Article

Gevangenissen in België: de fabel van marktinnovatie

BAVO


09/12/2015, De Architect

Image: Paoletta Holst (BAVO)

In de bouw van nieuwe humane gevangenissen in België werd alle hoop gevestigd op publiekprivate samenwerking. De markt zou de innovatieve ontwerpkennis leveren waar de Regie der Gebouwen zo lang naar op zoek is. De eerste realisaties tonen echter het tegendeel. Kille calculatie lijkt vernieuwing in de gevangenisarchitectuur onmogelijk te maken. Ook de architect gaat niet vrijuit, met een zelfverkozen verdwijning van het toneel.

Download PDF

De situatie in het Belgische gevangeniswezen is al jarenlang zorgwekkend. De 19de Eeuwse infrastructuur is nog steeds in gebruik in niet minder dan 20 steden. De achterhaalde en bekrompen huisvesting zorgt samen met de overbezetting (doorgaans met twee tot drie op een éénpersoonscel) voor een moeilijk te beheersen situatie. Daar bovenop komt de onhoudbare situatie waarin delinquenten – met of zonder psychiatrische stoornis – zonder onderscheid bij elkaar gebracht worden.

Ook de meest recente realisaties van de Regie der Gebouwen oogsten weinig tot geen bijval. De penitentiaire instellingen in Brugge, Lantin (Luik) en Hasselt tonen een bevreemdende, quasi-moderne architectuur op bedrijventerreinen in de rand van de stad. Zo werden tralies aan het venster vervangen door onbreekbare maar vaste ramen. De capaciteit werd uitgebreid tot ca. 500 à 700 plaatsen. Opvallend is dat de voorkeur van gedetineerden evengoed als personeel steevast uitgaat naar de ‘knusse’ 19de-eeuwse gevangenissen.

In deze context verscheen de publiek-private samenwerking als reddende engel om het gevangeniswezen op korte tijd en met externe financiële middelen te moderniseren. Een aanbesteding voor niet minder dan 4 gevangenissen werd uitgeschreven. Noviteit was de architecturale en ruimtelijke kwaliteit als beoordelingscriterium. Marktwerking zou realiseren wat de architecten en ingenieurs -werkzaam bij de Regie der Gebouwen – niet voor elkaar kregen: een gevangenisinfrastructuur die beantwoord aan eigentijdse normen en waarden.

Wij zij gewapend tegen U

Vandaag blijkt het experiment in publiek-private samenwerking niet beter te scoren. Nog wel het meest opvallend is dat de drie eerste realisaties alle kenmerken vertonen van datgene wat verwacht werd te vervangen: de 19de Eeuwse gevangenis en haar ideaal van isolatie en ascese. De ontwerpen voor Leuze, Marche, Beveren én Dendermonde – de zogenaamde 4G’s – grijpen stuk voor stuk terug naar het eerst zo gehekelde Ducpetiaux-model. De kenmerkende stervorm vormt een hybride van cellencomplexen gekoppeld aan een panoptische kern.

Het lijkwitte ontwerp voor de gevangenis van Beveren van Stéphane Beel – deel van het consortium rond de Nederlandse bouwgroep BAM-PPP – is symptomatisch voor een modernisering die ons terug in de tijd werpt. De stervorm wordt opgenomen in een ruimtelijk schema dat het gevangenisleven reduceert tot administratie, slapen en werken. De drie respectievelijke complexen worden aan elkaar geregen met één corridor. Op die manier vormt een vlotte en overzichtelijke circulatie de sleutel van een ‘prikkelend helder’ ruimtelijke schema – dixit de jury.

Het ontwerp van Stéphane Beel lijkt vergeten dat modernisering van de gevangenisinfrastructuur in de eerste plaats bedoeld was als een humanisering ervan. De update van de gevangenisinfrastructuur werd gelanceerd parallel aan het beschrijven van de interne rechtspositie van de gedetineerde in Basiswet 2005. De idee is dat de gedetineerde ook binnen de vrijheidsberoving drager blijft van fundamentele mensenrechten. Op dit punt functioneert de veelbesproken luxe van een douche op cel als fetisj voor het uitblijven van een humane gevangenisarchitectuur.

Van kwaad naar erger

Het huiswerk werd overgedaan in de aanbesteding voor de gevangenis van Haren (Brussel) waar maar liefst acht strafinstellingen samen gebracht worden binnen een totale capaciteit van 1190 plaatsen. Een ‘intelligent bestek’ zou de mislukking van Beveren doorspoelen. Het idee was dat de biedende projectontwikkelaars zich minder conservatief zouden opstellen als ze meer bewegingsruimte krijgen binnen de voorschriften. En toch doet het ontwerp voor Haren doet niet beter dan Beveren. Eeuwenoude gebruiken rond detentie worden nog maar eens gebracht in een hedendaagse vormentaal.

Het ontwerp van BUROII (deel van het bouwconsortium Cafasso NV) beantwoorde de vraag naar humanisering met een ogenschijnlijk vernieuwende concept van opgeknipte beheerseenheden binnen een gevangenisdorp met vloeiende perimeter. Alles is er aan gelegen om de stereotype stervorm binnen een rechthoekige perimeter te vermijden. En toch blijft het gevangenisdorp uiteindelijk trouw aan Ducpetiaux door de ruimtelijke organisatie ondergeschikt te maken aan de hoogste waarden van overzicht en circulatie.

De humanisering van de gevangenis tot een dorp blijkt in elk detail een wassen neus. Het dorpsweefsel is een flauwe imitatie van de werkelijkheid zichtbaar op plan aangezien elke relaties tussen de gebouwen ontbreken. Ook de interne organisatie van de leefeenheden toont een eindeloze herhaling van eenzame cellen aaneengeregen door lange gangen die uitgeven op centrale controleposten. Een verscheidenheid in gevelbekleding voor de complexen (strafhuis, arresthuis, psychiatrie en hospitaal, jongerenafdeling, etc.) kan de copy-paste van gelijke grondplannen niet verbergen en kan bovendien niet gezien worden als differentiatie.

The architect vanishes

Vooral de positie van de architect binnen de publiek-privatesamenwerking is discutabel om niet te zeggen onwettig. Zowel in het ontwerp van Beveren als Haren trad de architect op als kleine onderaannemer van de private projectontwikkelaar. Hiermee blijken zij niet meer in staat om te beantwoorden aan de wettelijke beroepsplicht om “ongeacht zijn statuut de nodige onafhankelijkheid aan de dag te leggen om het beroep uit te oefenen overeenkomstig de opdracht die van openbare orde is.” De wet gaat er vanuit dat enkel op die manier de architect “alle essentiële waarden van het levens- en werkmilieu van de mens kan veilig stellen”.

Het ontwerp van Stéphane Beel werd ingediend op vier locaties: BAM stelde in aanbesteding vier keer hetzelfde generieke ontwerp voor op de locaties Beveren, Dendermonde, Leuze én Marche. Dat is cynisch aangezien de Regie der Gebouwen met de gelijktijdige aanbesteding voor de 4G’s hoopte op het genereren van een diversiteit aan voorbeeldprojecten en nieuwe ontwerpkennis. Het is enkel door een speling van het lot dat enkel Beveren vandaag gerealiseerd is. Dankzij de Belgische politieke logica won het team rond Beel enkel de bouw op de Vlaamse locaties. Het ontwerp voor Dendermonde is hangende voor de Raad van State na verzet van buurtgroepen.

In het ontwerp van Buro II compromitteerde de architect haar eigen opvattingen. De architect is actief lid van vzw De Huizen waarbinnen een alternatief detentieconcept uitgewerkt wordt én tegelijk mededinger in de aanbesteding voor de het ontwerp, bouw, financiering én onderhoud van de grootste gevangenis in België aller tijden. De architect loste de knoop naar eigen zeggen op vanuit de ideologie van de expert en woog de ‘individuele idealen’ af met ‘zakelijke belangen’. Het verklaart waarom Buro II voor het ontwerp van Haren de heldere basisprincipes van vzw De Huizen – ‘kleinschaligheid, differentiatie en nabijheid’ – ontleende en toepaste binnen context die er haaks op staat.

Een vacante plaats

In de vernieuwingsoperatie voor de gevangenissen staat veel meer op het spel dan de positie van de architect. In de geest van de Basiswet 2005 hebben politici, academici, professionals en vrijwilligers gewerkt aan concrete visievorming rond humane vrijheidsberoving. Zo heeft de N-VA (vandaag nota bene de grootste coalitiepartij en met een eigen Minister verantwoordelijk voor de Regie der Gebouwen) samen met Groen het voortouw genomen in baanbrekend parlementair werk voor kleinschalige detentie. Ook heeft vzw De Huizen nieuwe ideeën geformuleerd en vervolgens omgezet in een concreet plan van aanpak voor een pilootproject. We kunnen toch moeilijk aanvaarden dat het gevangenisontwerp Haren een loopje neemt met de jarenlange harde inzet van velen?

Met het ontbreken van een geïntegreerde ontwerpaanpak raakt de discussie over humane detentiearchitectuur de discussie over het nut en voordeel van een Bouwmeester. De koppeling van modernisatie, humanisering en privatisering blijkt vooralsnog geen garantie op succes. De calculerende logica heeft zowel in Beveren als in Haren het overwicht gekregen op de andere waarden. Het blijft een raadsel hoe in het afgelegen gevangenisdorp Haren evengoed als in de ascetische gevangenis van Beveren op een zinvolle manier gewerkt zal worden aan een resocialisatie van de gedetineerde.

Aangenomen dat de architect een kleine onderaannemer van de projectontwikkelaar blijft, is er op de lege plaats die de architect nalaat plaats voor een nieuwe neutrale en multidisciplinaire bemiddelingsfunctie. Enkel zo kan het evenwicht tussen de publieke opdrachtgever en het private bouwconsortium worden hersteld. Noem het een ‘federale Bouwmeester’ en geef hem/haar de opdracht een multidisciplinair begeleidingsteam te vormen die voor alles het algemene belang voor ogen houdt. Hopelijk kan zo in het ontwerp van nieuwe gevangenissen modernisering en humanisering als twee parallelle lijnen getrokken worden.

 

Gepubliceerd in De Architect 25(10) december 2015

Tags: Detention

Categories: Architecture

Type: Article

Share: