Article

In den beginne was de typografie


25/09/2018, ArchiNed

Image: Stefanie De Clercq

Mediatisering gaat niet alleen over de kracht van het beeld, maar ook over de keuze van een woord. Het is een les die terloops aan bod komt tijdens een lezing van Wim Cuyvers (27/03/2018). Onderwerp van discussie was de huisstijl van ParckDesign 2012, een landschapsbiënnale in Brussel, ontworpen door Karel Martens, onlangs geëerd in het jubileumnummer van Oase Journal #100.

De lezing werd ingeleid door Roeland Dudal, frontman van Architecture Workroom Brussels (AWB). Een korte schets van het oeuvre van Wim Cuyvers wordt afgesloten met de suggestie dat hij zich ‘terug trok op een berg in de Jura’ – verwijzend naar het project Montavoix. De opmerking werd zonder verpinken geretourneerd. Wim Cuyvers stelde dat Montavoix het centrum van de wereld is en doorkruist wordt door heel wat globale verkeerstromen, onder meer hoogspanningskabels die een erg stedelijk knisperend geluid maken.

In de bespreking van zijn voorstel ‘Oser le jardin vague?’ voor ParckDesign 2012 – waarvoor AWB optrad als curator – geeft Wim Cuyvers aan dat vooral Brussel zich laat kenmerken door een dorpsmentaliteit. Het voorstel was om een onderzoek naar publieke ruimte in Boekarest vrij direct te kopiëren naar Brussel. In het werk werd aangetoond dat straatmeubilair, vuilbakken en verticale opstanden (o.a. muren, heggen en stoepranden) een dynamische functie vervullen binnen clandestiene, vaak seksuele activiteiten.

Het voorstel was zonder de waard gerekend. De toenmalige Brusselse minister van leefmilieu Evelyn Huytebroeck stak er een stokje voor, zoals dat gaat in België heeft een minister altijd het laatste woord. Wim Cuvyers zag het als een teken dat Brussel niet alleen alledaagse stedelijke activiteiten verdringt naar de marges van de samenleving, maar op de koop toe de discussie ervan in een culturele ruimte onmogelijk maakt. De situatie is cynisch aangezien de biënnale precies de ‘durf’ voor de ‘jardin vague’ voor ogen had.

De politieke bevoogding is slechts de helft van het verhaal. Wim Cuyvers sprak opvallend genoeg over ParckDesign 2012 gebruikmakend van de werktitel ‘Oser le jardin vague’ – in de programmabrochure vertaald naar ‘Durf de onbestemde tuin aan’. In het eigen voorstel had Cuyvers eenvoudig een vraagteken toegevoegd aan de algemene titel van de biënnale. Aangezien zijn voorstel uit het programma verdween, was hij zich in de lezing niet bewust dat de biënnale uiteindelijk onder de eenduidige titel ‘Garden’ gepubliceerd werd.

Overstappen naar het Engels is in tweetalig Brussel gebruikelijk om vervelende discussies te vermijden. Maar er speelt meer. In het nagesprek licht Roeland Dudal toe dat de aanpassing van de titel – van ‘Oser le jardin vague’ naar ‘Garden’ – gebeurde in het kader van de grafische vormgeving, waarvoor Karel Martens en de Werkplaats Typografie verantwoordelijk was. Karel Martens vond dat één woord grafisch beter werkte en de boodschap op een meer directe manier communiceerde.

De communicatielogica houdt steek, vooral waar de term ‘Garden’ verscheen in de openbare ruimte. Het aanbrengen van de tag ‘Garden’ op de muren, straatstenen en signaalposten lijkt een daad die de onbestemde zones zonder omwegen brandmerkt als ‘tuin’ en de bezoeker vraagt om er anders naar te kijken. Toch is de verandering van titel niet zo onschuldig als mag lijken – dat leren we uit het verworpen voorstel van Cuyvers. In de keuze van de éne term verdwijnt de woordspeling met de ‘terrain vague’ en de vaak clandestiene activiteiten die er plaatsvinden.

Het adjectief ‘vague’ was niet het enige wat uit de titel verdween. Ook het werkwoord ‘Oser’ slipte weg. Het was misschien wel de meest kritische dimensie van de tentoonstellingsopzet, aangezien het de vraag stelt wie in de grootstad verantwoordelijkheid neemt voor de vage zones. ‘Durf het aan’ was een ethische appel. De fixatie van de communicatie op één term opende een ander betekenisveld. Nu moet je ergens in een sub-tekst van het project lezen wat de opzet – het aandurven van de jardin vagues – was.

Een tekst wordt door weinigen lezen en laat interpretatie open aan de lezer. Zo geschiedde. Het woord ‘Garden’ ging, als een meesterbetekenaar, vlotten in de media. De minister kon tijdens haar openingsspeech onbekommerd spreken over ‘tijdelijk ongebruikte ruimten’. Ze zei: “Het is dus de bedoeling om deze ruimten tijdelijk in te richten en een parcours voor een breed publiek uit te werken, maar ook om de wijk te herwaarderen, in een ander daglicht te stellen en aangenamer te maken.”

De grafische vormgeving is symptoom van de depolitisering van het programma rond de ‘jardin vagues’ in Brussel en het appel ‘Durf het aan’. In de politiek correcte ambitie van ParckDesign 2012 was geen plaats voor de aandacht van Wim Cuyvers voor het werkelijke gebruik in de schemerzones van een stad en ook niet voor het vraagteken dat hij toevoegde. Opvallend genoeg kreeg Wim Cuyvers een plaatsje in een publiek programma rond ParckDesign 2012 in het Kaaitheater, 8 juni 2012. Het theater is altijd de beste plaats om een kritisch debat in de hand te houden.

De kleine geschiedenis werpt een licht op het recente jubileumnummer van Oase Journal, waarin het werk van Karel Martens centraal staat. Sinds het prille begin van het tijdschrift ligt de vormgeving in handen van Karel Martens. De Oase-redactie stelt de volgende vraag: “hoe verhoudt zich het medium van het architectuurtijdschrift, als een fysiek object met een specifieke materialiteit en verschijning, tot het architectuurvertoog dat het ontwikkelt?” Ondertussen leert het verhaal van ParckDesign dat de fysieke materialiteit van de grafische vormgeving het betekenisveld vastlegt waarbinnen de architectuurpraktijk begrepen wordt.

Gepubliceerd op ArchiNed

Tags: Brussels

Categories: Urban planning

Type: Article

Share: