Welcome in Jaspers Town

BAVO


20/02/2018, A+

Laat me u meenemen terug in de tijd, omstreeks 2014. Brussels Bouwmeester Olivier Bastin liep op het eind van zijn termijn. Er was heel wat contestatie rond de aangekondigde sloop van het hoofdkantoor van de BNP Parisbas Fortis in Brussel. De stemmingmakerij in de achterhoede verstomde gaandeweg. Het was al heel wat dat de ontwerpwedstrijd gewonnen werd door het Oostenrijkse architectenbureau BaumschlagerEberle. Het werd gezien als een overwinning op de bouwmarkt in Brussel. Op de koop toe kreeg het collectief ROTOR (in onderaanneming van De Meuter) de opdracht om het gebouw op een creatieve manier te ontmantelen.

Vandaag, enkele jaren later, heeft het plafond van Jules Wabbes inmiddels een nieuwe toekomst gevonden in een apotheek in de Schaarbeekse wijk Helmet. Tot daar het goede nieuws. Het aan boord hijsen van een architectenkantoor met internationale naam bleek een pyrrusoverwinning. “Jaspers staat weer bovenaan in Brussel!” schreef Marc Dubois naar aanleiding van een nieuw paneel aan de bouwput van het BNP Parisbas Fortis hoofdkantoor.

De degradatie van het architectenbureau BaumschlagerEberle tot onderaannemer geeft te denken. Ik heb het dan nog niet eens over de aanstelling van JaspersEyers als architect – laat ons aannemen dat daarvoor een goede reden is. Zorgen baart vooral de functie van de Brusselse Bouwmeester. Is het herstel van een monopolie niet een reden om zwaar te gaan twijfelen aan de instrumenten van de Bouwmeester? Anders dan de bouwmeester-ideologie wil doen geloven, blijkt de ‘architectenkeuze’ dan toch niet zomaar een garantie op architecturale kwaliteit.

Een zekerheid van onze architectuurcultuur lijkt te gaan schuiven. De weldenkende architectuurwereld laat kritiek graag varen zolang er maar een goede architect aan boord gehesen is. We zagen deze weerstand recent nog in de verwerping van elke kritiek op de Biertempel naar ontwerp van architecten Robbrecht & Daem. De saga over de Slachthuissite vormde het trieste hoogtepunt. Terwijl in de politieke wereld zware woorden vielen en Burgemeester Bart De Wever tot tranen toe bewogen werd, sloot de architectuurwereld de rangen.

Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck stelde dat er in ons klein apenland altijd wel ergens iemand tegen hoogbouw zal protesteren en het verdichtingsideaal best drie extra bouwlagen legitimeert. Hij waarschuwde de critici dat ze een goed project dreigen te koeioneren. Zijn voorganger bOb Van Reeth stelde het wat scherper: “Stop toch met zeveren.” De aanstelling van architecten Henk De Smet Paul Vermeulen en stedenbouwkundigen Palmbout stemde tot algemeen vertrouwen. Het ontwerp hoefde niet eens ter sprake te komen, architecturale kwaliteit hoefde niet eens gekwalificeerd te worden.

De ideologie van de Bouwmeester – ‘de bouwmeester bouwt niet’ – heeft een taakverdeling met zich meegebracht waarbij de bouwmeester eerst een weloverwogen ‘architectenkeuze’ maakt en vervolgens de ‘kwaliteitsbewaking’ overdraagt aan de architect. De degradatie van BaumschlagerEberle doet weinig goeds vermoeden over het gewicht dat de architecten hebben om kwaliteit af te dwingen.

Het label van ‘architecturale kwaliteit’ was jarenlang het wapen waarmee de Bouwmeester de bouwmarkt open brak en creativiteit een kans gaf. Vandaag heeft de markt zich aangepast. Zij weet heel goed wanneer het nodig is om zich te associëren met ‘goede architecten’ om enigszins kans te maken in een wedstrijd/aanbestedingsprocedure. De lippendienst aan de architecturale kwaliteit houdt het dan niet lang uit. De DBFM-procedure voor de gevangenis van Beveren zou niet gewonnen zijn zonder Stéphane Beel, maar in de uitwerking konden betrokken ambtenaren duidelijk aflezen welke tekeningen uit de koker van Beel kwam en welke van JaspersEyers.

In het geval van het BNP Fortis Paris Bas hoofdkantoor komen we op een volgende stap in de logica. Zin of onzin van het nieuwe ontwerp, laat ik even buiten beschouwing. Een wedstrijd wordt met veel tam tam gewonnen door een architectenbureau met internationale naam, maar halverwege de rit neemt de gevestigde orde de leiding over. De machtsovername dwingt ons om het zwaartepunt in de werking van een Bouwmeester te verschuiven van architectenkeuze naar kwaliteitsbewaking. In het beste geval begint dergelijke taak in de projectdefinitie.

Deze lang introductie brengt me op de Noordwijk. Het is een derde weg. De aanstelling van 51N4E binnen het ontwerpteam van JaspersEyers, na bemiddeling van de Brusselse Bouwmeester, mag ons doen geloven dat ‘architecturale kwaliteit’ in de Noordwijk mogelijk is. Het lijkt een vroege aprilgrap. Het valt moeilijk te geloven dat dezelfde actoren die de wijk decennialang in coma hielden tot beter in staat zijn. Zal de architecturale kwaliteit ook een sociale diversiteit met zich mee brengen? Zal de architectuur zich verhouden tot de problemen op straat? Ooit gehoord van het Maximiliaanpark? Of laat de Brusselse Bouwmeester zich lenen in een scenario waar uiteindelijk de gevestigde orde aan het stuur zit? Iedereen houdt de adem in en kritische energie wordt opgeschort.

Tags: Brussels

Categories: Architecture

Type: Article

Share: