Article

Zorg dragen voor architectuur

BAVO


2017, Psyche

Een jaar na opening bestaat binnen Psychiatrisch Centrum Caritas (Melle) een interne discussie over het gebruik van het Kanunnik Petrus Jozef Triest Plein. Het plein blijkt prima te werken voor recepties, opendeurdagen en andere plechtigheden. Ook personeel maakt graag gebruik van het Jozef Plein tijdens wandelingen, overlegmomenten en functioneringsgesprekken. De afdeling Kinderpsychiatrie organiseert er inmiddels groepstherapie. Het gebruik voor informele ontmoeting is echter minder vanzelfsprekend dan verwacht (al getuigen resten van fastfood van heimelijk gebruik).

De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen. De projectdefinitie vormde een bricolage van verlangens geformuleerd binnen de werkgroepen met artsen, directie, personeel én patiënten. Het plein zou functioneren als Ramblas van het psychiatrisch centrum, wadi met waterplanten, plaats van soepbedeling, uitkijkpunt naar de omgeving, wensmuur om gedachten na te laten, exotische plantentuin, honk voor paintball, imkerij en wat nog allemaal meer.

Het confronteert ons met een extra uitdaging in de zorgarchitectuur. Het is pas in de operationalisering van een gebouw dat duidelijk wordt of alle verwachtingen, intenties en aanspraken in de ontwerpfase, realistisch waren. Op die manier is er nood aan een fase van wat we postproductie kunnen noemen om conceptie en receptie af te stemmen. Vraag is hoe ver we hierin moeten gaan? En, wie neemt hiervoor verantwoordelijkheid?

In de eerste plaats kijken we naar de architect. In het ontwerp anticipeerde architecten De Vylder Vinck Taillieu (aDVVT) op een permanente aanpassing van het gebouw. Het ontwerpidee was dat het gebouw als open structuur, eenmaal in gebruik, functioneert als een levensgroot en levensecht schaalmodel dat op elk moment kan aangepast worden naar de veranderende noden en verlangen van gebruikers. In de praktijk is een ad-hoc verbouwing uiteraard niet zo eenvoudig geklaard.

Probleem is bovendien dat met de ingebruikname van een gebouw de architect van het toneel verdwijnt. In de praktijk is de architecturale productie geen cirkelbeweging, maar een lineair proces. De architect vervult een belangrijke maar kortstondige functie in de vertaling van de projectdefinitie naar finale vorm. De oplevering vormt het einde van de architectuur. Gebruik wordt niet gerekend tot de zaak van de architect – hoewel precies op dit moment zijn inbreng goed van pas zou komen.

In de tweede plaats kijken we naar de opdrachtgever. Zorgarchitectuur is een opdracht, schreven we eerder. We inspireerden ons op de werking van de Vlaams Bouwmeester en de idee van het goede opdrachtgeverschap als hoeksteen van goede architectuur. De idee van een monumentale buitenruimte was een onbedoeld resultaat van de werkgroepen met artsen, directie, personeel én patiënten. Zij formuleerden in samenspraak een ongewone projectdefinitie.

Twee jaar later staan we op een volgende drempel van gebruik. Ook in deze fase heeft architectuur nood aan ‘goed opdrachtgeverschap’. Of beter gezegd: nood aan een ‘goed gebruik’. Zo werden inmiddels aanpassingen uitgevoerd om de toegankelijkheid te verhogen; met voorziening van elektriciteit, water en WIFI. Ook wordt de fysieke nabijheid van het complex verbeterd met de ingebruikname van de Oude Wasserij (als ontmoetingsruimte en ateliers) en een interne verhuis in het Jericho gebouw (toekomstig verblijf voor de ASAP-afdeling).

De welkome postproductie laat onverlet dat vraag en gebruik in het Kanunnik Petrus Jozef Triest Plein een cirkel vormt die wellicht nooit perfect zal sluiten. De functie van de monumentale ruimte is geen vaste functie hebben, haar essentie is onaf zijn. Te midden van een context waar elk gebouw een specifieke functie kent, werd een tussenruimte afgebakend – om te roken, te dolen, te dromen en wat nog allemaal meer. Gaandeweg werd er gesproken over een ‘ruimte van mogelijkheden’.

De vraag of het Kanunnik Petrus Jozef Triest Plein voldoende gebruikt wordt, is hiermee een belangrijke maar tegelijk een ietwat oneigenlijke vraag. Het plein werd door filosoof Lieven De Cauter beschreven als een andere plek, een heterotopie, die plaats maakt voor een ‘zelforganiserende poëzie chirurgisch losgesneden uit een bouwval’. De zoektocht naar gebruik wordt best opgevat als een uitnodiging om invulling te geven aan de openheid in het hart van het psychiatrische centrum.

Gepubliceerd in Psyche 29 (2), juni 2017

Categories: Architecture

Type: Article

Share: