Article

Formele eigenschappen van de rechtspraak in Hasselt

BAVO


2012, Stad Hasselt

Image: Philippe Van Gelooven

Hasselt opent de deuren van een nieuw Gerechtsgebouw. Reeds bij de constructie bepaalde het gebouw de zichtlijnen van de stad. Deze tekst beschrijft hoe het gebouw met de spectaculaire gevelconstructie de hefboom vormt voor de ontwikkeling van de Hasseltse stationsomgeving en symbool staat voor een moderne rechtspraak.

1) In de architecturale vormgeving

Het nieuwe Gerechtsgebouw torent hoog boven de skyline van Hasselt. De excentrieke vorm van het gebouw en dito gevelbekleding draagt bij aan haar massieve karakter. Het ontwerp is naar de hand van de sterarchitect Jürgen Mayer H. in samenwerking met architectenbureaus a2o en LensAss. Het gebouw wordt onderverdeeld in een laag deel van zes bouwlagen en een hoog deel van nogmaals zes bouwlagen. De onderverdeling komt grosso modo overeen met respectievelijk de kantoren van de rechtbank en deze van het parket. De twee eerste verdiepingen bieden huisvesting voor enerzijds de zittingszalen van de rechtbank en anderzijds de rechtsbibliotheek. Aan de zijde van de zittingszalen zijn de twee verdiepingen onderling verbonden met een atrium.

Het geheel is bovenop een bestaande parking gebouwd die door het verhogen van het talud schijnbaar ondergronds gelegen is. Behalve via de parking is het Gerechtsgebouw toegankelijk vanop de nieuw aangelegde en verhoogde Parklaan. Hiermee belanden we op het eerste opvallende kenmerk in het ontwerp van het Gerechtsgebouw. Het inkomportaal heeft een bescheiden schaalvoering in vergelijking met de totale proportie van het complex. In het verlengde hiervan is ook de salle des pas perdus niet langer een overmaatse lege ruimte, maar een bescheiden verlengstuk van de inkomhal van waaruit de bezoeker toegang krijgt tot de zittingszalen en de rechtsbibliotheek. Enkel het atrium refereert naar het spel van zien en gezien worden dat gebruikelijk plaatsgrijpt in de salle des pas perdus.

Verder is het opmerkelijk dat alle verdiepingen van het Gerechtsgebouw – mits minimale verschillen – dezelfde heldere opbouw van het plattegrond herhalen. Op alle verdiepingen bevinden de kantoren zich aan de voor- en achtergevel. De kantoren worden gescheiden door een kern waarin de circulatie opgeborgen zit samen met technische lokalen. Zo ontstaat achter de eigenzinnige gevelbekleiding een compact gebouw met een doorgedreven rationalisering van het ruimtegebruik. De beschikbare kantooroppervlakte is gemakkelijk aan te passen naar gelang de veranderende behoeften van het complexe justitiële programma. Enkel de twee benedenverdiepingen wijken enigszins af van het schema, maar ook hier verdwijnen de trappenpartij en liften in de brandveilige koker.

De exogene ontwerpaanpak voorkomt dat de gebruiker van het Gerechtsgebouw opgevoerd wordt als spektakelelement. Zo werd de vraag naar een transparante rechtspraak in het nieuwe Gerechtsgebouw van Gent, ontworpen door Stéphane Beel, letterlijk vertaald in architecturale transparantie. De glazen straatgevel en dito scheidingswanden dramatiseren in dat geval de circulatie van magistraten, advocaten en rechtssubjecten voor het oog van de voorbijganger. De spectaculaire vorm van het Gerechtsgebouw in Hasselt – dat ontegensprekelijk om aandacht schreeuwt – respecteert daarentegen de gebruikers van de rechtspraak. De circulatiestromen worden niet publiekelijk te kijk gezet en raken elkaar slechts op de kortsluitingen in het ruimterelatieschema. Hierdoor kan de gebruiker op een ongedwongen, humane manier genieten van rechtspraak.

Het blijft evenwel onduidelijk of de afstemming tussen de architecturale vorm en het justitiële programma opzettelijk gebeurde. Bij het uitschrijven van de ontwerpwedstrijd was het programma immers niet bekend – al werd er in de wandelgangen en media druk gespeculeerd over de mogelijke invulling van het gebouw. Aangezien een nieuw gerechtsgebouw in de lucht hing, hielden alle ontwerpteams enigszins rekening met dergelijk programma. Niettemin blijft het zo dat de ontwerpwedstrijd enkel georganiseerd werd rond de schil van een administratief torengebouw bovenop een reeds bestaande parking. Pas in een late fase kregen de winnaars van de ontwerpwedstrijd de opdracht het gebouw te programmeren als het nieuwe Gerechtsgebouw van Hasselt.

De beperkte ontwerpopdracht ten tijde van de wedstrijd verklaart de onopzettelijke, generieke architectuur van het Gerechtsgebouw. De identiteit van het gebouw ligt letterlijk gedrapeerd rond een kantooroppervlakte die even inwisselbaar is als haar programma. Het nieuwe Gerechtsgebouw is in de eerste plaats ontworpen als een administratief gebouw waarin vorm primeert op programma. Op de kantorenmarkt is de zichtbaarheid en uitstraling van een gebouw primordiaal: de huisvesting is het gezicht van een bedrijf. Nuttige oppervlakte, functioneel gebruik en flexibele indeling belichamen daarbij een belangrijke architecturale meerwaarde.

Het nieuwe Gerechtsgebouw van Hasselt toont zo hoe een veranderend opdrachtgeverschap van de overheid doorwerkt in de architecturale vormgeving. De Regie der Gebouwen (de dienst van de Federale Overheid bevoegd voor het huisvesten van ambtenaren) huurt het Gerechtsgebouw van de projectontwikkelaar NV SOHA (wat staat voor Stationsontwikkeling Hasselt). Deze laatste is een dochteronderneming van Eurostations NV die op haar beurt het vastgoedbedrijf is van de NMBS Holding. In deze publiekprivate samenwerking treden de verschillende Rechtbanken en het Parket van Hasselt op als gebruiker van een gebouw waarvan de eigenaar reeds anticipeert op een eventuele programmawijziging in de toekomst.

2) In het stedelijke ontwerp

De projectontwikkeling van de Hasseltse stationsomgeving brengt ons op een tweede opmerkelijke eigenschap van het nieuwe Gerechtsgebouw. Het trotse en opvallende torengebouw is naast louter architectuur, vooral ook een stedelijke ingreep. Het nieuwe Gerechtsgebouw van Hasselt is de hefboom voor de kapitalisering van een verlaten spoorwegemplacement dat verborgen lag tussen ring, stadscentrum en invalswegen. In opdracht van de NMBS, eigenaar van de gronden, en stad Hasselt, belanghebbende, tekenende het ontwerpbureau West 8 een stedenbouwkundig masterplan voor de site. Het structurerend element in het voorstel van West 8 betrof de Parklaan: een nieuwe route die slingert vanaf de ring via de spoorweg en het Vlaams Administratief Centrum (zgn. VAC naar ontwerp van bOb Van Reeth) over de Koningin Astridlaan tot aan het historische stadscentrum. Hiermee hadden de ontwerpers een stadsboulevard voor ogen die werd bekroond met twee torengebouwen en de levensader vormt van het nieuwe stadsdeel.

Vandaag doet één van de torengebouwen dienst als Gerechtsgebouw. In een vastgoedoperatie van deze omvang is het noodzakelijk om een programma te strikken dat voldoende draagvlak heeft om de torenhoge ambities waar te maken. Via bemiddeling van de toenmalige provinciegouverneur Steve Stevaert werd de stationsontwikkeling gekoppeld aan een centralisering van een aantal Rechtbanken die tot dan toe verspreid lagen over het grondgebied van Hasselt. Doorslaggevend was het soortelijke gewicht die het herhuisvestingsprogramma voor Justitie belichaamt zowel qua benodigde bureauoppervlakte als gegarandeerde huuropbrengsten. Deze elementen minimaliseren de risico’s van de onderneming en stellen de projectontwikkelaar in staat een vliegende start te nemen.

Het verweven van de belangen van Justitie in de ontwikkeling van de stationsomgeving biedt een tweetal voordelige neveneffecten. In de eerste plaats belichamen gerechtsgebouwen een eerbiedwaardig programma die zichtbaarheid verleent aan de stationsomgeving. Gerechtsgebouwen vormen immers vanouds eyecatchers in het stedelijke weefsel waarrond pleinen en boulevards gecentreerd liggen. Even belangrijk is de levendige economie die ontstaat rondom gerechtsgebouwen, onder invloed van de toevoer van personen en goederen, kantoorverhuur voor advocatuur en gelegenheden voor informele ontmoeting. Op die manier is de verwachting dat het Gerechtsgebouw uitgroeit tot bepalend element dat leven en werk introduceert in het voormalige spooremplacement.

De stedelijke ontwikkelingsdynamiek rond rechtspraak is uitdrukkelijk gemobiliseerd in de bouwopdracht van nieuwe gerechtsgebouwen in België. In Antwerpen vormt het Justitiepaleis, ontworpen door Richard Rogers, een nieuw baken op Zuid en droeg het bij aan de opwaardering van de buurt rond de Bolivarplaats. Het eerder vernoemde Gerechtsgebouw in Gent vormt op haar beurt een hefboom voor de sanering van het verloederd stadsdeel rond de Rabot-torens. In beide gevallen zien we dat de gerechtsgebouwen inspelen op een omgeving die zorgvuldig rond haar uitgetekend is – dit brengt ons op het tweede voordeel van de inbedding van Justitie in de ontwikkeling van de Hasseltse stationsomgeving.

Een tweede voordeel is dat er in Hasselt geen creatieve destructie nodig was voor de omvangrijke herhuisvestingsoperatie die de centralisatie van de Rechtbanken van Hasselt met zich meebrengt. Het stadsweefsel in Brussel wordt vandaag nog steeds getekend door de afbraak die nodig was voor de bouw van het imposante Justitiepaleis, ontworpen door Joseph Poelaert (1860). Ook in Gent werd een woonwijk gesloopt ten voordele van de groene omgeving van het nieuwe Gerechtsgebouw. In Hasselt biedt de bouwlocatie in de marge van het stedelijke weefsel een maagdelijk terrein voor stadsverdichting waarin de overschot aan ruimte plaats biedt voor een gemengd woon- en werkprogramma. Het nieuwe Gerechtsgebouw is de voorloper van het tweede torengebouw, ontworpen door Zwarts & Jansma Architects, waarin naar verwachting woningen ondergebracht worden.

De ruimere inbedding van het Gerechtsgebouw in Hasselt ontbreekt vandaag echter. Vooralsnog zijn weinig tot geen tekenen te ontdekken van de uitdijende stadsontwikkeling die in het masterplan voorop gesteld werd. De beoogde verbinding met het Vlaams Administratief Centrum is nog niet gebeurd, evenals de strategische verbinding van de verhoogde esplanade met een fiets- en voetgangersbrug over de sporen heen. Ook blijft het neerdruppeleffect van het Gerechtsgebouw op de vastgoedmarkt voorlopig uit – dit terwijl de vastgoedmarkt zich in Gent en Antwerpen al bij de locatiekeuze roerde. De Hasseltse stationsomgeving lijdt zo nog steeds een ruimtelijk geïsoleerd bestaan. Dit, terwijl de Parklaan voorlopig door het leven gaat als majestueuze oprijlaan van het Gerechtsgebouw.

3) In de ruimtelijke identiteit

Het nieuwe Gerechtsgebouw van Hasselt vormt naast architecturaal icoon en stedelijke ingreep uiteindelijk ook het orgelpunt op de modernisatie van Justitie. De nieuwbouw van gerechtsgebouwen in tal van gerechtelijke arrondissementen in België (Gent, Antwerpen, Bergen, …) is het exponent van de maatschappelijke roep naar een transparante en performante rechtspraak. Enkele pijnlijke gebeurtenissen in de jaren ’80 en ’90 vormden een grondige aantasting van de geloofwaardigheid van Justitie. De negatieve publieke opinie bereikte een triest hoogtepunt met de zaak Dutroux waarvan de omvang op dramatische wijze tot uiting kwam met de zogeheten Witte Mars. In de daaropvolgende hervorming van Justitie bleek de modernisatie van het patrimonium een geschikt middel om de weinig rooskleurige beeldvorming grondig bij te stellen.

Het grootscheepse nieuwbouwprogramma is dan ook minstens even belangrijk als de organisatorische boedelopruiming, zoals de herindeling van de gerechtelijke arrondissementen, het wegwerken van dossierachterstand en het verkorten van procedures. De gerechtsgebouwen vormen immers het eerste aanrakingspunt voor de rechtzoekende burger en deze laatste werd in Hasselt tot voor kort in gespreide slagorde benaderd. Dit gebeurde bovendien in verouderde en afgeschreven gebouwen – sommige daterend uit de 19de Eeuw. De infrastructuur was onaangepast aan de werkelijke behoeften van een eigentijdse rechtspraak en kende bovendien een verborgen bestaan in het stadscentrum. Het nieuwe Gerechtsgebouw van Hasselt biedt een centraal onderkomen aan de diverse rechtbanken en stelt haar zichtbaar aanwezig in de stad.

Naast de public relations, verbetert het nieuwe Gerechtsgebouw evenzeer de interne werking van Justitie. De centralisatie van een zevental rechtbanken die vandaag verspreid liggen over de stad is een unieke mogelijkheid om de verschillende vormen van rechtspraak op elkaar af te stemmen. Hiermee ontstaat een centraal aanspreekpunt van waaruit de gebruikers bij de gepaste rechtbanken voorgeleid worden. De nabijheid van de verschillende rechtbanken maakt ook een gemeenschappelijk gebruik mogelijk van zittingszalen en andere voorzieningen. De synergie is verder uitgebouwd door het ontsluiten van het Gerechtsgebouw voor studenten en onderzoekers van de Universiteit Hasselt die gebruik kunnen maken van de rechtsbibliotheek en de gelijkvloerse zittingszalen.

Te midden van alle nieuwe gerechtsgebouwen in België slaagt dat van Hasselt wellicht het meest in haar ambitie om de rechtspraak te moderniseren en zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen. In Gent vervangt het ene spektakel het andere: werd de burger eerst geïmponeerd door een duister en neobarok monument voor Justitie dan gebeurt het nu door een transparante en maagdelijk witte rechtspraak. Het Gerechtsgebouw in Hasselt is integendeel gehuisvest in een icoon die je vandaag in elke zichzelf respecterende stad aantreft. Ondergebracht in een opbrengsteigendom verschijnt de rechtspraak in Hasselt als een vanzelfsprekend en alledaags onderdeel van het stedelijke leven.

Ook de locatiekeuze draagt bij aan de aanpassing van het justitieel programma aan de stedelijke conditie in de 21ste eeuw. In Gent en Antwerpen werd de locatiekeuze bepaald door een traditionele ringcultuur waardoor de zichtbaarheid van het Gerechtsgebouw beperkt blijft tot het voorbij snellende autoverkeer. In Hasselt daarentegen profiteert het nieuwe Gerechtsgebouw van een multimodaal knooppunt om prominent aanwezig te zijn in de stad. Het mobiliteitsvraagstuk in een versnipperd Limburgs woonlandschap zorgt ervoor dat knooppunten van publiek transport steeds meer ontwikkelen tot het kloppende hart van de stad. Stationsomgevingen integreren vandaag het sociaal en economisch leven dat vroeger in haar schaduw ontwikkelde. Hierdoor veranderen stations in ijltempo van loutere overstapplaatsen tussen stad en ommeland naar fora waar de stedelijke dynamiek zich bij uitstek manifesteert.

Er moet echter opgelet worden dat de kwaliteitsinjectie in de stationsomgeving niet een averechts effect heeft en leidt tot een verloedering van de directe omgeving. In veel steden zien we dat de traditionele middenstand en de aanwezige kantoorfaciliteiten rondom de stationsomgeving moeilijk concurreren met het nieuwe aanbod in het station. In dat geval lost het nieuwe Gerechtsgebouw als centraal element in de ontwikkeling van de stationsomgeving geen probleem op, maar verschuift het eerder een probleem om tenslotte als een boemerang terug te keren. Een achterblijvende buurtontwikkeling rondom de Hasseltse stationsomgeving heeft immers een direct gevolg voor het imago van het Gerechtsgebouw. Zolang de zone rond de stationsomgeving gereduceerd wordt tot invalsweg en doorgangsgebied, blijft het nieuwe Gerechtsgebouw enkel bereikbaar door met gebogen rug op te klimmen naar de Parklaan.

Slotopmerking

Het nieuwe Gerechtsgebouw is hierboven beschreven als architecturaal icoon, stedelijke ontwikkeling en ruimtelijke identiteit. De dynamiek tussen de drie registers werpt een licht op de rol van architectuur binnen deze modernisatie van de rechtspraak. Zo zien we dat de hervorming van de rechtspraak in Hasselt vooral ligt in haar normalisatie – eerder dan de dramatisatie ervan in de Gerechtsgebouwen van Gent en Antwerpen. Het resultaat toont een onopzettelijke architectuur die aansluit op de dagelijkse realiteit van de 21ste Eeuw waarin stations opereren als kloppend hart van de stad. Enkel de boomstructuur van de voorzetgevel vormt een kunstzinnige verwijzing naar oude tradities in de Rechtspraak – hoewel het evengoed gelezen kan worden als een verwijzing naar de stad Hasselt.

Gepubliceerd in: Willem Driesen en Tony Heeren (red.), Rechtspraak achter schuine gevels: Een nieuw huis voor het gerecht in Hasselt, uitgave Stad Hasselt, 2012

Categories: Architecture

Type: Article

Share: