Article

Zonder bouwmeester geen Stad Limburg

Gideon Boie


2014, Provincie Limburg

De Stad Limburg is vanuit het perspectief van architectuur, stedenbouw en ruimtelijke planning een evidentie. Het ruimtelijke netwerk van 44 steden en gemeenten legt de basis voor een nieuwe samenhang tussen stad en platteland. Toch zijn er ook instrumenten nodig om plannen en ambities op elkaar af te stemmen. De bouwmeester is één daarvan.

Ruimteregie in Limburg

In 2012 beschreef Architectuurwijzer het takenpakket van de provinciale bouwmeester Limburg. Drie taken werden beschreven: 1) ontwerpoverleg en bemiddeling, 2) ruimteregie en 3) PR, sensibilisatie, kennisopbouw. De inzet was bij alle drie dezelfde: een kwaliteitsimpuls geven aan de leefomgeving in Limburg en zo mee bouwen aan een sterk merk. Een opvallende term in de reeks was “ruimteregie”. Het was een nieuw woord, een neologisme, dat past bij de ambitie van Limburg. De term werd unaniem positief onthaald – ook al was er enige discussie of ruimteregie een provinciale dan wel regionale bevoegdheid betrof.

De bestuurlijke afbakening verandert niets aan de inzet om ruimtelijke uitdagingen die verscheidene steden en gemeenten in Limburg aanbelangen, ook daadwerkelijk in bovenlokaal perspectief aan te pakken. Architectuurwijzer nam de vlucht vooruit en zette in 2013 de discussie voort binnen de zoektocht naar de Stad Limburg – een term eerder gelanceerd door gouverneur Herman Reynders. Architectuurwijzer is ongevraagd met de term aan de slag gegaan. De term appelleerde immers aan een ruimtelijke reflex die elke architect, stedenbouwkundig ontwerper of ruimtelijk planner aangeleerd krijgt. Het vormgeven van de leefomgeving laat zich niet beperken door gemeentelijke grenzen.

De adoptie van de term “Stad Limburg” was echter niet louter intuïtief, maar vooral ook gedreven vanuit een overtuiging. Spreken over Limburg als een stad is een antwoord op het toenemende belang van stedelijkheid in de hedendaagse samenleving. Het hoeft weinig
betoog dat de fabriek eeuwenlang de ontwikkeling van de stad bepaald heeft. Een blik op het stadsweefsel van Genk toont hoe eerst de mijnen en later de automobielindustrie de structuur, het ritme en het leven in de stad bepaalden. De dominante rol van de fabriek is vandaag verdwenen – ook al blijft het een belangrijke tewerkstellingsfactor. Het is vandaag de stad als geheel die de productieve eenheid is geworden. De stad zelf produceert welvaart, gemeenschappen en ook conflicten , net als de fabriek vroeger.

De Stad Limburg benadrukt ook dat stedelijkheid niet zo maar generiek is, maar geografisch gebonden is. We spreken niet zomaar over “de stad” waarbij woonblokken en activiteiten inwisselbaar worden. De stedelijkheid in Limburg is bijvoorbeeld niet dezelfde als de stedelijkheid in de provincie Antwerpen waar de grootstad de omliggende regio reduceert tot hinterland. Vanuit dergelijk traditioneel oogpunt op stedelijke ontwikkeling valt er in Limburg inderdaad weinig stedelijkheid te bekennen. De afwezigheid van een echte grootstad wil echter niet zeggen dat Limburg niet stedelijk is. De Stad Limburg wordt gekenmerkt door een uitgebreid ruimtelijk netwerk van 44 steden en gemeenten met een uitermate groen en landelijk karakter en naadloze verbindingen met voorzieningskernen buiten de provincie, zoals Luik en Maastricht.

De noodzaak van de Stad Limburg raakt aan het principiële luik van het Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat (SALK). In het publieke debat rondom SALK ging veel aandacht naar de zogenaamde quick wins op vlak van tewerkstelling. Dit zijn vaak ruimtelijke projecten met een grote impact op de leefomgeving. Het SALK-plan laat er echter geen twijfel over bestaan dat een economisch herstel op lange termijn gesteund wordt door “interregionale samenwerking” én “gemeenschapsvorming”. Met het oog op een duurzaam herstel reageerde professor Herman Daems, auteur van het actieplan, dan ook bijzonder opgetogen op de Stad Limburg. De 44 steden en gemeenten vormen één stedelijk geheel, waar de samenstellende delen elkaar niet langer beconcurreren, maar over de grenzen heen samenwerken en met elkaar ruimte delen.

Een uitdagende ontwerppraktijk

Voor het uitwerken van de cultuuromslag kijkt Architectuurwijzer in de eerste plaats naar de eigen achterban. De Stad Limburg vraagt immers een andere ruimtelijke discipline – een andere vorm van denken en handelen. De beroepsuitoefening vandaag is veelal gelegitimeerd in naam van de architect. De indrukwekkende portfolio van de ene of de andere architect kent echter weinig waarde in de Stad Limburg. Veel belangrijker is het om de eigen architectuurpraktijk deel te laten zijn van het gemeenschappelijke kader dat de Stad Limburg aanreikt. Een ontwerp binnen de Stad Limburg zal dus onvermijdelijk aspecten van medegebruik, medebeheer en medeontwerp van ruimte aanraken. Architectuur wordt zo niet louter een esthetische bezigheid, maar het vormgeven van samenwerkingsverbanden en het in gang zetten van stedelijke katalysatoren.

Een andere ruimtelijke discipline betekent ook een andere verhouding van ontwerpers tot opdrachtgevers. Architecten treden traditioneel op als dienstverleners die hondstrouw de opdrachtdefinitie uitvoeren. In de context van de Stad Limburg wordt dergelijke beroepsuitoefening bijzonder moeilijk. Wim Dries, burgemeester van Genk, waarschuwde dat een ruimtelijke, economische en menselijke verbondenheid tussen de delen van de Stad Limburg onvermijdelijk botst op gemeentegrenzen. Terwijl bevoegdheden van opdrachtgevers begrensd zijn, zetten ruimtelijke uitdagingen zich juist op deze grenzen onverminderd door. In dat verband antwoordt hij zelf: “Waar de logica eindigt, daar begint de politiek!”

Maar politiek staat niet alleen in het strijdtoneel. Ook cultuur schuwt het open en kritische debat niet. Architecten zijn behalve dienstverleners eerst en vooral culturele actoren: een rol die alleen maar groter wordt voor zover zij actief worden binnen maatschappelijke uitdagingen. De culturele ambitie van architecten is doorgaans om elk probleem om te vormen tot een prikkelende ontwerpuitdaging. De cultuur construeert zo een nieuw verhaal dat een brug tussen alles en iedereen slaat: locatie, objecten, publieke en privéactoren, burgers, etc. In die zin geldt dan ook: “Waar de politiek eindigt, komt de cultuur te hulp”.

De enthousiaste reacties maakten ook al snel plaats voor evenveel levensgrote vraagtekens. Hoe werkt het? Wat zijn de spelregels? Wie werkt er aan mee? Waar liggen de grenzen? De laatste vraag was altijd: en wie zal dat dan organiseren? Binnen welke maatschappelijke opdracht of mandaat? Om dit spervuur van vragen te beantwoorden, startte Architectuurwijzer het Atelier Limburg-Europa. Het is een experimenteerruimte waarin opnieuw ongevraagd nagedacht wordt over ruimtelijke uitdagingen in de Stad Limburg. De eerste resultaten worden gepresenteerd in oktober 2014.

Maar ook een provinciaal bouwmeester Limburg blijft van levensbelang voor de Stad Limburg. Het gaat immers bij uitstek om een functie waarin het culturele perspectief een plaats krijgt binnen het bestuurlijke kader. De bouwmeester vertolkt een onafhankelijke stem en kan zo alle betrokken partijen rondom gemeenschappelijke ontwerpuitdagingen bijeenbrengen . Een verduidelijking is echter nodig nu in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord een wijziging aangekondigd werd in de werking van de Vlaamse bouwmeester – waarbij sommigen zelfs een opheffing van de functie vrezen. De strategische beslissingen in het Vlaamse regeerakkoord verplichten Limburg immers om de ambities van een provinciaal bouwmeester te verviervoudigen.

Double or nothing

Het programma voor een provinciaal bouwmeester Limburg werd in 2012 opgesteld in gesprek met veel bevoegde en betrokken actoren. Het takenpakket was speciaal op Limburg gericht en bevatte een ontwerpoverleg, ruimteregie en sensibilisatie. Hiermee kreeg de provinciale bouwmeester een takenpakket dat complementair is aan dat van de Vlaamse bouwmeester. Sindsdien zijn de uitdagingen en urgenties in de provincie alleen maar toegenomen. Vooral de sluiting van Ford heeft veel in beweging gebracht. In de herstelplannen zijn heel wat ambities geformuleerd die een grote claim leggen op het landschap. Hiermee ontstaat een eerste reden om de ambities te verdubbelen.

Een provinciaal bouwmeester is een noodzaak om lokale besturen ondersteuning te bieden bij de grote ontwikkelingsplannen aangekondigd in het SALK. De quick-wins brengen lokale dynamiek en tewerkstelling, maar moeten dringend omgezet worden in duurzame groei voor de leefomgeving in Limburg. Dat is een kolfje naar de hand van de provinciale bouwmeester. Ook worden vanuit Vlaanderen potentieprofielen opgesteld voor Limburg met vooruitzichten op nieuwe ontwikkelingskansen in energie en recycling etc. De provinciale bouwmeester kan een brug bouwen tussen de regionale administraties, internationale experts en lokale stakeholders.

Vandaag dreigt de Vlaamse bouwmeester te verdwijnen – of ten minste een beperking van zijn werking. Dit is de tweede reden om de ambities rond de provinciale bouwmeester te verdubbelen. Heel wat lokale besturen (Genk, Lommel, Bocholt, e.v.a.) hebben in de afgelopen 15 jaar een beroep gedaan op de Vlaamse bouwmeester voor assistentie bij de projectdefinitie en architectenkeuze. Recent nog werd een pilootproject Zorg gestart in Sint-Truiden en vergeten we het TOP-project voor Centraal-Limburg niet. Met een beperkte werking van de Vlaamse bouwmeester dreigt dus ook een verlies voor Limburg.

bOb, Marcel Smets en Peter Swinnen hebben samen met overheidsadministraties, lokale besturen en hun privépartners veel betekend voor een kwalitatieve leefomgeving in alle uithoeken van Vlaanderen. Het succes daarvan toont zich in de internationale erkenning van de Vlaamse architectuur. Een provinciaal bouwmeester kan garanderen dat ook binnen een minimale werking van de Vlaamse bouwmeester aandacht blijft bestaan voor de provincie Limburg. De provinciale bouwmeester kan eventueel lokale ondersteuning bieden bij taken van de Vlaamse bouwmeester (projectdefinitie, architectenselectie, pilootprojecten, advies bij vergunningen grote projecten, …)

Rest ons een hardnekkig misverstand weg te werken. In de discussie rondom de Vlaamse bouwmeester wordt de kwaliteitsverhoging geplaatst tegenover de bouwmarkt en lokale politiek. De stelling is dat zonder bouwmeester geen kwaliteitsvolle architectuur mogelijk is. Deze eenvoudige voorstelling van zaken (bouwmeester versus bouwmarkt) doet onrecht aan de jarenlange inzet van bOb, Marcel Smets en Peter Swinnen. Een bouwmeester – Vlaams, Brussels, Antwerps of Limburgs maakt niet uit – werkt niet tegen de markt, maar is een functie bedoeld om de bouwmarkt vlot te trekken en haar meer (culturele) verantwoordelijkheid te geven.

Hetzelfde geldt voor de lokale politiek. Een bouwmeester doet geen afbreuk aan het primaat van de politiek, maar versterkt juist de capaciteiten van de lokale overheden en verhoogt zo de efficiënte werking van het overheidsapparaat. In Limburg liggen de bevoegdheden versnipperd over 44 lokale besturen. Steden en gemeenten integreren graag hun bevoegdheden op vlak van busdiensten en politiezones, maar zien ruimtelijke ordening als hun corebusiness en geven deze macht niet graag af. De bouwmeester komt hieraan tegemoet en creëert een platform voor bovenlokale afstemming en kennisontwikkeling.

De vraag naar meer stedelijkheid en samenwerking in Limburg geeft aanleiding tot een bijzonder bouwmeesterschap. Limburg doet er goed aan om de provinciale bouwmeester als een complement te beschouwen voor de Vlaamse bouwmeester. Hierbij moet Limburg een ambitieniveau opnemen dat minstens strookt met de verwezenlijkingen van zijn Vlaamse evenknie. Enkel zo kan de Stad Limburg een ruimtelijke realiteit worden die gedragen wordt door iedereen. De vraag naar meer stedelijkheid en samenwerking in Limburg geeft aanleiding tot een bijzonder bouwmeesterschap.

Tekst gepubliceerd in: Herman Reynders, De Stad Limburg II, published by the Province of Limburg 2014.

Download de publicatie: http://www.limburg.be/webfiles/limburg/product/destadlimburg2.pdf

Categories: Architecture

Type: Article

Share: