Sprak er iemand over healing environment ?

BAVO


2017, Psyche

Een goed begin voor een kritiek van de ‘healing environment’ is Charles Jencks. Dat mag vreemd klinken. De eminente theoreticus schreef reeds in 1977 een historische werk over het gebruik van iconische en ironische beeldtaal in de postmoderne architectuur. Gebouwen werden opgevat als een ‘gigantische metafoor die hun eigen functie proclameren’.

Download PDF

Een voorbeeld van dergelijke retorische architectuur was het Odakuyu Drive-In Restaurant naar ontwerp van Kurokawa. Het gebouw was een stalen structuur met een zwevende doos (verwijzend naar de functie als restaurant) en een zwevend zeil (verwijzend naar de functie als biergarten). Ook Antonio Gaudi’s bekende Casa Batlo in Barcelona functioneerde als voorbeeld van een gebouw dat nieuwe betekenis genereert doorheen een bulk metaforen en symbolische verwijzingen.

Minder bekend is het engagement van Charles Jencks binnen de uitbouw van Maggie’s, een stichting voor de begeleiding van kankerpatiënten opgezet na het overlijden van zijn vrouw. Sinds 1995 werden een twintigtal verzorgingscentra uitgebouwd, verspreid over Groot-Brittannië. Maggie’s zijn opgevat als zelfstandige verzorgingscentra die zich nestelen in de marge van de grote ziekenhuizen van de National Health Service.

Spraakmakende architecten werden gemobiliseerd voor het ontwerp van Magggie’s. Rem Koolhaas, Zaha Hadid, Kisho Kurokawa, Richard Rogers, Norman Foster, Frank O. Gehry en vele andere gevierde architecten zijn verantwoordelijk voor een hele resem opvallende gebouwen – het ene gebouw al opvallender en gekker dan de ander. De inzet was om te komen tot een ‘architecturale petrischaal’ waarin op basis van hetzelfde bestek telkens een compleet andere vorm bekomen wordt.

Zo is het ‘keukenisme’ een terugkerend element in het ontwerp van Maggie’s. Elk centrum is opgebouwd rond een keuken die centraal geposteerd wordt aan de inkom van het gebouw. De keuken is een symbool van gastvrijheid en ontmoeting. In de keuken zien we de postmoderne logica uit de jaren 1970 doorschemeren. Eigenlijk is het hele gebouw een gigantisch monument dat zich afzet tegen de institutionele ziekenhuisfabrieken.

De iconische architectuur bleek een slimme commerciële techniek. Met enige zin voor ironie geeft Jencks openlijk toe dat het engagement van de indrukwekkende lijst sterarchitecten veel gratis reclame opgeleverd heeft in kranten en magazines. De iconische architectuur bleek goed voor fondsenwerving. De fundamentele vraag is echter of de architectuur ook een positieve impact heeft op de gezondheid?

In een essay beschrijft Charles Jencks hoe hij tijdens een BBC-radio interview in verlegenheid gebracht werd door precies deze vraag. Hij reageert gelaten. Zijn stelling was: ook al zou architectuur een positieve impact hebben, dan nog is het zo goed als onverifieerbaar. De scepsis is begrijpelijk, want het zou nogal aanmatigend zijn om te verkondigen dat architectuur iets vermag in het aanschijn van de dood. Op momenten van pijn en verdriet kan een term als ‘healing environment’ heel erg goedkoop klinken.

Jencks beschrijft vervolgens hoe hij in hetzelfde interview tegengesproken wordt door een arts van de National Health Service die voluit de kaart trekt van iconische architectuur. De arts situeerde het belang van de uitzonderlijke kwaliteit in Maggie’s niet in vermeende helende krachten, maar in de aangename werkomgeving. De stelling was: zorgpersoneel dat zich goed voelt, verstrekt betere zorgen aan de hulpbehoevende.

De impact van zorgarchitectuur komt hiermee uit een onverwachte hoek. De architectuur genereert in de eerste plaats een psychologisch effect bij het personeel. Op dit vlak lijkt de arts een perfecte leerling van het postmodernisme. Belangrijker is dat het subject van de zorgarchitectuur uitgebreid wordt. De arts verschuift de focus in de idee van ‘healing environment’ van de patiënt naar het personeel.

Een tweede psychologisch effect van de architectuur van Maggie’s situeert Jencks in wat beschreven staat als het Hawthorne effect. Personeel voelt zich niet beter omwille van een directe causaliteit tussen vorm of kleur en menselijk gedrag, maar omdat het personeel voor het eerst gevraagd werd door de directie wat kwalitatieve ruimte voor zorg op de werkvloer betekent.

Hiermee wordt de discussie over zorgarchitectuur voor de tweede keer verschoven. Healing environment gaat behalve om de vormgeving van een specifieke ruimte, minstens ook over de grondigheid van het ontwerpproces. Het ontwerp van ziekenhuizen wordt maar al te vaak opgevat als een technocratische vertaalslag van een statische zorgvisie naar ruimte. Maggie’s toont daarentegen hoe zorgarchitectuur een realiteit wordt in het diepgaand engagement met haar gebruikers.

Het label ‘healing environment’ wordt best niet langer licht toegepast als goedkoop excuus in het opnieuw aankleden van oude ziekenhuizen. Zorgarchitectuur vraagt in de eerste plaats een nieuwe ontwerpcultuur waarbinnen een kritisch engagement mogelijk is van de bestuurskamer tot de werkvloer.

Maggie’s Dundee, ontwerp: Frank O. Gehry

Maggie’s Manchester, ontwerp: Norman Foster

Maggie’s Nottingham, ontwerp: Piers Gough

Maggie’s Edinburgh, ontwerp: Richard Murphy

Maggie’s Aberdeen, ontwerp: Snohetta

Gepubliceerd in Psyche 29(1)

Tags: Psychiatry

Categories: Architecture

Type: Article

Share: