Article

Het gebrek aan politieke verbeelding houdt de Brusselse verkeersellende in stand.

Gideon Boie


20/05/2019, VRTNWS

Verkeersveiligheid is een belangrijk verkiezingsthema in Brussel. Alle politieke partijen doen voorstellen om de situatie te verbeteren. Docent Gideon Boie hekelt het gebrek aan politieke verbeelding: "Conservatieve en progressieve partijen werken samen in een bevreemdende consensus voor behoud van ellende."

Hoe komt het dat er niets verandert in de verkeersveiligheid in Brussel? Het is verleidelijk om deze lastige vraag te beantwoorden vanuit het cliché van de partijpolitiek.

De verkeersveiligheid zit gevangen in de verlammende spelletjes van bevoegde personen op verschillende bestuursniveaus. Ministers, staatssecretarissen, burgemeesters en schepenen spelen de bal voortdurend naar elkaar door. Het spel wordt doorkruist door regionale en gemeentelijke administraties die elk waken over eigen turf. Slotsom van dergelijk spel is: we praten veel over verandering en ondertussen blijft alles bij het oude.

Het partijpolitieke cliché klopt niet helemaal. Mijn betrokkenheid in lokale actiegroepen in Schaarbeek/Brussel toonde me een heel ander probleem: verkeersinfrastructuur is een relatief nieuw politiek thema, waarover weinig bekend is. Het heet dan ook met reden een “infra”-structuur. Het stratenpatroon is de drager van stad en samenleving, het stuurt onze handel en wandel al even onzichtbaar als de klassieke infrarode afstandsbediening van het televisietoestel. Het verkeer van auto’s, fietsers en voetgangers is slechts de oppervlakte van tal van ondergrondse stromen (riolen, internet, etc.)

Actiegroepen als Filter Café Filtré en 1030/0 hebben vanuit verschillende bezorgdheden het thema van de verkeersinfrastructuur in korte tijd op de politieke landkaart gepind. Plots werd duidelijk dat bijvoorbeeld het afsluiten van een lokale straat niet zomaar een technische aangelegenheid is, maar, integendeel, een transversale sleutel om over tal van nobele beleidsdoelstellingen in samenhang te denken. Wie had er ooit gedacht om schone lucht in verband te brengen met een veilige schoolomgeving?

Politieke partijen worden gedwongen om het nieuwe item een plaats te geven in het ideologische bouwwerk. Hierdoor zien we enkele vreemde omkeringen in de standaardrolletjes van datgene wat we spontaan identificeren als conservatief en progressief.

Bij de conservatieve partijen valt op dat men ondanks de weeklacht bij elk verkeersslachtoffer vooral zweert bij het plaatsen van flitsbakken en lanceren van sensibilisatie­campagnes. De hechting aan het tijdperk van de automobiliteit is niet zozeer verbazend als wel de onwil om serieus werk te maken van verkeersveiligheid. Waar is de tijd dat de conservatieve partijen het gezin naar voren schoven als de nucleus (kern, red.) van de samenleving? Het is ver gekomen dat conservatieve partijen de veiligheid van het kind op weg naar school overlaten aan wat flitsbakken en het transitverkeer door woonbuurten ongemoeid laten.

Bij de progressieve partijen zien we een idee-fixe dat fietsen binnen een zone 30 op straat dient te gebeuren. Een functiescheiding van autoweg en fietspad wordt beschouwd als een toegeving aan Koning Auto. Tegelijk is er het idee dat fietsen op straat een bijdrage levert aan een algemene vertraging van het verkeer. Wat wel mogelijk is, is de strenge ordehandhaving door de politie, desnoods met inbeslagname. Het is ver gekomen dat progressieve partijen schreeuwen om zero tolerance als zaligmakend middel en ondertussen straten à l’identique heraanleggen, alsof er geen vuiltje aan de lucht is.

Het gekibbel tussen bevoegde politici van verschillende partijkleur is al bij al comfortabel en werkt goed als alibi. Nu de politieke partijen onder druk van actiegroepen uit de kast komen, wordt duidelijk dat het gemakkelijker is om aan het einde van de wereld te denken – de ene vreest de klimaatopwarming, de ander het totale verkeersinfarct – dan een ander stratenpatroon en straatprofiel. Ondertussen werken progressieve én conservatieve partijen samen in een bevreemdende consensus voor behoud van ellende.

(Tussen haakjes: soms liggen er heel triviale redenen aan de basis van het behoud van ellende. Na burgeractie aan de Lambermontlaan – stadsautostrade binnen zone 50 – was er snel consensus om enkele rijvakken te schrappen. Deel van het politieke akkoord was dat de herinrichting pas zou gebeuren na de passage van de Tour de France. Het resultaat is dat minstens nog voor enkele maanden de auto’s aanschuiven op drie rijvakken richting de A12 terwijl fietsers op een strookje van één meter aangelegd op een voetpad voorbijsnellen op een plaats waar kinderen naar bibliotheek en muziekacademie wandelen.)

Gelukkig compenseren de actiegroepen ruimschoots het gebrek aan politieke verbeelding. Elk halfbakken plan van de overheid mag rekenen op gepaste tegenvoorstellen. Waar de bevoegde personen ter plaatse trappelen, nemen de actiegroepen de vlucht vooruit. Elk flauw politiek excuus wordt met kennis van zaken weerlegd. Meer rijvakken trekken meer auto’s aan. Een parkeerplaats meer of minder zal het parkeerprobleem niet oplossen. Fietsen op straat is niet bevorderlijk om kinderen, vrouwen en culturele minderheden op de fiets te krijgen.

Artikel gepubliceerd op VRT NWS, 20/05/2019

Tags: Brussels, Verkeer

Categories: Architecture

Type: Article

Share: