Article

Architectuur zonder dwang: drie ontwerpuitdagingen

BAVO


01/09/2017, Psyche

Dwangmaatregelen in de geestelijke gezondheidszorg staan onder felle kritiek. De dossiers in De Morgen en De Standaard zetten de toon. In de achtergrond spelen initiatieven als het advies over dwanginterventies van de Hoge Gezondheidsraad en het Kollectief Zonder Dwang. Beide initiatieven situeren een nieuwe dienstverlening in een nieuwe zorgethiek gebaseerd op overleg en verbinding. Het pleidooi voor een zorg zonder dwang kan echter niet zomaar voorbij gaan aan de ruimtelijke setting.

Zorg is niet alleen een dienstverlening, maar ook een ruimte-ervaring. Menigeen heeft beschreven hoe de isolatiekamer – als verblijfsplek én arbeidsplek – aanleiding is voor bijkomende trauma’s. Ruimte is een derde element die de relatie tussen ethiek en dienstverlening verstoort. In dit artikel schets ik drie ontwerpuitdagingen in de zoektocht naar een zorg zonder dwang.

1) Het ziekenhuis als schaalmodel op ware grootte

Een eerste probleem ontstaat met de relatieve traagheid van ruimte. De nieuwe zorgvisies (Safewards, Open Dialogue, HIC, …) vertalen naar ruimtelijke vernieuwing is niet zo eenvoudig. Een handeling is sneller aan te passen dan infrastructuur. Een bouwproces verloopt traag en is bovendien een kostelijke onderneming. Daarom wordt soms voorlopig alles bij het oude gelaten om later de klus in één beweging te klaren. Interessante praktijkvoorbeelden ontstaan echter niet zozeer vanuit fonkelnieuwe complexen, maar wel vanuit de wrijving tussen de nieuwe visies en de bestaande infrastructuur. Zo kwam PZ Bethanieënhuis (Zoersel) tot de ‘Koala Seclusion Area’, een studio-achtige setting waarmee afzondering geen afbreuk doet aan bewegingsvrijheid. In PZ Sint Annendael (Diest) kwam men tot een prikkelarme kamer met mogelijkheid tot ‘Rooming In’ waardoor familie aanwezig kan blijven bij crisismomenten. Opmerkelijk is dat beide initiatieven een verbouwing zijn van vrij recente infrastructuur. We kunnen de ad hoc aanpassing zien als een acceleratie. De initiatieven zijn beperkt qua omvang en ambitie, maar zorgen voor nieuwe ervaring en feedback. Het personeel is zich scherp bewust van de verbeterpunten. Hiermee ontstaat nieuwe ontwerpkennis die nuttig zal blijken in de volgende bouwopgave én de evaluatie van nieuwe zorgmodellen in de geestelijke gezondheidszorg.

2) Verminder de dwang, begin met de koffietafel

Afzondering confronteert ons met een schaalprobleem. Je kan niet spreken over de isolatiekamer zonder het hele psychiatrische complex ter sprake te brengen. Afzondering wordt omschreven als een culminatiepunt: het is de crisisinterventie voorafgaand of tijdens de behandeling, het welkom van de psychiatrische instelling aan de patiënt én het uithangbord van de geestelijke gezondheidszorg naar de samenleving. Het schaalprobleem dwingt ons anders te denken over het ontwerp van afzondering: ‘scenario’s in plaats van blauwdrukken’ – in termen van filosoof Henk Oosterling. In het geval van de blauwdrukken is een zorgafdeling opgebouwd uit onveranderlijke onderdelen: een afdeling bestaat uit een reeks kamers in ziekenhuisgangen met de verpleegpost als schakel, aan de ingang komt er een onthaalbalie, ergens beidt een deur toegang naar de isolatiekamers, enzovoorts. De samengestelde delen worden eenvoudig gekopieerd in bouwplannen die generiek zijn voor eender welk zorgprogramma en doelgroep. Het denken in scenario’s beidt een interessante uitweg. Zo is bekend dat de ontvangst van de patiënt bepalend is voor de verdere behandeling. De zoektocht naar een zorg zonder dwang gaat om meer dan de vormgeving van die ene isolatiekamer, maar vraagt een visie op de ‘architectuur van de eerste vijf minuten’. Het gaat om de ruimte die nodig is om de patiënt gastvrij te ontvangen, om tot rust te komen, om in gesprek te gaan aan de koffietafel of om gewoon aanwezig te zijn voor de patiënt.

3) Goed overleg, ook in het ontwerpproces

Een derde uitdaging ligt in de techniciteit van een bouwproces. De nieuwe zorgmodellen pleiten voor een open dienstverlening waarin de patiënt zoveel mogelijk de regie in eigen handen heeft. De vraag is in hoeverre dezelfde participatieve gedachte mogelijk is in het bedenken van de ruimtelijke setting. Psycholoog Tom Verhaeghe omschreef de architectuur als het ‘onbewuste van de psychiatrie’ – het is waar je als patiënt en personeel niet bij stilstaat laat staan een eigen zeg in hebt. Een bouwproces wordt overgelaten aan technische diensten en ingenieurs. Zorgvisies verdwijnen naar de achtergrond als eenmaal de technische voorschriften op tafel komen te liggen. Tegen dergelijk beperkte benadering moeten we uitgaan van een dialectiek tussen dienstverlening en architectuur. Psychiater Chris Bervoets benadrukte dat architectuur niet gezien mag worden als een aanvullend puntje bij de nieuwe voorschriften voor een andere dienstverlening, maar als een bijzondere toepassing van dezelfde dienstverleningsregels. Een ontwerpproces is daarom best een co-creatie van artsen, directie, personeel én patiënten. Enkel zo kan een vernieuwing van de dienstverlening parallel lopen met nieuwe ontwerpkennis. Tenslotte stelt een participatieve ontwerpmethode de gebruikers in staat om op te treden als wat Doina Petrescu een ‘collectief subject van architectuur’ noemde – niet langer als passieve objecten die een gebouw ondergaan.

Gepubliceerd in Psyche 29 (3), september 2017

Deze tekst is een uitwerking van de lezing gehouden voor de studiedag ‘Jeugdhulpverlening zonder dwang: op zoek naar alternatieven voor eenzame opsluiting’ (04/05/2017) georganiseerd door het ‘Kollectief Zonder Dwang’ in het Vlaams Parlement

Tags: Psychiatry

Categories: Architecture

Type: Article

Share: