De noodzaak van een enthousiast artistiek leiderschap in de formatie en activatie van creatieve coalities in Nederland: de Rotterdam Code

BAVO


2009, Jap Sam Books

1. Creatieve coalities en artistieke discipline

1.1 Nood aan creatieve coalities

Er is vandaag de dag grote nood aan een nieuw maatschappelijk visioen dat als basis kan dienen voor de overdracht van macht aan het volk. Enkel een nieuw visioen kan een einde brengen aan de verouderde antagonistische visie op de samenleving, waarbij duidelijk afgelijnde partijen – ‘de’ burger, ‘de’ staat, ‘het’ kapitaal – elk de eigen belangen bevredigen over de rug van de anderen heen. In een dergelijk scenario is geen ruimte voor een vruchtbaar samenwerkingsklimaat tussen burgers, overheden en marktpartijen. Het achterhaalde idee om belangen te verdedigen middels oppositievoering voedt onderling wantrouwen en stelt het volk in staat doofstom te blijven voor geïnteresseerde partijen.

Om dit archaïsche vijandsbeeld – en de angsten en passiviteit die het veroorzaakt – te doorbreken is het uiterst productief om de samenleving te zien als een vlechtwerk van krachten en actoren die met het oog op een maximaal rendement voortdurend op zoek zijn naar synergie. Het grote voordeel van dit scenario is dat er niet langer zoiets bestaat als ‘de’ staat, ‘het’ kapitaal of ‘het’ volk. Deze abstracte eenheden vallen nu uiteen in verschillende actoren die elk op hun eigen werkingsniveau een bepaalde expertise bezitten, capaciteit benutten en belangen nastreven – die bovendien tijdelijk en lokaal kunnen samenvallen. Hierdoor opent zich een situatie van overleg met als gevolg directe gevoelens van eenheid en betrokkenheid tussen actoren die samen streven naar een democratische win-win oplossing.

Deze dynamische visie op het maatschappelijke gebeuren is mogelijk voor zover actief gezocht wordt naar wat ‘creatieve coalities’ heet. Alle politieke, economische en civiele actoren moeten worden aangezet om op ongedwongen wijze en rond specifieke projecten de wederzijdse capaciteiten en verlangens af te wegen. Deze democratische samenwerking stelt de verschillende actoren in staat om het creatieve kapitaal dat zij gezamenlijk vertegenwoordigen, niet onbenut te laten. Een creatieve coalitie is de beste garantie voor het behalen van de hoogste maatschappelijke winst en deze winst ook op duurzame wijze te verankeren in de particuliere belangen van de betrokken actoren.

1.2 Het leiderschap van de kunst

Het vormen van een creatieve pact is echter niet vanzelfsprekend. Het meest heikele obstakel is het historisch gegroeide wantrouwen onder burgers ten aanzien van samenwerking met maatschappelijke partners. Ook de bevoogdende houding van overheden en marktpartijen ten aanzien van menselijk kapitaal staat coalitievorming in de weg. Deze weerstanden smelten echter als sneeuw voor de zon zodra de creatieve coalitie eenmaal in werking is gesteld en haar eerste vruchten afwerpt. Het is pas op het ogenblik dat menselijk kapitaal binnen een creatieve coalitie aangeboord wordt, dat elke betrokken partij de onuitputtelijke meerwaarde ervan kan en zal erkennen. Het is duidelijk: een creatieve coalitie moet niet enkel gevormd worden, het moet ook proactief in werking gesteld worden om haar vruchten af te werpen.

Er is leidende rol weggelegd voor kunstenaars binnen de formatie en activatie van creatieve coalities. Twee fundamentele eigenschappen van de artistieke discipline moeten hierbij voor ogen gehouden worden:

1) In de eerste plaats is er de voorbeeldfunctie van de kunst. Creatieve coalitievorming is – bewust of onbewust – een cruciaal onderdeel van de dagelijkse beroepspraktijk van kunstenaars. In het verwerkelijken van creatieve ideeën zijn kunstenaars voortdurend op zoek naar andere belanghebbende partijen die bereid zijn om bij te dragen aan het realisatieproces. In het bijzonder binnen de zogenaamde ‘kunst in de publieke ruimte’ of kunst die wordt uitgevoerd binnen de context van probleembuurten is het een standaardpraktijk om als kunstenaar coalities aan te gaan op het vlak van implementatie, draagvlak en financieringsbehoeften met zowel overheden (gemeente- en deelgemeentebestuur), semi-publieke instellingen (wooncorporaties), marktpartijen (ontwikkelaars) alsook middenveldorganisaties (buurtverenigingen). De ongekende inventiviteit die kunstenaars qua coalitievorming aan de dag leggen werkt inspirerend voor de burger en straalt uit over de hele maatschappij.

2) In de tweede plaats draagt de kunst actief bij tot de creatie van een vertrouwensklimaat waarin burgerkapitaal op ongedwongen wijze kan worden aangeboord. Kunst is van oudsher een maatschappelijke praktijk die de gemeenschapszin bevordert door nieuwe mogelijkheden die geboden worden op speelse wijze te ontdekken. De laatste tijd is er sprake van een terugkeer naar deze essentie wanneer er gesproken wordt over ‘relationele kunst’. Binnen deze kunststijl wordt het creatieve vermogen ingezet om een interactief platform te creëren waarbij burgers leren zich op een andere, niet oppositionele manier te verhouden tot de verschillende actoren die actief zijn in hun leefomgeving, zoals ondernemende medeburgers, marktpartijen en overheden. Andermaal lopen kunstpraktijken die tot stand komen in de context van de publieke ruimte of de probleembuurten voorop: door middel van artistieke activiteiten wordt het volk op een heel directe, speelse wijze betrokken in een creatieve coalitie met vroegere tegenstanders, zoals projectontwikkelaars.

1.3 Voordelen voor de kunstsector

Het vanzelfsprekende leiderschap van de kunst binnen creatieve coalities confronteert kunstenaars met een evolutionaire sprong vooruit op de artistieke werkvloer: de tijd van ongericht artistiek engagement is voorbij. De kunstsector doet er goed aan te memoreren haar nobele inzet binnen creatieve coalitievorming niet alleen ten goede komt van het vlot maatschappelijk functioneren, maar vooral ook van de kunstsector zelf. De vele voordelen zijn gemakkelijk voor te rekenen! De rol van kunst binnen creatieve coalities

– maakt een eind aan de marginale rol van kunst binnen het maatschappelijke proces;

– maakt een eind aan de afhankelijkheidsrelatie van de kunst met het wispelturige esthetische verlangen van de kunstconsument naar steeds nieuwe sublieme kunstobjecten;

– maakt een eind aan het kunstmatig in leven houden van de kunstpraktijk binnen een ondemocratisch subsidiestelsel;

– ontsluit een nieuw artistiek werkterrein en voegt nieuwe potentiële opdrachtgevers toe aan het netwerk van kunstenaars;

– realiseert een flinke groei in de kunstproductie;

– vergroot de invloedsradius van de kunstsector;

– draagt bij aan de professionalisering van de kunst;

– draagt bij aan de algemene erkenning van de kunst als zelfstandige maatschappelijke partij en nieuwe voorhoede.

Voor de authentieke kunstenaar is de keuze snel gemaakt: hij weigert nog verder te marginaliseren in een geglobaliseerde wereld en claimt resoluut het nieuwe leiderschap van de kunst binnen de machtsoverdracht aan het volk. De kunstenaar maakt hierbij een eind aan de overspannen ambitie om het volk te verlossen van haar revolutionaire rol in de historische ontwikkeling. In plaats van het volk te helpen in hun emancipatieproces, dachten kunstenaars zelf de maatschappelijke verandering te bewerkstelligen. Als initiator van creatieve coalities zet de kunstenaar de burger aan om het eigen creatief potentieel te identificeren en dit kapitaal binnen hechte partnerschappen in werking te zetten. De taak en uitdaging van de voorhoedekunstenaar ligt in het helpen van het volk om zichzelf te helpen. Hiermee komt de kunst steeds dichter bij de natuurlijke rol van ‘verdwijnende bemiddelaar’ eigen aan de ware revolutionair: kunst creëert de randvoorwaarden van maatschappelijke verandering zonder hieraan zelf invulling te geven.

2. Creatieve coalities in de praktijk

Ten einde de creatieve coalities op efficiënte en effectieve wijze te formeren en activeren, dienen kunstenaars een aantal regels te respecteren die de omstandigheden en grenzen bepalen van hun artistieke engagement. Deze engagementsregels zijn belangrijk omdat creatieve coalities de kunstenaar verplicht om op te treden buiten de veilige, institutionele grenzen van het museum of de kunstgalerie. Het nieuwe werkterrein is de onconventionele context van een publieke ruimte of probleembuurt waarin urgente maatschappelijke omstandigheden (zoals sociale onrust) dwingen tot daadkrachtig optreden. Bovendien kunnen kunstenaars niet langer terugvallen op achterhaalde regels met betrekking tot artistiek engagement, zoals ‘de autonomie’ van de kunst. Tevens dienen kunstenaars ook rekening te houden met de grote toename van semi-artistieke actoren als formateurs van creatieve coalities ten gevolge van een grotere beschikbaarheid en meer gewillige houding, met name designers en architecten.

Het belang van de engagementsregels is drieledig:

1) Het standaardiseren van het artistieke optreden binnen de coalitievorming (het verhogen van de zichtbaarheid en consistentie).

2) Het synchroniseren van de politieke en artistieke componenten van de creatieve coalities.

3) Het uitsluiten van oneerlijke concurrentie en onduidelijke coördinatie.

De engagementsregels reiken kunstenaars een aantal operationele handvatten aan die bepalen

waar kunst moet worden ingezet ter promotie van creatieve coalities;

vis-à-vis wie kunst moet worden ingezet;

wat kunst in de gegeven omstandigheden moet ondernemen;

wanneer kunst ingezet moet worden;

hoe kunst moet worden ingezet om de beoogde doeleinden te bereiken.

2.1 Waar? (Locatie)

In het formeren van creatieve coalities moeten kunstenaars zich uitsluitend richten op conflictsituaties in Nederlandse steden. In het definiëren van een actieterrein moet altijd goed nagegaan worden of een woonbuurt met één van de volgende problemen kampt:

– verwaarlozing en afbraak van de fysieke omgeving

– gebrek aan sociale cohesie en ondernemerschap

– een hoge werkloosheidsgraad

– religieus fundamentalisme en/of rechts-populisme

– instabiel draagvlak voor geplande ontwikkelingen

– spanning tussen autochtone en allochtone bevolkingsgroepen

– hangjongeren

Binnen deze conflictsituaties is de kunstenaar de aangewezen partij om alle partijen uit te dagen om in onderling overleg te zoeken naar creatieve alternatieven. De overheid en de markt beschikken immers niet langer over de focus, kennis en middelen om al deze problemen op te lossen. Tegelijkertijd is het niet meer dan normaal dat de bewoners zelf bijdragen aan een oplossing voor problemen die ze zelf veroorzaakt hebben.

2.2 Wie? (Doelgroep)

In overeenstemming met de overwegingen betreffende de locatiekeuze dienen kunstenaars zich op twee specifieke doelgroepen te richten waar haar leiderschap zich ten volle kan manifesteren.

1) Socio-economisch zwakke groepen: groepen die historisch bekend staan omwille van hun gebrek aan creativiteit en ondernemingszin. Zij kwamen in het verleden gemakkelijk weg doordat de overheid hun de hand boven het hoofd hield. Als gevolg van een nieuw samenwerkingsverband tussen de overheid en de markt is dit vandaag de dag niet langer mogelijk. De uitdaging voor de kunst situeert zich in het responsabiliseren van deze specifieke bevolkingsgroepen en de activatie binnen creatieve coalities.

2) Licht ontvlambare groepen: groepen die omwille van politieke of religieuze overtuigingen fanatiek vastklampen aan een antagonistisch wereldbeeld. Aangezien andere maatschappelijke partijen (overheid of markt) per definitie verschijnen als de ‘Ander’ die de eigen ontplooiing saboteert en om die reden geëlimineerd dient te worden, vertoont deze groep een weinig coöperatieve houding. De uitdaging voor de kunst ligt hier in het overstijgen van het ‘wij-tegen-zij’ sentiment door te tonen hoe creatieve coalities een ideaal platform is voor de verdediging van particuliere belangen.

2.3 Wat? (Taakstelling)

De opdracht van kunstenaars binnen de formatie en activatie van creatieve coalities resulteert in een viervoudige taakstelling:

1) Kunstenaars moeten de natuurlijke achterdocht onder burgers doorbreken door hen op een speelse en ongedwongen wijze kennis te laten maken met de ontelbare mogelijkheden die de creatieve coalities hun bieden.

2) Kunstenaars moeten de markt sensibiliseren over verborgen burgerkapitaal in Nederland en haar stimuleren om krediet te verstrekken aan spontane initiatieven van individuen.

3) Kunstenaars moeten de overheid stimuleren om verder te denken dan de organisatie van inspraakmomenten en draagvlak te creëren door alle bruikbare, creatieve burgerinitiatieven te valoriseren binnen haar beleidsprogramma.

4) Kunstenaars moeten zelf leren niet langer toe te geven aan emotionele reflexen over de autonomie van de artistieke discipline en in functie van een gevulde opdrachtenportefeuille autonomie afwegen met dienstbaarheid.

2.4 Wanneer? (Timing en middelen)

De tactiek die de kunstenaar moet volgen is in sterke mate afhankelijk van de houding die de burgerpopulatie in kwestie aanneemt binnen het proces van creatieve coalitievorming. Op dit vlak kunnen vijf niveaus onderscheiden worden (in dalende graad van sympathie onder de burger), telkens met de bijhorende bepaling van de artistieke actie die de kunstenaar moet ondernemen.

– Niveau 1: gewillig (coöperatief): de burgerpopulatie onderschrijft de noodzaak van de creatieve coalities en past deze toe in de praktijk. Speciale artistieke technieken zijn niet aan de orde.

– Niveau 2: weerbarstig (passief): de burgerpopulatie verzet zich op ideologisch vlak tegen de creatieve coalities, maar leeft deze in de praktijk na. Behalve waakzaamheid zijn speciale artistieke technieken niet aan de orde.

– Niveau 3: weerbarstig (actief): de burgerpopulatie weigert de creatieve coalities toe te passen in de praktijk. Gebruik toegespitste artistieke overredingstechnieken om de controle te behouden: organisatie van artistieke feestelijkheden in de buurt; verhoging fysieke aanwezigheid van kunstenaars; initiëren van voorbeeld- en pilootprojecten op vlak van creatieve coalities.

– Niveau 4: aanvallend (fysiek): de populatie verzet zich fysiek tegen de creatieve coalities en is niet voor rede vatbaar. Gebruik defensieve tactieken om de dreiging te kanaliseren: creatie van een platform waarop probleemgroepen zich kunnen uiten; incorporatie van locale esthetische kenmerken in de communicatie; manipulatie van de pijnpunten door delocalisatie en gentripunctuur.

– Niveau 5: aanvallend (schade): de populatie is bereid tot het inzetten van geweld en/of toebrengen van schade aan eigendommen en personen in haar verzet tegen de creatieve coalities. Vooralsnog zijn artistieke tactieken weinig toereikend bij gebrek aan een meer offensief ingesteld repertorium. In dit geval moet de populatie gecontroleerd worden door het gebruik van niet-artistieke, politionele middelen.

2.5 Hoe?

Gezien de unieke ontkokerde aanpak zo eigen aan Nederlandse kunstenaars is het geen toeval dat juist hier de artistieke sector zichzelf georganiseerd heeft om haar optreden binnen creatieve coalities te formaliseren binnen de ‘Code van Rotterdam’. Het betreft hier een aantal regels die elke geëngageerde kunstenaar spontaan begrijpt.

De Code van Rotterdam

1) Ga nooit recht op je doel af; gebruik steeds omwegen en metaforen.

2) Legitimeer een interventie steeds in strikt artistieke termen. Benadruk bij belangenconflicten dat de relatieve autonomie van de kunst de voorwaarde vormt voor haar maatschappelijke productiviteit.

3) Verwerp een oppositionele houding. Antwoord met haalbare, concrete alternatieven die onmiddellijk effect en toetsbare resultaten opleveren.

4) Charmeer vriend en vijand door de gebruikelijke clichés over kunstenaars (diepzinnig, gesofisticeerd en onwrikbaar) te doorbreken. Laat je opmerken met een pragmatische ‘rechttoe rechtaan’ houding.

5) Kies nooit een duidelijke kant in een maatschappelijke situatie (elke partij heeft wel eens ergens gelijk of ongelijk.) Doe een beroep op de meerduidigheid van artistieke actie.

6) Zie elke tegenstander als een potentiële belanghebbende, partner of financier. Speel hierbij in op universele thema’s zoals duurzaamheid, sociale cohesie en nationale belangen.

7) Vermijd de perceptie dat je zelf de drijvende kracht bent van je interventie (zogenaamde ‘soloacties’.) Schep de indruk dat je slechts inspeelt op bestaande processen.

8) Neem een rol aan die zowel ongebruikelijk is binnen de kunstwereld als in de buitenwereld en vermijd zo gemakkelijke identificatie en kritiek vanuit beide hoeken.

9) Handel nooit op basis van bepaalde vooropgestelde idealen of heersende ideologieën. Koester in alle omstandigheden een gezonde afstand.

10) Zoek het niet te ver van huis. Onthoud dat kunst mensenwerk is en blijft.

Gezocht: nieuwe rollenpatronen

Het werk van de Rotterdamse kunstenares Jeanne van Heeswijk biedt een breed scala aan nieuwe rollen die mogelijk zijn binnen de formatie en activatie van creatieve coalities.

1) Verhalenverteller: Het project ‘Het Dwaallicht’ stelt binnen de herontwikkeling van de probleemwijk Nieuw Crooswijk (Rotterdam) verhalen van getroffen buurtbewoners centraal. Een narratief monument wordt voor de bewoners van de buurt opgetrokken door de vele verhalen te accumuleren doorheen publiekelijk opvoeringen en een huis-aan-huis publicatie.

2) Capaciteitenontwikkelaar: Het project ‘Face your world: StedelijkLab Slotervaart’ introduceert binnen de context van stedelijke herstructurering een stedelijk planningsproces gebaseerd op intensieve participatie van lokale bewoners. Een oude school werd omgevormd tot een stedelijk laboratorium waarin jongelui een eigen park konden ontwerpen in samenspraak met experts.

3) Buurtprogrammeur: Het ‘Blauwe Huis’ reserveert een woning binnen de nieuw ontwikkelde woonbuurt Ijburg (Amsterdam) voor onderzoek en uitwisseling over toe-eigening van publieke ruimte en de creatie van een geschiedenis voor de woonbuurt. Andere kunstenaars, architecten en onderzoekers worden uitgenodigd om de dialoog aan te gaan met elkaar en de bewoners van Ijburg.

Let op: deze summiere opsomming vormt geen sluitende lijst van kant-en-klare artistieke posities, maar opent eerder een veld waarbinnen je als kunstenaar vrijelijk kan experimenteren en kunst het medium kan zijn van communicatie over en weer.

Voorbeeldproject nieuw leiderschap

Creatieve coalities zijn een onmisbaar instrument in de bestrijding van het gekende NiMBY syndroom onder burgers. NiMBY! staat voor ‘Not in My Backyard!’. Geconfronteerd met een geplande ontwikkeling zal een individu dat lijdt aan NiMBY! spontaan gevoelens van verzet en agressie ontwikkelen. Het is hartverwarmend dat Crimson – een architectuurhistorisch onderzoeksbureau – haar acties binnen de herstructurering van de woonbuurt Hoogvliet (Rotterdam) opvoerde onder de slogan ‘WiMBY!’ De optimistische en ongecompliceerde uitroep ‘Welcome in my backyard!’ anticipeert goed op eventuele negatieve reacties en stelt openheid en vertrouwen centraal – openheid naar de toekomst en vertrouwen in de goede intenties van de betrokken partijen.

Uniek is dat Crimson geen vaste strategie of middelen vooropstelde. Als historisch gezelschap stond slechts één ding vast: een krachtdadige doorstart is hoe dan ook noodzakelijk om de notoire modernistisch geplande probleembuurt Hoogvliet te herwaarderen. Met WiMBY!-stelden zij ontwerpers en kunstenaars in staat hun verantwoordelijkheid te nemen. Een grote dosis empathie met dagelijkse zorgen en verwachtingen van de buurtbewoners werd op unieke wijze gecombineerd met een groot inzicht in de economische en politieke belangen. In samenspraak met de buurtbewoners werden tal van projecten gedefinieerd die vervolgens ontwikkeld werden in nauwe samenwerking met de wooncorporatie en betrokken multinationale bedrijven (zoals Shell). Het resultaat is een divers portfolio van ontwerpen voor parken, jeugdhonken, alternatieve wooninrichtingen tot de organisatie van workshops, buurtfestijnen en klankbordmomenten.

Deze tekst wordt herfst 2009 gepubliceerd in: Jonas Staal (ed.) Power… to which People?!, Episode Publishers, Rotterdam 2009.

Categories: Art

Type: Article

Share: