Article

Het labyrint van het PVT

BAVO


14/6/2019, Psyche

“Welke architect heeft dat hier eigenlijk gezet? Het is een labyrint. Ik loop verloren in het gangenstelsel. Ik voel mij als een rat!” Een bewoonster van het psychiatrisch verzorgingstehuis (PVT) De Wadi in Merelbeke is aan het woord, terwijl ze misnoegd wegloopt om buiten een sigaret op te steken. Het is najaar 2015. Een groep artsen, directie, personeel, patiënten én familie doktert op een aantal slimme en haalbare ontwerpvoorstellen om De Wadi een nieuwe toekomst geven.

Nadenken over de toekomst van het PVT, nauwelijks 10 jaar na opening, toont dat niet alleen de bewoonster, maar ook personeel flink verveeld zit met de architectuur van het psychiatrisch verzorgingstehuis. De bouw van PVT De Wadi was deel van eerste beweging in de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen, waar patiënten met langdurige psychische kwetsbaarheid en die niet langer in  het ziekenhuis dienden te verblijven, huisvesting kregen nabij de lokale dorpskern. In het geval van De Wadi verhuisden de patiënten van de moederinstelling KARUS (voorheen Psychiatrisch Centrum Caritas) gelegen halverwege Melle en Merelbeke naar het dorpscentrum.

De architectuur van De Wadi speelt gretig in op de verwachting van vermaatschappelijking. Het PVT bestaat uit een eigenaardig complex van quasi-zelfstandige woningen, genummerd W1 tot W8, die twee aan twee gekoppeld zijn in één bouwvolume, elk met eigen voordeur die vreemd genoeg uitgeeft op het terras. De woningen hebben elk een ‘achterdeur’ naar een stelsel van gangen en trappen die de woningen verbinden met de algemene voorzieningen. Het is dit interne gangenstelsel dat de bewoonster omschrijft als een labyrint waarin ze verdwaalt. Ook het personeel begrijpt dat de voordeur overbodig is, al is het maar omdat de pillenkar gemakkelijker rolt door de gangen.

Ook het idee van stedelijke inbedding blijkt ingehaald te zijn door de realiteit. Uiteraard maakt de dorpsomgeving dat bewoners gemakkelijker gebruik maken van de winkeltjes in de buurt, al blijft dat gepaard gaan met de gebruikelijke onwennigheid. Een belangrijke problematiek is het gebrek aan voorzieningen in het PVT De Wadi die in het psychiatrisch centrum in Melle wél aanwezig zijn. Zo zegt een bewoner dat hij angst heeft om de straat over te steken. Het maakt dat de bewoner sinds de verhuis naar het PVT niet meer buiten komt, terwijl hij vroeger tijdens zijn verblijf in het psychiatrisch centrum dagelijks in het fietsatelier ging werken.

De werkgroep komt tot de conclusie dat het PVT De Wadi zich gedraagt als een klein ziekenhuis, de sfeer ademt van een ziekenhuis en daarom beter benoemd wordt als ziekenhuis. De vraag is wat te doen met een gebouw dat, alle goede intenties ten spijt, haaks staat op de gewenste zorgvisie. Afbraak 10 jaar na opening is een weinig duurzame oplossing en sowieso onbetaalbaar. Ook verkoop van het gebouw wordt geopperd, wat evengoed neerkomt op een tabalu rasa. De uitdaging voor de werkgroep is om binnen de bestaande architectuur aan te knopen bij de niet-ingeloste belofte van het ont­werp om psychiatrische verzorging te vermaatschappelijken.

Het antwoord is een ruimtelijk scenario opgebouwd uit verschillende stappen.

De eerste stap is de uitbouw van het PVT met een aantal zorgwoningen aan de overkant van de dorpsstraat, waar KARUS eerder eigendom verwierf. De zorgwoningen sluiten aan bij het straatprofiel en bieden woonplaats voor de chronische patiënten. Met de typologie van een rijwoning wil de werkgroep hiermee afstappen van de stigmatiserende vormgeving van een ziekenhuis. De woningen – elk met een eigen huisnummer – functioneren onafhankelijk van elkaar en worden uitgerust volgens verschillende zorggraad en sociale behoeften.

Tweede stap is de ombouw van het bestaande complex tot een activiteitencentrum, voor bewoners en evengoed buurtbewoners. Iemand zegt: “Je krijgt veel van onze bewoners niet in een dyna­mische buurtwerking, want de meeste  zijn nu eenmaal niet zo dynamisch.” Het activiteitencentrum voorziet in de eerste plaats enkele sociale voorzieningen, zoals cafetaria, krantenhoek of fietsatelier. Daarnaast voorziet het een uitgebreid aanbod met zorg gerelateerde functies, zoals kinesitherapie, huisartskabinet, kinderdagverblijf en zelfs een fitness.

Derde stap is het aanbieden van woningen W1 tot W8 op de woonmarkt. De werkgroep spreekt over “het uitdunnen van de pathologie” in het verzorgingscentrum. Er wordt gedacht aan diverse doelgroepen, zoals sociale huur en eengezinswoningen. Eén woning wordt ge­reserveerd als overgangswoning voor bewoners van het PVT die een stap maken naar Beschut Wonen. De onlangs ingerichte studio’s dienen voor studentenhuisvesting. Alle woningen opereren zelfstandig door het stelsel van dienstgangen af te breken en de huidige personeelstoegang op te vatten als voordeur.

Vierde stap is de tuinaanleg. De bestaande tuin wordt uitgebouwd met tal van publieke voorzieningen, zoals een blotevoetenpad, zintuigenpad, wadi, kikkerpoel, fit-o-meter en kinderboerderij. De bestaande terrassen bij W1-W8 krijgen een omheining en functioneren als private tuin. Ook de platte daken worden omgebouwd tot daktuinen. De afgescheiden tuinen achter de zorgwoningen, aan de overkant van de straat, zijn enkel toegankelijk voor de bewoners en lopen over in gemeenschappelijke weide die ingericht worden met tuinkamers en tuinhuizen.

Vijfde en laatste stap haakt in op de het verdwijnen van kleine handelaars in de buurt die erg in trek zijn bij bewoners van het PVT, zoals in het bijzonder een bloemenwinkel die een buurtbewoner in haar garage inrichtte. Het is verleidelijk om ook dergelijke functie bloemenwinkel te incorporeren in het activiteitencentrum van het PVT, wat opnieuw zou leiden tot de creatie van een mini-ziekenhuisuniversum. Het antwoord is omgekeerd om vanuit het PVT faciliterend op te treden naar dergelijke kleine initiatieven van buurtbewoners, ondernemers en/of verenigingen.

Het ruimtelijke scenario voor PVT De Wadi zal wellicht een fantasie blijven, maar de wrange ruimtebeleving van een persoon die als een rat verloren loopt in het labyrint, wijst in ieder geval op de noodzaak om de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg te vermaatschappelijken.

Gepubliceerd in Psyche 31(2), uitgave van Steunpunt Geestelijke Gezondheid (voorheen VVGG)

Tags: Psychiatry

Categories: Architecture

Type: Article

Share: