Kunst binnen en buiten de kliniek

BAVO


2013, Psyche

Kunst heeft een opmerkelijke functie in de context van de geestelijke gezondheid. Binnen de publieke overheidsopdrachten voor het architecturale ontwerp van zorginstellingen is het gebruikelijk om een budget te reserveren voor zogenaamde kunstintegratie. Zo werd kunstenaar Joost van Zanden betrokken in het ontwerp van de Opnamedienst Lumen van PC Sint-Jan Baptist in Zelzate. De bekleding van het glazen portaal en een lichtkoepel werpen een spectraal licht op de witte en kale ziekenhuismuren.

Download PDF

De kunstwerken zijn beperkt, maar verdedigbaar. De kleurrijke interventies verbergen de klinische functionaliteit van de brede, kille gangen in de opnamedienst. Wettelijke normen en technische vereisten zorgen voor de typische, geestdodende ziekenhuisomgeving zoals we het kennen vandaag. Kunst komt in dit geval tegemoet aan datgene wat in de zorgarchitectuur soms zo moeilijk blijkt: de creatie van een huiselijke omgeving voor verzorging of behandeling.

Kunstintegratie is niet altijd even succesvol. Zo werd op het dakterras van Hotel Min in de Antwerpse Seefhoek een bushalte met lantaarnpaal en vuilnisbak geïnstalleerd. Het betreft een kunstwerk van Koen Theys waarbij de kunstcel van de Vlaams Bouwmeester optrad als bemiddelaar. Het kunstwerk creëert een rustpunt op de interne wandeling doorheen het forensisch psychiatrisch verzorgingstehuis. Geïnterneerden verblijven er bij wijze van proef in een halfopen regime aan het eind van een behandelingstraject in OPZ Rekem.

Het dakterras is vandaag niet langer toegankelijk voor dagelijks gebruik. De huishoudelijke beslissing komt niet op rekening van de kunstenaar, maar wijst wel op het dwangmatige karakter van het kunstwerk. Problematisch is niet alleen de veiligheid van het dakterras, maar ook haar beperkte nutswaarde. De afsluiting van het kunstwerk toont dat niemand in Hotel Min vragende partij is voor dergelijke kunstintegratie. Daar bovenop komt het positieve stigma van de bushalte. Het kunstwerk vestigt onnodig aandacht op de labiele geestestoestand van de gasten die aan het eindpunt van een behandeling staan.

De bushalte druist in tegen de ‘onzichtbare zorg’ die Hotel Min aanbiedt in een onopvallende stedelijke omgeving. Een andere functie van kunst in de geestelijke gezondheidszorg is dan ook dringend nodig. De vraag is of kunst ook een bijdrage kan leveren aan de normalisering van de geestelijke gezondheidszorg.

We denken in de eerste plaats aan Museum Dr. Guislain in Gent. De uitzonderlijke kunsttentoonstellingen richten zich niet zozeer op patiënten, maar naar een breed publiek – vaak ook met kunst geproduceerd door patiënten. Hiermee sluit Museum Dr. Guislain de cirkel van de vermaatschappelijking. Het is een wettelijke verplichting om uitbehandelde doelgroepen uit het psychiatrische complex te halen en in de maatschappij te faciliteren. Met het museum vindt de buitenstaander de omgekeerde weg naar de psychiatrische kliniek – niet voor zorg of behandeling, maar voor culturele en vormende activiteiten.

In PZ Sint-Norbertus in Duffel zien we eenzelfde dubbele beweging in de vermaatschappelijking. Ook hier worden PVT’s in het dorpscentrum ingericht en ook hier worden de hoge instellingsmuren geslecht om het instellingsterrein toegankelijk te maken voor iedereen. In dit geval zorgt de organisatie van een triënnale voor beeldende kunst met alom bekende kunstenaars voor extra toeloop. Veel kunstwerken worden bovendien behouden als permanente installatie in de parkachtige omgeving. Zo zijn o.a. ‘The Stone Garden’ van Orla Barry en ‘Kapel van het Niets’ van Thierry De Cordier een blijvend resultaat van de Triënnale uit 2010.

De triënnale neemt het stigma van de psychiatrie weg. Maar het titelloze werk van Wim Cuyvers in de editie 2013 gaat nog een stap verder. Het werk bestaat uit twee voorstellen. Het eerste voorstel graaft een put op de voormalige stortplaats van het ziekenhuis. De interventie past in de fascinatie van Wim Cuyvers voor afval als indicatie van de existentiële ruimte. In het tweede voorstel wordt een patiënt een verblijf van een week aangeboden op Le Montavoix – een refuge die de kunstenaar inrichtte in de Franse Jura. De communicatie tijdens het verblijf gebeurt formeel via het uitwisselen van kaartjes die later publiek gemaakt worden. De enige, bepaalde activiteit bestaat uit een cartografie van het terrein van Le Montavoix op basis van drie referentiekaarten.

Voorstel 2 heft de opdracht tot kunstintegratie op. Het neemt een persoon weg uit het industrieel-klinische complex van de psychiatrie en biedt een toevluchtsoord. Op die plaats wordt de patiënt opgenomen in een vreemd spel van woorden en kaarten. Hiermee beantwoordt het kunstwerk uiteindelijk – al zal dat nooit de bedoeling geweest zijn – aan het streven van de Wet naar een genormaliseerde zorg. Voorstel 2 toont ook dat de opdracht van een onzichtbare zorg misschien wel buiten de architectuur gezocht moet worden.

Artikel gepubliceerd in Psyche, jaargang 25 (4), december 2013, uitgave van VVGG

Tags: Psychiatry

Categories: Art

Type: Article

Share: