Article

De toekomst is aan de para-architectuur

Gideon Boie


2019, VAi

HEIM

Ongevraagde architectuur is een traditie die in stilte voorbij ging aan Vlaanderen. Als de architect geen opdracht krijgt, wacht hij geduldig op een (open) oproep. Andersoortige praktijken worden al gauw naar de wereld van de kunst geevacueerd. Lieven De Cauter en Michiel Dehaene gebruikten het label ‘para-architectuur’ voor de ontwerppraktijk die zich niet instrumenteel opstelt binnen een bouwproces: “Vandaag is de handeling van tijd spenderen voor het maken van papier architectuur op zichzelf een handeling van verzet door zichzelf te lokaliseren in de parallelle wereld […] in de veilige haven van scholè, vrije tijd, de tijd-ruimte van koppige toewijding.”

Download PDF

Hun voorbeelden waren New Babylon (1956-1969) van Constant, Exodus: de vrijwillige gevangenen van de architectuur (1972) van Rem Koolhaas en Border Garden (2005) van Office KGDVS. Het label ‘para-architectuur’ lijkt waardevol, maar de voorbeelden geven te denken in de actuele maatschappelijke context. In volle migratiecrisis lijken de verwijzingen naar de nomadische levensstijl van de homo ludens, naar vrijwillige gevangenschap en naar oaseachtige verblijfsplekken op de grens nogal misplaatst. Zo toont Border Garden een paradijselijke grenspost in een woestijnlandschap ergens tussen Mexico en de Verenigde Staten. Het project werd herhaald in Cité de Refuge (2007 en 2016) in de context van de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla en dus inspelend op de buitengrenzen van Europa. Het zijn oases van rust waar de controle van paspoorten gebeurt in een stijlvolle geometrie en “vragen oproept over het verlangen naar het beloofde land”.

Behalve de actualiteit lijkt er iets grondig fout aan de drie genoemde projecten. Francesco Careri, frontman van het collectief Stalker/Osservatorio Nomade, beschreef in een tekst hoe hij in een gesprek met Constant tot zijn verbazing te horen kreeg dat New Babylon een antwoord was op het vraagstuk van de levensomstandigheden van de Sinti in Italie. Kunstenaar Pinot Gallizio had een groep zigeuners toelating gegeven om zich tijdelijk te vestigen op zijn eigendom in Alba, waar rond die tijd ook de Situationistische Beweging bijeen kwam. Careri beschreef hoe zijn grote bewondering voor New Babylon plotsklaps omsloeg in bijster ongeloof: “The Sinti camp could have been a common ground for putting their creative and relational skills into practice, on which to experiment the self-building of a multicultural city to be planned and carried out in a playful, interdisciplinary and participative form.” Om vervolgens de genadeslag uit te delen: “Instead they [the Situationists] … took refuge in theory, politics and architectural utopia.”

Constants vlucht naar de veilige haven van de theorie was ook een vlucht naar de artistieke praktijk. Dat zien we ook in Exodus en Border Garden. De projecten presenteren zich uitdrukkelijk als artistiek statement, maar willen in geen geval een antwoord geven op de urgente problematiek van migratie. De projecten krijgen vooral een betekenis in het licht van het latere, gebouwde oeuvre van de betrokken architecten. Exodus vormt een studieproject in opstart van Rem Koolhaas’ latere, uiterst productieve carrière onder de noemer Office for Metropolitan Architecture. Ook de grenspost leest vooral als een persoonlijk manifest van Office KGDVS, met dragende concepten en een vormentaal die terugkeren in latere ontwerpen voor utilitaire bouwwerken. In beide gevallen dienen de papieren projecten als een fantasma dat een oeuvre van alledaagse bouwprogramma’s (scholen, ambassades, televisiegebouwen, villa’s, kantoorgebouwen…) oplaadt met een schijnbaar subversieve betekenis.

Het neemt niet weg dat de term ‘para-architectuur’ waardevol is in de zoektocht naar vernieuwing in de discipline van architectuur. Het punt is dat de keuze van voorbeeld de hele discussie doet kantelen. Mijn argument is dat het HEIM-collectief een veel gepaster en doeltreffender geval is van wat we para-architectuur kunnen noemen. Het HEIM-collectief is een groep ontwerpers — met o.a. Kimoura Hauquier, Jonas De Maeyer en Luce Beeckmans — die een visie ontwikkelde rond inclusieve woonvormen voor migranten. Het lingo en de technieken eigen aan de architectuurdiscipline worden ingehaakt op een urgent maatschappelijk vraagstuk. Plots krijgt de modieuze term rond ‘publieke interieurs’ een totaal andere, praktische betekenis. Het parallelle universum van HEIM kent geen spoor van vrijblijvendheid. Het papieren resultaat is niet bedoeld als artistiek statement, maar moet betrokken middenveldorganisaties inspireren en aanzetten tot actie. Daarbij draaien de architecten de tafel om: zij wachten niet op een opdracht of oproep, maar lanceren zelf een nadrukkelijke oproep naar eigenaars, stedelijke overheden, middenveldorganisaties én collega-architecten.

Column gepubliceerd in: Gideon Boie en Sofie De Caigny (eds.), ‘Architectuurcultuur in Vlaanderen’, magazine gepubliceerd door het Vlaams Architectuurinstituut, Antwerpen 2019.

Categories: Architecture

Type: Article

Share: