samengeroepen op het kabinet van voormalig minister van Justitie Stefaan De Clerck. Opvallend is dat die workshop opgedeeld werd in twee werkgroepen: een eerste, die de opgave benaderde vanuit een architecturale, stedenbouwkundige, urbanistische en landschappelijke invalshoek, en een tweede die vooral oog had voor leefkwaliteit, beveiliging en bijkomende programmatie (sport, werkhuizen, wandeling, keuken, wasserij, etc.) Hiermee werd de architecturale en ruimtelijke kwaliteit van de gevangenis gereduceerd tot één onderdeel van de discussie, veeleer dan een bindend element dat zowel aan algemene aspecten als leefkwaliteit en beveiliging raakt als aan de eerder genoemde bijzondere programmapunten.
  8. BESTEK / Het bestek bevatte de architecturale randvoorwaarden van het project en wees op het belang van de inpassing in de omgeving. De bedoeling was om met een ‘intelligent bestek’ binnen de strenge regelgeving een opening te creëren – hiervoor werd op aangeven van de Brussels Bouwmeester later Architecture Workroom Brussels ingeschakeld binnen de bestekopmaak. In de workshop werden nuttige ideeën geplukt vanuit de studie ‘Werken en leven in de gevangenis: de gebruikers aan het woord’ – in opdracht van de Koning Boudewijnstichting uitgevoerd door professoren Kristel Beyens, Elli Gilbert en Marie-Sophie Devresse. De betrokken overheidsdiensten beschouwden de consultatie van gebruikers als een richtinggevende, maar tegelijk praktisch onhaalbare kaart.. Ter compensatie van het grootschalige karakter werd de gevangenis opgevat als iets dat vanuit de verte de indruk moet wekken een normaal dorp te zijn. De perimeter – waarvoor de Chinese muur als referentie diende – vormt een zachte, vloeiende en poreuze lijn in het landschap, die tal van zichtlijnen creëert vanop het wandelpad en de spoorlijn. Ook binnen de muur functioneert de Keelbeekweg als drager van het gebouwencomplex. Vreemd genoeg werd de landschappelijke inbedding van de gevangenis losgekoppeld van de sociale integratie.
  9. VERANTWOORDELIJKHEID / Het consortium combineert detentie met rehabilitatie en reïntegratie. Uit de onderhandelingsprocedure wordt Cafasso weerhouden als ‘geprefereerde kandidaat’, met een ontwerp van Buro II. Er is tot op heden nog geen beslissing rondom het ‘best and final offer’ van Cafasso. De ontwikkelaar staat binnen een DBFM-overeenkomst in voor het ontwerp-bouwen-financieren-onderhouden van de gevangenis, maar niet voor het operationaliseren ervan. FOD Justitie voert het personeel en gedetineerden aan en bepaalt ook zelf het regime. Wel kan gesteld worden dat het consortium de vorm vastlegt waarbinnen dat regime uitgeoefend kan worden en dus minstens medeverantwoordelijkheid draagt voor de reïntegratie en rehabilitatie van de gedetineerden. Je kunt je dus afvragen of het consortium straks ook afgerekend mag worden op de resultaatcijfers inzake recidive en mortificatie in het gevangenisdorp.
  10. UITDAGING / In de discussie over een ontwerpend onderzoek door UR Architects voor de psychiatrische kliniek Sint-Amandus in Beernem stelde emeritus-professor Luc Verpoest dat de ontwerpers misschien wel een nieuw woonprogramma introduceerden in de negentiende-eeuwse Oude Bouw, maar uiteindelijk weinig tot niets veranderden aan de geografische afstand tussen de kliniek en het dorpscentrum – dat zich situeert aan de andere zijde van de E40. Er ontstond een felle discussie over de vraag of de aanleg van een echte dorpsstructuur op Sint-Amandus niet beter zou passen binnen de doelstelling van een omgekeerde vermaatschappelijking. Een zorgprogramma zou zo gemengd worden met wonen en met normale stedelijke voorzieningen (kleinhandel, buurtcentra, recreatie, etc.). Kunnen we in dezelfde geest niet stellen dat het gevangenisdorp Haren naar ontwerp van Buro II op gemakkelijke wijze progressieve ideeën van kleinschaligheid en differentiatie recupereert, maar voor het overige niets verandert aan de historische scheidslijnen die de gevangenis afzonderen van het normale leven? Hoe ‘dorps’ kan het gevangenisdorp Haren zijn als het alle voorzieningen binnen ondoordringbare muren organiseert en bovendien door een treinbedding en open veld afgezonderd ligt van het echte dorp Haren? Nabijheid lijkt in Haren onmogelijk te realiseren, tenzij er echt werk wordt van gemaakt om Haren als geheel uit te roepen tot het eerste gevangenisdorp van België. Alle voorzieningen die in het dorp vandaag nog ontbreken zouden dan vanuit het nieuwe penitentiaire programma gecompenseerd kunnen worden.
  11. ONAFHANKELIJK ADVIES / De beperkingen van het ontwerp voor het gevangenisdorp kunnen de architect (Buro II) moeilijk worden verweten aangezien die binnen het bouwconsortium Cafasso maar een kleine onderaannemer is en in zijn architecturale visie noodzakelijkerwijs rekening moet houden met de grote zakelijke belangen van de PPS , waarbij de schaalvoordelen van het gevangenisdorp (niet zozeer in de bouw, maar wel in het onderhoud) stevig doorwegen. Drie factoren in de opdracht bleken onaantastbaar: de locatie, de capaciteit en het programma (combinatie van acht detentie-eenheden). Hiermee kan de architect onmogelijk voldoen aan de maatschappelijke verantwoordingsplicht ten aanzien van het algemeen nut, zoals bepaald in de wet van 1939. De architect moet naar eigen zeggen noodgedwongen een strikte scheiding maken tussen zijn persoonlijke betrokkenheid bij het leed van gedetineerden en zijn professionele verplichtingen. Het is binnen deze lege plek die de architect achterlaat, dat de rol van de Brusselse Bouwmeester als onafhankelijke adviseur onmisbaar wordt. Hierbij zal zijn advies echter behalve de landschappelijke integratie van de supergevangenis ook de onlosmakelijke sociale integratie moeten meenemen.
  12. CODA / De verantwoordingsplicht van de architect wordt niet alleen bepaald door de Wet op het architectenberoep (1939), maar komt ook voort uit de Basiswet (2005). De architect lijkt vooralsnog te ontsnappen aan het primaire verantwoordelijkheidsbeginsel, zoals geformuleerd door de auteur van de Basiswet, Lieven Dupont. Die stelde bij de presentatie van de Basiswet aan de Kamercommissie dat men niet kan verwachten dat gedetineerden hun verantwoordelijkheid nemen als niet eerst alle betrokken actoren dat zelf doen. Voor de rol van de architect kan dat twee dingen betekenen: a) geef de gedetineerde een stem in het ontwerp van de gevangenis (ook de grote hervormer Edouard Ducpétiaux was een ex-gedetineerde) en b) resocialiseer de gevangenis (vooraleer te praten over resocialisatie van gedetineerden).

Feiten en cijfers

  • Bouwheer: Regie der Gebouwen
  • Eindgebruiker: FOD Justitie
  • Consultants: Stibbe (juridisch) ELD/Orientes (design & build), RebelGroup Advisory Belgium nv (finacial) en Procos (maintenance), studiebureau AWB
  • Voorkeursbieder: Cafasso Consortium (Denys NV, FCC Construcción SA, MacQuarie Capital Group, Vialia Sociedad Gestora de Concesiones de infraestructuras SL, AAFM Facility Management bv (Aracadis Aqumen Facility Management BV), BURO II & ARCHI+I cvba, E G M architecten, Ingenieursbureau G. Dervaux nv, VK Engineering, Ares, M.O.O.Con, Advisers bvba, Typsa, Arch. Andrea Seelich
  • Oppervlakte site: ca. 18ha
  • Capaciteit: 1190 plaatsen
  • Verdeling:
    • Twee entiteiten voor mannen (arresthuis): 306 plaatsen per entiteit
    • 1 entiteit voor mannen (strafhuis): 224 plaatsen
    • 1 entiteit voor vrouwen (gesloten): 100 plaatsen
    • 1 entiteit voor vrouwen (open): 60 plaatsen
    • 1 entiteit voor uit handen gegeven jongeren: 30 plaatsen
    • 1 forensisch psychiatrisch centrum (met medisch centrum): 144 plaatsen
    • 1 entiteit algemeen beheer (incl. beperkte detentie): 20 plaatsen
  • Ter beschikkingstermijn: 25 jaar (daarna neemt de federale staat de gevangenis over)
  • Beschikbaarheidsvergoeding: nog niet gekend
  • Start van de bouwwerken: voorzien 2015

Sint Gillis blijft open

In de publicatie van de Brussels Bouwmeester wordt ook een studie gepresenteerd over de reconversie van de bestaande gevangenis in Sint-Gillis. De inzet van het ontwerp  was het bieden van inspiratie bij de opdrachtdefinitie. De studie wilde ook tegengas geven bij de plannen van de eigenaar – FOD Justitie – om de gronden te gelde te maken ten voordele van de financiering van de nieuwe gevangenis in Haren. De burgemeester van= Sint-Gillis en de voormalig Brussels minister-president Charles Picqué verzetten zich tegen kantoorontwikkeling, die de woon- en mobiliteitsdruk slechts zou vergroten. De studie beoogde een woonuitbreiding in antwoord op de verwachte bevolkingsexplosie in het hoofdstedelijk gewest. Een bijkomende uitdaging was de aansluiting van de nu geïsoleerde site bij de omliggende omgeving.

V+, MSA en Idea Consult voerden het ontwerpend onderzoek uit. Vier hypothesen werden afgetoetst aan de economische en politieke werkelijkheid. Een eerste plan toont de mogelijkheid om rondom de karakteristieke stervorm een nieuwe schil met bebouwing te voorzien. De totale oppervlakte van de site bedraagt immers niet minder dan vijftien voetbalvelden. Een ander scenario toont hoe de perimeter en de wandelingen verdwijnen ten voordele van nieuwe wooncomplexen. De reconversieplannen liggen voorlopig stil wegens juridische onduidelijkheid omtrent het koppelen van de bouwdossiers van de oude gevangenis Sint-Gillis en het nieuwe gevangenisdorp Haren.

Het vrij ontwerpend onderzoek doet niettemin de vraag rijzen waarom het bestaande gevangeniscomplex in Sint-Gillis niet met evenveel enthousiasme kan worden omgebouwd, met behoud van het penitentiair programma. Het ontwerpend onderzoek van V+ toont een nieuwe schil van bebouwing die evengoed nut en voordeel biedt voor een humanisering van de bestaande gevangenisinfrastructuur en bijvoorbeeld dienstencentra, een theaterzaal, werkhuizen en/of sportinfrastructuur zou kunnen huisvesten. Op die manier vervult de perimeter een intermediaire functie tussen de binnen- en buitenwereld.

In Haren wordt nu een open vrouwenafdeling voorzien met een strijkatelier dat onmogelijk een reëel contact kan onderhouden met de omgeving, aangezien de dichtstbijzijnde woonkern op aanzienlijke afstand ligt. Zou het niet veel zinniger zijn om zo’n atelier te voorzien in het hart van Sint-Gillis zodat gedetineerden er hun diensten kunnen aanbieden aan de lokale gemeenschap in plaats van een of andere marktpartij? Dat zou ook passen in de visie dat het niet de ‘vorm’ van de gevangenis (in dit geval een Ducpétiaux) is die het inhumane element vormt, maar het gevangenisregime. Een kleine infrastructurele verandering kan niettemin wonderen doen. Intussen wordt in de wandelgangen gefluisterd dat Sint-Gillis sowieso open blijft, wegens de overbevolking van de gevangenissen.

Buurtbewoners als slachtoffers

De bewoners van Haren zijn niet opgezet met de inplanting van een supergevangenis in hun dorp. De Harenaars zijn al jaren slachtoffer van allerhande grootschalige infrastructuurprojecten en zien met de gevangenis een natuurgebied en wandelpad verdwijnen.

Buurtbewoners worden keer op keer uitgespeeld als slachtoffers die moeten gecompenseerd worden voor het leed in hun achtertuin. Maar de verstoring van de pastorale woonidylle in Haren door een gevangenis is niet enkel nadelig voor buurtbewoners. De verwijdering van gevangenissen uit de stadscentra is net zo min een goede zaak voor de gedetineerden, wier bezoek- en uitgaansmogelijkheden gefrustreerd worden door lange reistijden. Het gevangenispersoneel klaagt op zijn beurt over de toename van het woon-werkverkeer. En de advocatuur vreest voor een verstoring van de rechtsgang door mogelijke fileproblemen op weg naar het Justitiepaleis.

Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Het is niet zo dat gedetineerden in penitentiair verlof of werkverband buiten de gevangenis per definitie een gevaar voor de maatschappij betekenen. Vele gedetineerden smeken juist om begeleiding bij hun vrijlating – soms om zichzelf te beschermen en even vaak omdat ze op onzichtbare muren botsen in de zoektocht naar arbeid, woonst, opleiding of vriendschap.

Noten

[1] E.A. Ducpétiaux (18041868) was een Belgisch journalist en, in de hoedanigheid van Algemeen Inspecteur van de Gevangenissen, hervormer van het Belgische gevangenissysteem.

[2] De socioloog en criminoloog Gresham Sykes beschreef in het artikel ‘The Pains of Imprisonment’ (1958) hoe binnen een gevangenis het verlies van bewegingsvrijheid (1) altijd gepaard gaat met het verlies van toegang tot goederen en diensten (2), heterosexuele relaties (3), autonomie (4) en – paradoxaal genoeg – individuele veiligheid (5).

[3] ‘Design/Build/Finance/Maintain’: een vorm van publiek-private samenwerking waarbij met de private sector wordt samengewerkt voor zowel het ontwerp, de bouw, de financiering als het onderhoud.

Gepubliceerd in Ruimte #24 (2014), pp. 86 – 91, een uitgave van VRP

Tags: Brussels, Detention

Categories: Urban planning

Type: News

Share: