Article

Als de architect maar weer geen schertsfiguur wordt

Gideon Boie


27/11/2021, De Standaard

De publiek-private samenwerking voor de bouw van het nieuwe Mukha is geen garantie op kwaliteit, tegenover de klassieke Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester. In de nieuwe PPS-formule wordt architecturale kwaliteit juist terug afhankelijk van politieke ambitie en goede wil van aannemers, of het gebrek eraan.

De aankondiging van een nieuwe ­architectuurwedstrijd voor nieuwbouw van het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen, het Mukha, op de Waalsekaai verdient aandacht. De nieuwe procedure komt er na het cancelen van de architectuurwedstrijd voor wat het toekomstige Vlaamse museum hedendaagse kunst heette, ­tijdens de eerste lockdown einde maart 2020. De hernieuwde ambities zijn volgens de Vlaamse regering en de stad Antwerpen hoog. De nieuwe wedstrijd ‘gebeurt niet volgens de klassieke “open oproep”, maar volgens een formule die architecturale topkwa­liteit moet opleveren’ (DS 14 oktober). De nieuwe formule betreft een ­publiek-private samenwerking (PPS) waarin de ontwerp- en bouwopdracht in pakket gegund worden aan een bouwteam van ontwikkelaar, aan­nemer en architect.

De uitspraak is de wereld op zijn kop. De Open Oproep wordt verkocht als klassiek (dus verouderd) en de ­publiek-private samenwerking als ­garantie op kwaliteit. Als in ons kikkerlandje architecturale topkwaliteit ­gerealiseerd werd binnen publieke ­opdrachten, is het wel dankzij de Open Oproep. De Open Oproep was het centrale instrument van de Vlaamse Bouwmeester, die omstreeks 1999 in het leven geroepen werd om de keuze van architecten te professionaliseren. De rol van de Vlaamse Bouwmeester bleef beperkt tot projectdefinitie en de keuze van architecten, maar de keuze voor een Open ­Oproep stond symbool voor de ambitie van de overheid qua opdracht­gever. De werking van de Vlaamse Bouwmeester straalde af op het architectuurklimaat in Vlaanderen, dat ­internationale erkenning ­geniet.

Daarentegen zijn de overheids­opdrachten waarin de bouwmarkt aan zet was doorgaans van dramatische kwaliteit. Het was indertijd een publiek geheim dat nauwe banden met politieke partijen en aannemers de doorslaggevende factor waren bij de keuze van een architect. De architect was een schertsfiguur die garant stond voor allesbehalve kwaliteits­bewaking en ambitieverhoging. Het resultaat was wegwerparchitectuur met nihil bijdrage aan de publieke ruimte. Elke stad in België kent zo haar voorbeelden. Geen wonder dat veel van deze ­gebouwen al na twintig jaar gesloopt worden of minstens tot op het betonskelet gestript.

De klassieke formule van de Open Oproep betekende zoveel als het ­opwerpen van een schot middels de depolitisering van architectuur.

De inzet van de Vlaamse Bouwmeester was het ‘voorbeeldig ­opdrachtgeverschap’ van de Vlaamse overheid. De depolitisering van de ­publieke overheidsopdrachten bood kansen aan jonge talentvolle architecten en ook internationale bureaus. Na twintig jaar werking heeft dat heel wat voorbeeldprojecten opgeleverd tot in de verste uithoeken van Vlaanderen. Lokale overheden maakten dankbaar gebruik van het aanbod ter versterking van de capaciteit van haar administraties. Het is vandaag te vroeg om het Mukha af te schrijven, maar het ­opdrachtgeverschap lijkt minstens twijfelachtig na het cancelen van de Open Oproep. De belofte van topkwaliteit is opmerkelijk als je weet dat met de eerste wedstrijd architecten­bureaus met internationale naam en faam, zoals SANAA, Caruso St John en 51N4E, overboord gegooid werden.

Het probleem is echter groter dan het Mukha. De rol van de Vlaamse Bouwmeester binnen publiek-private ­samenwerking is al lang onderwerp van discussie, wellicht al sinds het ­begin van zijn optreden en al helemaal sinds de Vlaamse regering de PPS als beleidsinstrument bevestigde. PPS wijzigt namelijk de coördinaten van de architectuurproductie. De architect is alvast geen partij binnen PPS. De Bouwmeester verliest zo zijn hefboom van de architectenkeuze en vertolkt nu slechts een stem in een breed veld van experts die optreden bij projectdefinitie en jury. Er zijn schitterende realisaties die binnen PPS tot stand komen, zie recent bijvoorbeeld het stadsgebouw Melopee in Gent, maar alles staat of valt met de politieke ­ambitie van het stedelijke vastgoed­bedrijf en de bevoegde schepen.

Er is nog een reden waarom de ­zogenaamde nieuwe formule een ­terugkeer naar oude tijden kan inluiden. De publiek-private samenwerking wijzigt het speelveld van de architect. Anders dan de klassieke formules steekt de architect bij PPS in de binnenzak van de bouwpromotor. In geval van het Mukha is het nog koffiedik kijken welke kandidaturen binnenlopen, maar in andere publiek-private opdrachten (zoals het VRT-omroep­gebouw) tekent zich een opmerkelijk ­patroon af. De gevestigde orde van de bouwmarkt presenteert zich als ontbrekende schakel naar kwaliteit door toparchitecten onder hun hoede te nemen, die nota bene groot geworden zijn dankzij de Vlaamse Bouwmeester.

Veel kans dat toparchitecten aanschuiven als kandidaat voor het nieuwe Mukha, in team met ontwikkelaars. Toch is dat geen reden om op beide oren te slapen. De hamvraag is welke rol de architect krijgt binnen het bouwconsortium. Een constante tussen de klassieke Open Oproep en de nieuwe PPS-formule is de onzekere kwaliteitsopvolging. In de Open ­Oproep stond de Vlaamse Bouwmeester in voor projectdefinitie en architectenkeuze en droeg hij nadien de bemiddelende taak over aan de architect. Bij PPS heeft de toparchitect vooral een functie bij de gunning van de opdracht en eventueel later bij de bouwvergunning, ­nadien hangt alles af van de aannemer.

Gepubliceerd in De Standaard, 27 november 2021.

Tags: Vlaams Bouwmeester

Categories: Architecture

Type: Article

Share: