Werk omvat het hele leven

BAVO


2014, Psyche

Werkhuis MIN werpt een licht op de functie van architectuur binnen de professionalisering van de beschutte werkplaatsen. Veelal charitatieve initiatieven werden in het laatste decennium opgenomen in een markt voor sociaal ondernemen. Zo ontstond Werkhuis MIN in 1959 in de schoot van de Bond Zonder Naam als een sociale organisatie met een beperkte tewerkstelling. Vandaag benoemt het zichzelf als een volwaardig verpakkingsbedrijf met een groot sociaal engagement.

Download PDF

De inversie van de termen laat zich merken. Terwijl Werkhuis MIN vandaag verpakkings- en verzendingswerk verricht voor meer dan 64 klanten, enclavewerking voorziet binnen externe bedrijven en in concurrentie staat met lage loonlanden, kende het in haar beginperiode eigenlijk nauwelijks of geen ‘klanten’. Indertijd werd weliswaar werk overgenomen van een naburig bedrijf (het huidige Massart-Navarre NV) maar de tewerkstelling voor ex-gedetineerden werd vooral gecreëerd in de verwerking van het alom bekende drukwerk van spreuken, postkaarten en dergelijke meer.

De inzet van het verpakkingsbedrijf voor mensen in nood blijft dezelfde – mits de opvallende wijziging in focus van charitatief werk naar (sociaal)economische doelmatigheid. De innige link met Bond Zonder Naam is verdwenen. Vandaag gaat het om het idee dat mensen met beperking bijzondere talenten hebben, bijvoorbeeld in het uitvoeren van repetitieve en precieze handelingen. De optelsom van de autonome handelingen vormt en verzet wel degelijk zinvolle arbeid.

Binnen het aanbod van beschutte werkplaatsen richt Werkhuis MIN zich op de onderste trede. Het gaat dan om tewerkstelling voor ex-gedetineerden, ex-geïnterneerden en mensen met een mentale beperking. Werkhuis MIN integreert hiermee zogenaamde doelgroepwerknemers in het arbeidscircuit en sluit zo aan op het zorgaanbod in o.a. het nabijgelegen forensisch verzorgingstehuis Hotel MIN en het psychiatrisch ziekenhuis Stuivenberg.

De specifieke doelgroep zorgt voor veel verloop van werknemers in de eerste maanden van tewerkstelling. Werknemers die niet aarden vallen terug op de arbeidszorg, terwijl andere doorstromen naar een meer gepaste werksituatie of zelfs de reguliere arbeidsmarkt. Op langere termijn ontstaat wel degelijk een vaste kern van werknemers.

De omslag in denken bij Werkhuis MIN is nauw verbonden met een fysieke metamorfose. In 2004 werd het werkhuis grondig gemoderniseerd naar ontwerp van META Architectuurbureau. De oude kroonkurkenfabriek op de hoek van de Merksemsesteenweg en Van Cortbeemdelei in Deurne was erg gesloten en onaangepast op het eigentijdse arbeidscomfort en veiligheidsvoorwaarden. Ten tijde van de charitatieve werking was de ‘bedrijfshuisvesting’ niet de eerste bezorgdheid en ook financieel minder evident.

Het ontwerp introduceerde licht en lucht in het donkere fabrieksgebouw door op alle verdiepingen de tussenmuren te slopen. Op de gelijkvloers bevindt zich het magazijn, de leveranciersingang en de fietsberging. De eerste en tweede verdieping werden ingericht als open werkvloer – met op de eerste verdieping het machinale werk en op de tweede verdieping het handwerk.

De bovenste verdieping werd ingedeeld in burelen, vergaderzaal, kleedkamers en cafetaria. Het interne overzicht blijft behouden door glazen scheidingswanden. Kleurige gordijnen verzekeren discretie in de burelen en vergaderzalen. Een vloerverhoging van 30 cm maakt het uitzicht op de stad Antwerpen mogelijk doorheen de oude fabrieksvensters.

De felle kleuren van de gordijnen corresponderen met een kunstinterventie van Perry Roberts. Hij voorzag op elke werkvloer een contrasterende kleur en aan de wand een overmaatse cijfer-aanduiding. De kunstinterventie zorgt nogal uitdrukkelijk voor een differentiatie en herkenning van de werkvloeren als de rode, blauwe, oranje of groene vloer.

Het bijgebouw in de Van Cortbeemdelei werd gesloopt en volledig herbouwd. Het volume biedt via trap en lift toegang tot de verschillende werkvloeren en het dak waarop twee petanque-banen aangelegd werden. Aan de straat vormt de grijze gevelbekleding voor een eigentijdse representatie van het bedrijf – wat uiteraard ten goede van de public relations.

Opvallend is dat de directie vooral de toegenomen trots onder werknemers waardeert. Een activeringsbeleid van zogenaamde zwakke werknemers is immers onmogelijk zonder het aanbieden van een werkplek die hen stimuleert om ook daadwerkelijk naar buiten te komen. De open werkvloeren willen een plaats bieden voor individuele ontplooiing (recht op werk) én gemeenschapsvorming (het bedrijf zorgt voor de sociale houvast en controle waar het veel werknemers aan ontbreekt in de individuele leefsfeer).

Ook de diverse buitenterrassen komen ten goede van de gemeenschappelijke sfeer. De architecten beargumenteren de terrassen omwille van de interessante getrapte vorm van het gebouw. (Een bedrijfspand is gebruikelijk een gesloten doos.) Voor de interne werking is de extra ademruimte vooral goed als afgebakende zone voor spontane ontmoeting – uiteraard ook als rookzone.

De gemeenschapsvorming wordt tenslotte versterkt door blootstelling aan buurtbewoners. De functionele scheiding tussen het nieuwe toegangsportaal en de werkvloeren maakt het mogelijk om ruimte (vergaderzaal, cafetaria en/of petanque-banen) ter beschikking te stellen aan buurtorganisaties. Op die manier worden de werknemers bekend gemaakt en opgenomen in nieuwe sociale netwerken.

Artikel gepubliceerd in Psyche, jaargang 26 (1), maart 2014, uitgave van VVGG

Tags: Psychiatry

Categories: Architecture

Type: Article

Share: