Willen de beschermheren van de autonomie van de Vlaamse Architectuur opstaan s.v.p.!

BAVO


2009, De Architect

Wat betreft de bescherming van de autonomie van de architectuur is Vlaanderen een land vol tegenstrijdigheden. Aan de ene kant kijken architecten van andere landen vaak vol afgunst naar het bij wet beschermde statuut van de architect, met een heuse Orde van architecten die nauw toeziet op hun beroepsuitoefening en deze indien nodig disciplinair kan schorsen. Ook de Vlaamse architecten, architectuurcritici en architectuurtheoretici voeren de autonomie van de architectuur hoog in het vaandel, meer dan hun Nederlandse collega’s, en claimen dit als hun onderscheidende kenmerk. De laatste decennia brak ook bij de andere maatschappelijke actoren het besef door dat architectuur een waarde op zich is, die juist voorzover haar autonomie radicaal wordt gevrijwaard en uitgespeeld, een belangrijke kracht kan zijn in het uitbouwen van een Vlaamse identiteit en de ontwikkeling van de Vlaamse regio in het algemeen. In functie hiervan zijn allerhande initiatieven gelanceerd zoals een Vlaams architectuurinstituut en Jaarboek, een Vlaams bouwmeester en een Vlaamse architectuurnota.

Ondanks deze autonome architectuurcultuur gebeuren er echter nog steeds grove schendingen op dit vlak en lijken deze onopgemerkt en onbestraft te blijven. Onlangs nog in één van de grootste stedelijke infrastructuurwerken in de recente Vlaamse geschiedenis: de sluiting van de ring rond Antwerpen door middel van de zogenoemde Oosterweelverbinding, met als belangrijkste architecturale onderdeel een twee kilometer lange dubbeldeks tuibrug (ook wel ‘Lange Wapper’ genoemd) ontworpen door het ingenieursbureau Laurent Ney (Ney & Partners) en met Paul Robbrecht (Robbrecht en Daem) als landschapsarchitecten. Het project roept dusdanige vraagtekens op bij de autonomie van de architectuur in Vlaanderen dat wij een officieel bezwaarschrift hebben ingediend tegen het afleveren van een stedebouwkundige vergunning voor dit project. Het belangrijkste strijdpunt betreft de architecturale vormgeving van de twee pylonen van de brug die beslissend zijn voor het slagen en het falen van niet alleen de brug maar ook haar maatschappelijke baten.

Het oorspronkelijke ontwerp voorzag in een open, gespleten uitvoering van de koppen van deze pylonen, een oplossing die conform is aan de regels van het goede bouwmeesterschap onder andere omwille van de manier waarop zij de natuurwetten van de statica optimaal benut en deze visueel aanwezig stelt. Deze elegante oplossing verdween echter uit het definitieve ontwerp dat voorziet in meer lompe, gesloten pyloonkoppen, wat overduidelijk een kwalitatief minderwaardige oplossing is. De keuze voor deze gesloten uitvoering is eenzijdig doorgedrukt door de aannemer van de brug (het bouwconsortium THV Noriant) op grond van de meer gemakkelijke en goedkope uitvoering. Noch de opdrachtgever, het overheidsbedrijf BAM (Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel) die in dit geval het algemene, publieke belang vertegenwoordigt, noch de betrokken architecten konden hier iets aan veranderen. Doordat de betreffende aannemer in deze fase van het project door het wegvallen van diens concurrenten als enige uitvoerder was overgebleven, had de opdrachtgever weinig te kiezen. De architecten stonden machteloos omdat zij deel uitmaakten van het aannemersconsortium en er geen overeenstemming was over een effectieve procedure voor de interne kwaliteitscontrole door de architecten binnen het consortium. Zo mogen de architecten slechts na verschillende zogenoemde escalatieniveaus van meningsverschillen met de aannemer over het architecturale ontwerp overleggen met de opdrachtgever, en dan nog enkel via een door beide partijen gekozen bemiddelaar. Dit alles betekent een ernstige inbreuk op de autonomie van de architecten die binnen dit scenario meer dan ooit met lege handen staan tegenover de kortzichtige economische en pragmatische belangen van de aannemer, met alle negatieve gevolgen voor de architecturale kwaliteit van een project op een dergelijke schaal en met zo’n impact.

Wat deze regelrechte aanslag op de autonomie van de Vlaamse architectuur des te schrijnender maakt is het gebrek aan discussie hierover binnen de Vlaamse architectengemeenschap. Zelfs onder critici en theoretici heerst een absolute stilte over de inbreuken in de praktijk op de voor hen zo heilig geachte architecturale autonomie in een project met zo’n grote architecturale en maatschappelijke inzet als de Lange Wapper. Ons bezwaarschrift stapt in dit vacuüm en is behalve als aanklacht ook bedoeld om de verschillende partijen betrokken bij de bescherming van de architecturale autonomie en kwaliteit in dit dossier terug aan het werk te zetten om deze scheve situatie recht te zetten alsook meer effectieve alternatieven uit te denken. We denken hierbij in het bijzonder aan de Vlaams bouwmeester, de Antwerpse Stadsbouwmeester, de Orde van Architecten en het Vlaamse Kenniscentrum Publiek-Private Samenwerking. Tenslotte hopen we dat ook de architecten van zich zullen laten horen of in ieder geval de academici die al jaren pleiten voor de autonomie van de architectuur in Vlaanderen. We doen dan ook een dringende oproep dat de ware beschermheren van de autonomie van de Vlaamse Architectuur eindelijk opstaan!

Gepubliceerd in ‘De Architect’ #9, september 2009.

Categories: Architecture

Type: Article

Share: