Kliniek wordt stedelijk gebied

BAVO


2013, Psyche

De verstedelijking van Vlaanderen heeft op veel plaatsen de ruimtelijke segregatie van psychiatrische instellingen ongedaan gemaakt. De stedelijke dichtheid zorgde voor een spontane vermaatschappelijking van de psychiatrische zorg. De campus Sint-Jan Baptist in Zelzate is echter door haar ligging onmogelijk te integreren in het stedelijke weefsel.

Download pdf

Oorspronkelijk is de campus Sint-Jan Baptist uitgebouwd als buitenverblijf voor het psychiatrische ziekenhuis Dr. Guislain in Gent – dat door de stedelijke uitbreiding zijn groene omgeving verloren zag gaan. Vandaag ligt het psychiatrische ziekenhuis ingesloten tussen de expresweg N49 Knokke-Antwerpen, de R4 naar Gent, de staalfabriek ArcelorMittal en het kanaal Gent-Terneuzen. Hiermee is er zo goed als geen alternatief op de ruimtelijke segregatie van psychiatrie in Zelzate.

De Broeders van Liefde bewandelen twee pistes om de vermaatschappelijking van de psychiatrische zorg alsnog te bewerkstelligen. Enerzijds wordt de opvang en behandeling van patiënten zoveel mogelijk buiten de muren van de instelling georganiseerd. Hiertoe werden begeleide woontrajecten opgezet in de woonkernen van Zelzate. Het gaat dan om dagcentra, opvangwoningen (waarin familiesituaties gesimuleerd worden) en verzorgingstehuizen (o.a. PVT Krekelmuyter).

Anderzijds wordt de campus ruimtelijk gereorganiseerd om zo zijn karakter als non-plek zoveel mogelijk teniet te doen. De integratie van de zorgcampus in de stad Zelzate mag dan schier onmogelijk zijn, Sint-Jan Baptist kan wel uitgroeien tot een volwaardig stedelijk gebied. Hiertoe werd in 2004 een ruimtelijk masterplan opgesteld dat door een aantal strategische nieuwbouwprojecten een gevoel van samenhang creëert. Door de jaren verrees aan de achterzijde van het indrukwekkende 250 meter lange hoofdgebouw (daterend uit de 19de eeuw) een versnipperd landschap van paviljoenen.

De Opnamedienst Lumen – gerealiseerd in 2010 naar een ontwerp van architect Patrick Lefebure – is de hoeksteen van het ruimtelijk masterplan. In de regionale opnamedienst komen patiënten korte tijd voor opname, observatie en diagnose. . Behandeling is beperkt tot korte trajecten en nazorg. Op die manier is de dienst een centraal punt in het uitgebreide aanbod verspreid over de campus en de regio.

Opvallend is de situering van de toegang van de opnamedienst aan de oostzijde van de campus. Het is een begin van de nieuwe centrale as die de campus van binnenuit ontsluit. In de praktijk was deze zij-ingang al lang de informele toegangsweg tot het ziekenhuis en de paviljoenen die verspreid liggen aan de achterzijde van het 19de-eeuwse complex. Op dezelfde as bevinden zich o.a. het psychiatrische verzorgingstehuis (PVT) en het noodgebouw voor forensische opvang.

Kenmerkend aan het ontwerp is ook het duidelijk afgelijnd volume. De centrale doelstelling is het benutten van de restruimte als een levende overgangsruimte. Dat staat in schril contrast met de paviljoengedachte die op het eind van de twintigste eeuw gehanteerd werd. Elke afdeling werd in een afzonderlijk paviljoen ondergebracht op een veilige afstand van elkaar. Het resultaat was een versnippering van de campus met veel nutteloze tussenruimte. Met de invulling van de laatste als tuin, plein of ontspanningsplek kan wat nu een vaag terrein is, functioneren als verbindend element tussen de verschillende paviljoenen.

De patio’s zijn de elementaire deeltjes van het gebouw. Het is een gemeenschappelijke ruimte die plaats biedt voor ontmoeting, maar toch geborgen is door het welomlijnd geheel van de opnamedienst. Tegelijk doorbreken de patio’s de muren van de psychiatrische instelling en bieden de patiënten zo een uitkijk op een andere wereld buiten de instelling. Het onthaal, de apotheek, de dagopvang en de open unit situeren zich daarom aan de noordgevel rond halfopen patio’s. De crisisunit en gesloten unit situeren zich aan de zuidzijde rond ingesloten patio’s, waardoor alsnog licht, lucht en ruimte binnendringt in deze gesloten afdelingen. Zelfs de isoleercellen kregen – heel ongewoon – een eigen interne patio, waardoor de patiënten in time-out op een eigen buitenruimte uitkijken.

Het tweede principe dat het ontwerp structureert, is de brede, centrale gang. Het vormt een ruggengraat die vanuit de inkom alle verschillende units en diensten aaneenrijgt. De interne gangen vertrekken als gesloten lussen vanuit de centrale gang. Op verschillende manieren is gezocht om de gang te ontdoen van de gebruikelijke klinische functionaliteit. Zo vormt de inkomhal en centrale koepel een lichtkunstwerk van Joost van Zanden dat een speels kleureffect reflecteert in de centrale gang. Veel minder visueel aanwezig, maar daarom niet minder belangrijk is de weloverwogen breedte van de gangen in de opnamedienst. Via een procedureslag bij de afwijkingscommissie Binnenlandse Zaken kon de normering aangepast worden van 2,4 naar 1,8 meter – een afmeting die veel meer geborgenheid biedt aan patiënten en praktisch mogelijk is omdat in een opnamedienst niet met bedden gerold wordt.

Opnamedienst Lumen is de hoeksteen van de modernisatie van de campus Sint-Jan Baptist. Veel is gelegen aan de toekomstige bouwopdrachten, zoals de in aanbouw zijnde geriatrische eenheid en de geplande forensische eenheid. Evenveel – of misschien wel meer – is gelegen aan de eventuele afbraak van het immense hoofdgebouw en de vervangende bouwprojecten. Pas dan zal blijken of de structurerende principes van de opnamedienst draagkrachtig genoeg zijn om ook de hele zorgcampus om te vormen tot een complex, maar welomlijnd stadsdeel.

 

Artikel gepubliceerd in Psyche, jaargang 25 (3), september 2013, uitgave VVGG

Tags: Psychiatry

Categories: Architecture

Type: Article

Share: