Trots zijn op Nederland

Beterweter


2008, HTV

Maandenlang stak Balkenende de loftrompet op over de VOC-mentaliteit in grote en kleine zaaltjes. Toen hij zichzelf in het parlement herhaalde maakte dit veel reacties los. Ik voelde me geïnspireerd om zelf maar een toespraak voor de premier te schrijven, waarin ik voor hem invul wat hij vergat te zeggen. Het Nederlandse nationalisme heeft haar eigen uitgevonden tradities als Koninginnedag en een keur aan historische feesten waarin het ‘wij’-gevoel gevormd wordt. Een van de belangrijkste slagzinnen van dit nationalisme is “waar een klein land groot in is”. Hoewel niet altijd benoemd, wordt hiermee gerefereerd aan de tijd waarin de Republiek met haar opkomend kapitalisme door de combinatie van haar militaire en economische macht even de wereldzeeën als de hare kon beschouwen. De VOC is de afkorting die deze tijd symboliseert. Dat deze ‘Gouden Eeuw’ nog steeds zo genoemd én geroemd kan worden is een uitdrukking van de hegemoniale positie in de samenleving van het kolonialistisch revisionisme dat ten grondslag ligt aan het Nederlandse nationalisme. Deze nooit uitgesproken toespraak werd eind 2006 gepubliceerd in het najaarsnummer van de antiracistische krant “De Fabel van de Illegaal”. Ter provocatie heeft een lezer dit woordenfestijn op- gestuurd aan Balkenende. In een persoonlijke reactie neemt hij de “gefingeerde tekst” ter kennisgeving aan. Ik lees dat als instemmend geknik. Een aanbod om de premier van woorden te voorzien heb ik tot op heden echter nog niet ontvangen. Gelukkig maar, want zo had ik de tijd om de toespraak voor deze gelegenheid te herschrijven.

Als ik hoor dat er gesproken wordt over Harry Potter, dan zeg ik: ook ik, als premier van dit land, kan niet toveren. Aan de andere kant droom ik wel. Van de jaren 50, toen ik als kleuter het land leerde kennen. Het gezin als hoeksteen. De vrouw achter aanrecht en kinderwagen. Dominee en pastoor brachten nog een bindend stemadvies uit. Toen we nog trots waren op ons land. Als Nederland hadden we nog normen en waarden, mijn normen en waarden. Soms droom ik ook een beetje van de Gouden Eeuw. Een Nederlandse droom. De eeuw waarin handel en nijverheid bloeiden, waarin we de zeeën bevoeren en ook over de grens ons mannetje stonden. We bedwongen het water met onze dijken en schepen. Aan de andere kant dwongen we ook respect af als Nederland. Bij de mensen in de Oost en de West die vaak op eigen kracht niet konden meekomen in de vaart der volkeren, niet konden deelnemen aan de beschaving. Het laat zien waar een klein land, ons land, groot in kan zijn. Nu zie je dat mensen weer interesse krijgen in de vaderlandse geschiedenis, in onze helden uit die tijd: Jan Pieterszoon Coen, maar vooral ook Michiel de Ruyter. Zij hadden die koopmansgeest en ondernemingszin, die VOC-mentaliteit: als je iets wilt bezitten, dan maak je het tot je eigendom. Als het gaat om vragen over vernieuwingsdrang, dan kunnen we hen tot voorbeeld nemen. Zij boden veel inheemsen een nieuwe uitdaging. Op het land dat wij voor hen ontwikkelden, of in het hiernamaals. Ook brachten onze mannen van stavast van die andere compagnie, de WIC, vele Afrikaanse talenten naar Nederlands Nieuwe Wereld. Helemaal aan de overkant van de Oceaan. Werk was er genoeg in die tijd. Iedereen kon meedoen, betaald of onbetaald. Dat is nou die VOC-mentaliteit! We kennen ook allemaal de verhalen over scheurbuik. De duizenden schrijnende gevallen van arme jongemannen, die op zoek naar een beter leven een schip opstapten. Het zijn beelden die in het geheugen zijn gebrand. Dat zij onderweg overleden, doet mij nog pijn aan mijn hart. Aan de andere kant hadden we het zonder hen natuurlijk nooit gered. De werkelijkheid is wel dat ze er zelf voor kozen om op dat schip te stappen. Om mee te doen. Daar zijn we hen eeuwig dankbaar voor. Voor die VOC-mentaliteit. Want Nederland is een land waar we trots op mogen zijn! En daarom erger ik me wel eens aan mensen die negatief doen over dat beetje bloed aan onze handen. We hebben vast wel eens iets verkeerd gedaan in al die jaren. Dat wil ik ruiterlijk toegeven. Want waar gehakt wordt, vallen spaanders. Nee, ik veridealiseer het verleden niet. Maar ondanks alle tekortkomingen van onze voorvaders, is onze vaderlandse geschiedenis wél inspirerend. Vóór de afgelopen parlementsverkiezingen is er veel gezegd en geschreven over de Turkse genocide op de Armeniërs. Mijn partij heeft Nederlanders van Turkse huize geweerd van de kandidatenlijst voor de komende verkiezingen. Zij wilden die gruwelijke volkerenmoord niet erkennen. Onze normen en waarden zeggen ons dat we hen een geschiedenislesje moeten leren. Duidelijk laten weten waar je voor staat. Dat is ook hier van belang. Als Nederland richten wij ons op de bebloede handen van anderen, over de grens. Want onze handen zijn schoon. In Nederland respecteren we de mensenrechten. Dat hebben we door de eeuwen heen geleerd. Zoals we dit jaar het jubileum van Michiel de Ruyter met een gerust hart vieren, hebben we dat enkele jaren geleden met die van die inspirerende VOC gedaan. We brachten de beschaving naar de Oost en de West. Maar nog steeds hebben we een missie. En daarom brengen we onze normen en waarden nu naar Amsterdam- Oost en -West. Weer die VOC-mentaliteit!

Vanaf anderhalve eeuw geleden mochten meer en meer Nederlanders stemmen. Ook zij moesten geloof in ons land krijgen. Vandaar dat we oude helden in een nieuw rood-wit-blauw jasje staken. Wie noch voedsel noch kleren had, kon zich nog immer wikkelen in de driekleur. En de rode vlag laten staan. Elke natie heeft een selectief geheugen. Ook de Nederlandse. Dat is maar goed ook. Er zijn altijd wel mensen te vinden die menen dat de schaduwzijden de bloedrode draad van de vaderlandse geschiedenis moeten vormen. Maar we moeten niet blijven hangen in dat negativisme. Wat gebeurd is, is gebeurd. We moeten onszelf leren vergeven. We mogen van onszelf weer met opgeheven hoofd in de spiegel kijken. Ook dat is tolerantie. Nederland is een land waar we met z’n allen best trots op mogen zijn!

Categories: Urban planning

Type: Article

Share: