Zelfregie begint op de kamer

BAVO


01/12/2017, Psyche

Image: Heleen Verheyden (BAVO)

De zoektocht naar alternatieven op de afzonderingskamer begint best met een bespreking van concrete ruimtebeleving tijdens verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis. Met dit doel voor ogen kwamen werkgroepen met artsen, directie, personeel, ervaringswerkers en patiënten samen in PZ Sint Annendael Diest. De gesprekken brachten ons van de afzonderingskamer naar opstelling van de ‘normale’ ziekenhuiskamer.

De afzonderingskamer is een stereotiepe ruimte met een centraal opgestelde, vaste beddenbak voorzien van fixatiebanden. Behalve toilet, klok en camera, situeren alle voorzieningen zich buiten de kleine kamer. Een sas scheidt de afzonderingskamer af van de afdeling. Opmerkelijk genoeg werd de traumatische impact van de afzonderingskamer toegeschreven aan het onveranderlijke karakter ervan. De ruimtelijke opstelling maakt dat de ondersteuning door personeel noodzakelijk is, zelfs in het vervullen van elementaire behoeften, zoals roken, toilet of hygiëne. De werkgroep werpt op dat dergelijke gedwongen passiviteit botst met de idee van herstelvisie gericht op zelfregie.

Alles of niets
Een vluchtlijn werd geboden door het getuigenis van een ervaringswerker over het gebrek aan ruimtebeleving in de crisisopname. De persoon kon zich niet herinneren of er personeel aanwezig was bij de opname laat staan dat er een levende herinnering is aan kenmerken van afzonderingskamer. De afwezigheid van bewustzijn maakt dat de vrijheidsbeperking voor goed genomen wordt – zolang het een antwoord is op de nood aan veiligheid en geborgenheid. Frustratie speelde op bij het hernemen van ruimtebeleving naar het einde van de crisis. Op dat moment stoort een patiënt zich aan de beperkte zelfbeschikking bij onbenullige basisfuncties.

De afzonderingskamer stelt de keuze eenvoudig: alles of niets. In het verlengde hiervan speelt een grote frustratie in het gebrek aan mogelijkheden om het verblijf in de afzonderingskamer te individualiseren. Zo blijkt dat de mogelijkheid van uitzicht (op natuur bijvoorbeeld) voor de één als een positief element geldt, terwijl voor het uitzicht voor de ander net de prikkel te veel is en/of aanleiding is voor waanbeelden. Het belangrijkste ruimtelijke kenmerk van de afzonderingskamer ligt hiermee niet in de opstelling, het materiaalgebruik of de kleur, maar in de opdringerige onverschilligheid ten aanzien van veranderende behoeften en verlangens.

Uitbreidbare kamer
Deze en andere ervaringen bracht de werkgroep ertoe om gericht na te denken hoe de herstelvisie kan vertaald worden naar de ruimtelijke setting op de kamer. In tijden van crisis is zelfregie niet evident. In dat geval kan best, vanuit ervaringen bij eerdere opnames, een protocol opgesteld worden omtrent de gewenste ruimtelijke setting in tijden van crisis en dito handelingswijze bij personeel. Belangrijk is dat patiënt bij herstel zo snel mogelijk de zelfregie in handen kan nemen. Het bracht de werkgroep tot de idee van een kamer die aangepast kan worden naargelang de noden en verlangens van het moment.

Het resultaat was een kamer met een ruimte-gradiënt. De basismodule voorziet in een alkoofachtige opstelling met beperkte bewegingsruimte. Het is een geborgen ruimte gericht op rust en veiligheid. Vervolgens kan de basiseenheid geopend worden met luiken of schuifdeuren die toegang geven tot een krijtwand, venster, zithoek, extra bed, … De idee is om de patiënt bij herstel in staat te stellen extra prikkels toe te voegen binnen dezelfde kamer. Op die manier hoeft niet gedacht te worden in de pendelbeweging tussen afzonderingskamer en normale kamer. De extra ruimte kan ook dienen om de nabijheid van personeel of netwerk (rooming-in) gemakkelijker te organiseren.

Panoptisme in de kamer
In het doordenken van de ruimteregie, evolueerde de visieontwikkeling ongemerkt van de afzonderingskamer naar de ‘normale’ ziekenhuiskamer. Dat de afzonderingskamer weinig variatie biedt, is ondertussen gemeenzaam bekend. Het dispositief van de ziekenhuiskamer schept evengoed weinig vrijheid en variatie. Ook hier zien we hoe het bed pontificaal opgesteld wordt met het hoofdeinde tegen de muur. Een zetel en tafel maken de ruimtelijke setting compleet. De kamer wordt leeg gelaten vanuit de gedachte dat een patiënt zich niet hoeft te nestelen in het ziekenhuis. Leegte is tegelijk handig voor een onbelemmerd perspectief vanaf de opendraaiende deur dwars door de kamer tot het venster.

Ook in de ‘normale’ ziekenhuiskamer is nood aan zelfregie. Zo was er een patiënt die een experimenteel zitmeubel ter beschikking kreeg, maar het niet als zodanig gebruikte. Het open meubelstuk was een gesloten vierkant met vaste kussens bedoeld om opgerold in te zitten. De patiënt stelde het object op tussen zetel en bed. De hoogte bleek ideaal om het meubel te gebruiken als bar en zo staande activiteiten te ondernemen. De belangrijkste bijdrage lag in de verticale indeling van de kamer. De patiënt gaf aan zich geborgen te voelen in de zetel en doorheen het meubelstuk het verkeer aan de deur onder schot te houden – een deur die overigens bewust open staat.

Vertraging
De uitbreidbare kamer stootte in een proefopstelling begrijpelijkerwijs op enige weerstand vanuit het verplegend personeel. Zo ligt een moeilijkheid in het toezicht van de nachtploeg die nu meerdere deuren dient te openen en verlegen is om nachtrust te verstoren. Veiligheid en nachtrust moet daarom verder doordacht worden. Interessant was dat een therapeute het voordeel van de opstelling van meerdere deuren situeerde in de vertraging van de zorghandeling – al was het maar omdat de kamer zich niet langer in één beweging opent voor het oog van de toezichthouder. Ongemakkelijke drempels creëren evenzoveel mogelijkheden van spontane communicatie tussen personeel en patiënt.

 

Gepubliceerd in Psyche 29(4), kwartaaltijdschrift van de VVGG.

Artikel geschreven in de marge van ontwerpend onderzoek uitgevoerd binnen PZ Sint Annendael Diest.

Tags: Psychiatry

Categories: Architecture

Type: Article

Share: