Franchorchamps aan de Maalbeek

BAVO


25/01/2018, BRUZZ

Hoe kan op een gewestweg met drie rijstroken in beide richtingen een ‘zone 50’ van kracht zijn zonder enige verkeersremmers en zonder goed uitgeruste oversteekplaatsen?

Ik stelde de vraag aan de bevoegde ministers nadat mijn zoontje van vijf slachtoffer was geworden van een ongeval met vluchtmisdrijf op een zebrapad op de Lambermontlaan, gelukkig zonder blijvende gevolgen. De Lambermontlaan is een deel van de zogenoemde middenring die vertrekt van de A12 om in het zuiden op te lossen in het Ter Kamerenbos. Er ontstond een een-tweetje tussen de Brusselse ministers Pascal Smet (SP.A), bevoegd voor Mobiliteit, en Bianca Debaets (CD&V), bevoegd voor Verkeersveiligheid. Slotsom was dat verkeersveiligheid belangrijk is, maar niet belangrijk genoeg om de verkeersinfrastructuur aan te passen. Verkeersremmers zouden immers de doorstroming in het gevaar brengen.

Het probleem is tegelijk het goede nieuws. De verstrengeling van mobiliteit en verkeersveiligheid maakt halve maatregelen eigenlijk ondenkbaar. Een compromis tussen mobiliteit en verkeersveiligheid is onzinnig. Een oplossing voor de verkeersveiligheid zal een geïntegreerde oplossing zijn of zal er geen zijn. Zo is er in het geval van de middenring geen enkele reden om de derde rijstrook te behouden. De bestaande vernauwingen en het afslaand verkeer creëren slingergedrag van auto’s die bij elk kruispunt opnieuw optrekken naar het derde vak om een eind verder opnieuw te ritsen. De parallelstroken dienen slechts als sluipweg. De derde rijstrook in beide richtingen opheffen zal tot een vlottere doorstroming leiden. Bovendien schept het extra ruimte (2×3,50 meter) voor veilige oversteekplaatsen, afgescheiden fietspaden en nog veel meer.

Uitnodigingen tot agressie
Na het zoveelste verkeersongeluk met vluchtmisdrijf in Schaarbeek ontstond er nog een ander een-tweetje rond verkeersveiligheid. Burgemeester Bernard Clerfayt (Défi) zag in Terzake (08/01) niet zozeer een probleem in de verkeersinfrastructuur, maar wel in de mentaliteit van autobestuurders. De vergoelijkende reactie van de burgemeester – “Schaarbeek is geen Francorchamps” – kreeg veel tegenwind, maar was niet helemaal van de pot gerukt. Straatraces zijn één ding. Maar wat met de sluimerende verkeersagressie? Dreigend naderen tot op de rand van het zebrapad, toeteren als het traag gaat en naroepen als je naast een kind fietst, het zijn vormen van agressie die onder de huid kruipen. In die gevallen spreken we niet eens over snelheidsduivels, maar evengoed over autobestuurders die tien minuten later aan de schoolpoort arriveren.

Het neemt niet weg dat de burgemeester goed weet dat een algemene mentaliteitswijziging alleen mogelijk is door concrete ingrepen. Een schepen bevoegd voor mentaliteitswijzigingen is er voorlopig niet, maar zou zichzelf mooi belachelijk maken. Het is obsceen om te verwachten dat mensen zich hoffelijk gedragen in het verkeer binnen een stratenpatroon dat uitnodigt om de hoeken kort te nemen, voorsorteren op de busstrook, een shortcut door het park, niet om kijken naar fietssuggestiestroken, rondjes draaien aan het gemeentehuis, … Onder de bevoegdheden die de lokale overheid kan inzetten ter bevordering van verkeersveiligheid zit in de eerste plaats de inrichting van de lokale verkeersinfrastructuur. En zo ontstaat een discussie waarin je onopgemerkt verglijdt van infrastructuur naar mentaliteit en terug.

Het brengt ons op een derde een-tweetje: deze keer tussen strengere regels en toezicht op de regels. Schaarbeeks schepen Adelheid Byttebier (Groen) stelde in het BRUZZ-journaal (08/01) dat de verkeerspolitie in zone Brussel-Noord op halve capaciteit werkt. De inzet van alle politiekrachten in de strijd tegen terrorisme gaat ten koste van het toezicht op verkeer. De schepen onthield zich van commentaar op het Kanaalplan van de federale minister van Veiligheid Jan Jambon (N-VA). De discussie zal wel gevoerd moeten worden. Een voorstel doet de ronde om in heel Brussel een ‘zone 30’ in te stellen. Het is een goed plan, maar kan opnieuw obsceen zijn: mensen krijgen een ‘graag traag’ suggestie binnen een context waarin ze goed weten met alles weg te komen bij gebrek aan toezicht op verkeersregels.

Vijf seconden
In de discussie over verkeersveiligheid wijzen de bevoegde diensten naar elkaar. Ligt een oplossing in de mobiliteit of verkeersveiligheid? In de mentaliteit of infrastructuur? In scherpere regels of in het toezicht op de regels? Ondertussen blijft alles bij hetzelfde. Na het ongeluk met mijn zoontje schreef een ambtenaar bij Mobiel Brussel met blijdschap dat de verkeerslichten bij een oversteekplaats op de Lambermontlaan bijgesteld zijn. Voetgangers kregen vijf seconden extra om over te steken. Alleen: de extra tijd telt enkel als de ochtendspits voorbij is. De ambtenaar schrijft rekening te moeten houden met doorstroming. Die goedbedoelde actie heeft een heel erg wrange nasmaak. Vijf seconden voor een kinderleven. Op het moment dat een kind in de schoolbanken zit.

Tags: Brussels

Categories: Urban planning

Type: Article

Share: