Autonome kunst is gemakzuchtig

Eva Kerremans


2010, H-art

Belgisch collectief BAVO zorgt voor discussie in Nederland

Niet zo lang geleden woonde ik een pittig debat over activisme in de kunst te Rotterdam bij, waarin het Belgische collectief BAVO tegenstrijdige gevoelens opriep bij het kunstminnend publiek. Ik beken, zelf ben ik een fan van hun theoretisch subversieve teksten. Maar bij het aanhoren van de tot in de praktijk doorgevoerde ideeën van hun Bureau Kunstenaarsparticipatie (BK) kreeg ik koud kippenvel. Sans gêne hanteren ze haast protofascistisch klinkende begrippen zoals het Bruto Gemeentelijk Geluk waaraan kunstenaars via hun culturele burgerschap en harde prestatiecijfers bijdragen moeten. Tijd om wat uitleg te vragen.

“Een stad die durft, regelt artistiek engagement. Een stad die durft, zet kunstenaars aan het werk. Een stad die durft, wijst kunst op haar verantwoordelijkheid,” prijken als koptitels op hun drie folders. Qua lay-out en taalgebruik ogen ze bedrieglijk als door de overheid ontworpen. Met al je vragen of een inschrijving kon je terecht bij een infopunt bij het stadhuis of Tent. Zelfs bij politieke partijen als D66, de Christenunie en Leefbaar Rotterdam klopte BAVO aan de deur voor een onderhandelend gesprek om hun uitzendbureau aan de man te krijgen. En niet zonder succes. Meent BAVO dit nu serieus?

Het Bureau Kunstenaarsparticipatie sluit nogal goed aan bij het huidig politieke klimaat van Nederland. Is het BK een typisch Nederlands ontwerp van jullie?
Gideon Boie: “Het Bureau Kunstenaarsparticipatie (BK) heeft een gelijkaardige historische voorloper in Antwerpen. In 2008 onderzochten we daar met het project ‘De Janssens Werken’ de relatie tussen architectuur en politiek. Al ons werk is locatiespecifiek. Rotterdam is de stad van de creativiteit. Dat staat letterlijk in het beleid. Terwijl ‘De Janssens werken’ meer een sensibilisatieactie was, is de inzet van het BK om concreet in te grijpen in het cultuurbeleid van Rotterdam. De positieve elementen uit het cultuurbeleid 2009-2012 hebben we opgepikt, geïdentificeerd en er vervolgens instrumenten voor ontwikkeld naar de praktijk toe. Het kader was er al, alleen waren er nog geen concrete functies om de beleidsnota tot leven te brengen. Om deze lacune tegemoet te komen gaan we de bestaande kunstinstellingen decentraliseren zodat ze via bemiddeling van een kunstmarinier gaan functioneren als kunstenaarsuitzendkantoren. De kunstmarinier zoekt dan een gepaste kunstenaar om op maatschappelijke vraagstukken in te spelen. De decentralisatie past binnen het spelen op deelgemeenteniveau, zodat je in de wijken zelf aan de slag kan.”

Is dat geen nieuwe vorm van institutionalisering met gevaar voor kunstmariniers als een soort kunstpausen?
Boie: “De kunstmarinier is eerder een mediator met een groot inlevingsvermogen in de kunstwereld. Hij zal zich noch bemoeien met de inhoud van het kunstwerk noch met de relevantie van de vraag. Hij is de schakel tussen vraag en aanbod aan werkende kunstkrachten. We hebben trouwens bij het BK al wat aanmeldingen gehad van kunstenaars die zich voor deze vacature kandidaat stellen. Doel van de uitzendbureaus is het collecteren van maatschappelijke vraagstukken waarbij het belangrijkste criterium van de kunstmarinier zijn werkzaamheid is om ankers te slaan tussen kunstenaars en opdrachtgevers, of dat nu de overheid is of een projectontwikkelaar.Uit het verleden blijkt dat beide partijen te vaak te ver van elkaar weg gewerkt hebben om doeltreffend te zijn.”

Door de gehanteerde lay-out, taalgebruik, partners en infopunten oogt het BK alsof het al een werkelijkheid is, maar dat is het nog niet…
Boie: “Beetje een dubbelzinnige vraag. Allereerst hebben we de huisstijl overgenomen voor de inbedding en de ernst van het project. Als we een artistiek pamflet ontworpen hadden, zouden politieke partijen en de zakenwereld er niet meteen op ingepikt hebben. Deels zijn we al tot leven gekomen door de steun die we kregen van een aantal Rotterdamse kunstinstellingen. Het college van burgemeester en wethouders heeft de presentatie van het BK zelfs goedgekeurd. D66 zag investeringen in plaats van subsidies helemaal zitten. De Christenunie was enthousiast over het geven van graffiti workshops. Hun partijprogrammapunt om de verveling van de jeugd aan te pakken werd zo door kunstenaars opgelost. Zo brengen we kunst en politiek dichter bij elkaar.”

Krijgen jullie geen protestreacties vanuit de autonome kunst?
Boie: “De specifieke artistieke expertise van een kunstenaar wordt pas relevant binnen een sociale context. Je kan niet spreken van de autonomie van de kunst en je vervolgens gaan terugtrekken in een kunstatelier, alsof je op de maan of op een eiland zit. Autonomie verwordt dan tot een vorm van gemakzucht. Het is pas binnen een sociale probleemstelling dat kunst een meerwaarde kan bieden dankzij haar autonomie. Neem bijvoorbeeld een probleem in een sociale woonwijk. De maatschappelijk werkers hebben vast aangeleerde theorieën hoe ze ermee omgaan moeten. Economen handelen volgens strikte financiële protocollen. Kunstenaars daarentegen komen net door hun vaak tegendraads eigen denken tot verrassende inzichten. Zo dynamiseren ze een buurt. Dit is helemaal geen oproep om van kunstenaars sociaal werkers te maken. Integendeel.”

Is er binnen deze infrastructuur nog speelruimte voor subversiviteit?
Boie: “Subversief zijn van op de maan is safe spelen. Want de attitude om vanuit die afgesloten ruimte alle bestaande normen en waarden op zijn kop te zetten is nogal vrij comfortabel. Dat noem ik eerder een getolereerde subversie. Dat is geen cultureel burgerschap dat bijdraagt aan het Bruto Gemeenschappelijk Geluk in Rotterdam. Als jij verwacht van Shell om in Afrika tegenover de lokale bevolking rekenschap te geven, waarom mag ik dat dan niet verwachten van de kunstenaar om verantwoording af te leggen tegenover zijn inspiratiebron? Kunstenaars tappen inspiratie, opdrachten en aandacht van Rotterdam. Maar ik mag niet de relevantie van een kunstwerk in vraag stellen omwille van de autonomie van de kunst. Dergelijke gemakzuchtige houding tolereert Rotterdam niet meer. In een maatschappij die steeds meer gericht raakt op duurzaam leven noem ik dat soort artistieke autonomie eerder een vorm van rauw kapitalisme. Het zijn net dat type kapitalistische kunstenaars, van die hoogverheven types, die, wanneer de subsidiekraan dichtgedraaid wordt, als eersten kraaien dat ze zo belangrijk zijn voor de maatschappij. Wanneer je dan daadwerkelijk kijkt naar de praktijk blijkt dat ze niets teruggeven maar parasiteren. Binnen een economisch duurzaam systeem passen zij niet.”

Bruto Gemeentelijk Geluk, cultureel burgerschap, er kleeft zo’n rechts luchtje aan…
Boie: “Men moet deze termen niet bekijken vanuit rechtse of linkse positie. Wanneer we het bijvoorbeeld hebben over relationele esthetiek van Nicolas Bourriaud dan heeft zulke kunst een gemeenschappelijke waarde die men niet kan opmeten in marktwaarde. Beschouw het als een soort antikapitalistische benadering van kunst. Het is niet het narcisme van een kunstconsument dat hier van tel is en ook niet de hoogste bieder die het kunstwerk verwerft. De waarde van participatiekunst wordt bepaald door de hoeveelheid mensen die het met elkaar in contact gebracht heeft of de bijdrage aan de leefbaarheid van een wijk.”

Toch blijf ik in het ongewisse of jullie dit nu menen. Dit lijkt zo haaks te staan tegenover jullie theoretische teksten van tien jaar terug.
Boie: “Het naar buiten treden als kunsttheoretici deden we vroeger op een academische manier. We waren wel degelijk kritisch, maar het was net alsof dat paste binnen een welomlijnd verwachtingspatroon waarbinnen je uiteindelijk niets opengebroken kreeg. Als kunstcriticus mag je dan wel een theoretisch goed onderbouwd verhaal brengen, uiteindelijk zal je het toch nooit zo goed weten als de praktijk zelf. Deze interpassiviteit tussen theorie en praktijk heeft gezorgd voor een ontwikkeling binnen het werk van BAVO, waarbij we op een affectieve, bevestigende manier dynamiek creëren door heel dicht op de huid van de kunstenaars te gaan zitten. We proberen in bestaande verhalen mee te gaan en vooruit te kijken. In het geval van BK proberen we het verhaal van de Rotterdamse participatiekunst te verzoenen met de belangen van de gemeentelijke politiek en lokale marktpartijen.”

Gepubliceerd HART Magazine #66, april 2010.

http://www.kunsthart.org/

Categories: Art

Type: Article

Share: