News | Show all
03/08/2017

Zorg dragen voor architectuur

Artikel over gebruik en postproductie in de architectuur naar aanleiding van het Jozef Plein in PC Cartias (Melle).

20/06/2017

Do Good architectuur

Artikel over de rol van ontwerp in zorgarchitectuur.

18/03/2017

Sprak er iemand over healing environment ?

Lees hier over de bijdrage van Charles Jencks en de postmoderne architectuur aan de ontmanteling van de kliniek.

22/02/2017

Pic Nic Architectuur

Een retroactief manifest voor Pic Nic the Streets als bijdrage aan de architectuurcultuur in België. Version Française

13/02/2017

Wraak op de commons

Een artikel over het nakende einde voor Agrocité en de toekomst voor architectuur onder zelfbeheer.

03/02/2017

Architectuur van de schaamteplek

Wie grip wil krijgen op de problemen van in psychiatrische ziekenhuizen, begint bij het ontwerp van de isolatiekamer.

22/12/2016

Van Utopia naar Wuustwezel

Er zijn weinig termen die zo’n beladen betekenis hebben in de architectuurgeschiedenis als utopie. Version Français

21/12/2016

Relational Architecture

Read about the production proces of the Kanunnik Petrus Jozef Triest Square in the Psychiatric Centre Caritas, Melle. Article in DutchEnglish / French

12/12/2016

Hoeveel samenwerking kan architectuur verdragen?

Artikel over de tentoonstelling 'Ensembles. Architectuur en Ambachtschap' in deSingel en Vlaams Architectuurinstituut.

15/10/2016

Bouwstenen voor het psychiatrisch centrum van de toekomst

Lees meer over de visieontwikkeling rond het psychiatrisch centrum van de toekomst gepubliceerd in Psyche.

03/10/2016

Eco-politiek in Brussel: Bas Smets en de Brussels Urban Landscape Biennial

Artikel over het nut en nadeel van landschapsarchitectuur als instrument voor regionale ontwikkeling in Brussel.

28/09/2016

Architectuur vol van verlangen

Artikel naar aanleiding van de opening van het Kanunnik Petrus Jozef Triest Plein in Melle.

26/09/2016

(Re)Politicize!

Proud to present the A+261 issue on architecture and politics - Dutch and French edition.

21/09/2016

Architectuur met schaduw

De 20ste eeuw baarde vele duivelspacten tussen architectuur en politiek. Opvallend genoeg wordt de architectuur van het Italiaanse fascisme tot op vandaag geprezen omwille van haar abstracte vormentaal. Dergelijke rehabilitatie is de architectuur van het Derde Rijk nooit te beurt gevallen. België heeft zo zijn eigen kleine trauma in de relatie met de politiek.

24/06/2016

Ingebedde architecten

Lees meer over de architectuur van oorlog en vrede

07/06/2016

Vakmannen aan het front

Een recensie over de bijdrage van Bravoure in de Architectuurbiennale van Venetie.

04/06/2016

Toiletemmers in Werelderfgoed

Er is iets curieus met de inrichting van de gevangenis van Merksplas, waar enkele weken geleden een opstand uitbrak. De geschiedenis van de site reflecteert een utopisch beeld van de gevangenis van de toekomst, de manier waarop omgegaan wordt met die geschiedenis symboliseert dan weer de gemiste kansen.

04/12/2015

FPC Gent: geen markt, geen gevangenis

De opening van het Forensisch Psychiatrisch Centrum in Gent zorgt na één jaar werking voor een grote opluchting - zelfs bij voormalige critici. De juiste vraag is niet of aanvankelijke bezorgheid terecht was, maar wel of de opluchting niet een beetje voorbarig is? 


28/10/2015

Het penitentiair verdriet van België

In de bouw van het gevangenisdorp Haren vormen de lokale en regionale overheid samen front met de actiegroepen tegen de federale overheid - of toch niet? Hoe kunnen we de knoop tussen activisme en politiek ontwarren?

23/10/2015

Een psychiatrisch centrum bouwen we samen

Ook architectuur heeft zijn plaats op de Vlaamse Hersteldagen. Doe mee op 18 november in de Vooruit.

01/09/2015

Eindelijk een kennisplatform voor humane gevangenisarchitectuur

De website www.prisongear.be presenteert het onderzoek naar een humane gevangenisarchitectuur.

07/04/2015

Ontmanteling van de psychiatrische kliniek

Lees de gevalstudies over zorgarchitectuur in Vlaanderen gepubliceerd in Psyche

22/10/2014

Een sterke leefomgeving begint met ruimteregie

Wat deelt een onafgewerkte verkeersinfrastructuur in Godsheide, een vervallen vierkantshoeve in Grote Spouwen, een gesloten mijnkatedraal in de Eisdense Tuiwijk en een geplande gevangenis op Domein Riegersvliet?


21/08/2014

Wie is er bang van het Bouwmeestercollege?

Iedereen lijkt het roerend eens dat de Vlaamse architectuur zonder de Bouwmeester overgeleverd is aan de wetten van de markt en de willekeur van het politieke bedrijf. Lees de opinie 'De Bouwmeester en de onheilsprofeten'.

20/12/2013

A humane prison is coming to your neighbourhood

As part of the Conflict & Design Triennial the knowledge platform Prison Gear presents design studies that pave the way for a humane prison in Leopoldsburg, Belgium.

16/12/2013

Een humane gevangenis komt naar je toe

Als onderdeel van de Conflict & Design Triënnale presenteert Prison Gear twee visieontwerpen voor de toekomstige gevangenis op het militaire domein Reigersvliet in Leopoldsburg.

09/10/2013

Limburg City / Stad Limburg

Read the memorandum of the Limburg Europa Workshop / Lees de projectnota van Atelier Limburg Europa

15/09/2013

The dismantling of the psychiatric clinic

Read the case studies on care architecture in Flanders

21/08/2013

Wat is ontwerpend onderzoek?

Drie vragen over ontwerpend onderzoek, drie antwoorden vanuit de Noorderkempen.

10/04/2013

Heeft een gemeenplaats ook een gemene waarde ?

Commentaarstuk bij het Architectuurboek n° 10: Radicale Gemeenplaatsen - Europese architectuur uit Vlaanderen

03/02/2013

Is onzichtbare psychiatrische zorg mogelijk?

Review van de opstart Pilootprojecten Zorg door de Vlaams Bouwmeester

06/11/2012

Limburg heeft ambitie / Limburg has ambition

Presentatie van de Startnota Provinciaal Bouwmeester Limburg / Presentation Initial Memo Limburg Government Architect

12/10/2012

Hoeveel vernieuwing kan de gevangenis verdragen ?

Lees hoe de modernisatie van de gevangenisarchitectuur in handen van Stéphane Beel begon en eindige bij het Ducpétiaux-model.

12/07/2012

San Gimignano aan de Zenne

Lees de column naar aanleiding van de Keukentoren van XDGA

11/04/2012

Sociaal-realisme of zelfcensuur

Met Jonas Staal schreef BAVO een pleidooi voor een nieuw sociaal-realisme in de kunst. Sociaal-realisme is broodnodig in het tijdperk van de hysterische reproductie.

21/02/2012

Nu ook een schreeuw om architectuur!

Niet occupy-en, maar de gevestigde orde verleiden om in crisistijden te investeren in leuke projecten. Lees hier meer over de Studio for Unsollicited Architecture.

20/01/2012

Gesloten architectuur is ook humaan

Lees meer over Fleur Agema's gevangenismodel

21/11/2011

Waarom kunstenaars niet fascistisch genoeg zijn

Lees het artikel in het decembernummer van Rekto:Verso.

12/09/2011

De Culturele Elite

Lees de bijdrage.

29/08/2011

Artist Participation in South Africa

The international PR campaign to showcase Rotterdam's robust policy on artist participation is now also tapping into the emerging African art markets.

17/06/2011

Denkverbod op liberale kunst

Column over de stellingenoorlog naar aanleiding van de aangekondigde bezuinigingen in de cultuursector.

07/06/2011

Maak liberaal kunstbeleid liberaal

Lees BAVO's advies aan staatssecretaris Zijlstra met betrekking tot de noodgedwongen keuzen die de cultuursector in Nederland te wachten staat.

18/03/2011

International promotion campaign of the Office for Artist Participation kicks off

The City of Edinburgh will be the first to host an international promotion event of Rotterdam's innovative cultural policies for enforcing the participation of artists in heightening a city's competitiveness and securing social peace on the local level.

28/02/2011

Culture and Contestation

The essay 'Neo-Liberalism with Dutch Characteristics: The Big Fix-Up of the Netherlands and the Practice of Embedded Cultural Activism' is published in the book volume 'Culture and Contestation in the New Century'.

19/01/2011

Art and Activism

BAVO's essay 'Artists... one more effort to be really political!' is published in the volume 'Art and Activism in the age of Globalisation'.

20/10/2010

Boek verschenen: Too Active To Act

Het boek biedt een kritische analyse van de maatschappelijke betrokkenheid van culturele actoren in Nederland in de afgelopen tien jaar.

THE UNCREATIVE CITY

Verslaafd aan creativiteit

In de drang om groei te realiseren is de Nederlandse samenleving, en het bedrijfsleven in het bijzonder, voortdurend op zoek naar creativiteit. De drang om creatieve bronnen af te tappen, creëert niet alleen een blindheid voor de hoge culturele kosten van creativiteit, ook dreigt het op termijn de eigen groei te dwarsbomen.

De creatieve revolutie van Nederland

Het kan niemand ontgaan zijn dat de profetie van Richard Florida zich in Nederland lijkt te voltooien: de creatieve klasse transformeert in snel tempo werk, ontspanning, gemeenschappen en het alledaagse leven.[1] Maar ook de duistere kant van Florida’s visoen lijkt even snel waarheid te worden: een stad die zijn boodschap in de wind slaat en de creativiteit van haar burgers niet aftapt, zakt af naar de onderste regionen van het stedelijke kampioenenbal. Logisch dan ook dat er zich in de Nederlandse steden een voorhoede vormt van publieke en private partijen rond stedelijke sectoren waar de creatieve revolutie niet spontaan overslaat. Hun opdracht is om in deze gebieden – met de boeken van Florida in de hand – de doorbraak naar het creatieve tijdperk zonodig te forceren.

Opvallend is dat bij deze creatieve regimewissel klaarblijkelijk geen reserve meer bestaat tegen het sleutelen aan de stad. De doortastende aanpak van alle betrokken partijen bevestigt dat het zogenaamde ‘einde van de grote verhalen’ allerminst het einde betekende van het idee van de maakbare samenleving - ook al gelooft men graag het tegendeel. Zo ontvouwde de nieuwe minister van Wonen, Wijken en Integratie, Ella Vogelaar, begin dit jaar haar plan om 40 achterstandsbuurten om te bouwen in prachtwijken. Alsof dit nog niet genoeg was, was er ook de genereuze geste van de woningcorporaties om 2,5 miljard euro te reserveren om deze vernieuwingsoperatie te ondersteunen. Kortom, een stedenbeleid dat fysieke, sociale en economische maatregelen integreert, verzekert dat niets buiten beeld blijft én niemand nutteloos aan de zijlijn blijft staan. Dit terwijl, het samenbrengen van publieke en private partijen de voortdurende afstemming op de markt waarborgt niet zonder de onmisbare overheidssteun.

Wat wel veranderd is, is de drijfveer achter deze verhoogde maatschappelijke bedrijvigheid. Op officieel niveau zet de creatieve stad een optimistische toon: het maakt plaats voor de creativiteit van iedere burger en onderneming. De praktische maatschappelijke mobilisatie wordt echter vooral aangedreven door een negatief scenario. Zo communiceert de voortdurende oproep om ruimte te bieden aan creatieve initiatieven vooral de angst dat de stad meegesleurd wordt in het asociale, passieve gedrag van bepaalde groepen. In tegenstelling tot de laatste zoude creatieve ondernemingen juist een positieve spin-off genereren. Eenzelfde pactvorming wordt nagestreefd op ruimtelijk vlak. De roep om prachtwijken die bruisen van dynamiek en creativiteit kan niet los gezien worden van het beeld dat bepaalde achterstandswijken de stad meesleuren in hun neerwaartse spiraal. Deze negatieve scenario’s creëren zo de urgentie om met de spoed de stap naar het creatieve tijdperk te maken (door bijvoorbeeld in wijken bepaalde eigendomsrelaties aan te passen en creatieve groepen te injecteren) en te werken aan de natuurlijke uitbouw van een lokaal economisch draagvlak.

De stad van eeuwige groei, een realistische utopie

Deze verwoede poging om via het aanboren van creativiteit steden terug tot leven te wekken, toont hoe Nederland zich vandaag niet langer laat leiden door de utopie, maar door wat Jacques Rancière een ‘realistische utopie’ noemde.[2] Het gaat steden niet langer om het nastreven van een rooskleurig toekomstbeeld van een onverveelde stad, maar om alle obstakels weg te werken die de normale stedelijke ontwikkelingsprocessen (zoals doorstroming, competitie en groei) lamleggen. Zo is er de zogenaamde ‘relatieve traagheid van de ruimte’ – een negatieve kwaliteit die zich meer wel dan niet doorzet op haar gebruikers.[3] Herlocaties en herhuisvestingprogramma’s zijn niet alleen intensieve en kostbare ondernemingen, het vergt ook heel wat energie en middelen om het nodige draagvlak te creëren onder de betrokken partijen. Vooral onder buurtbewoners, die het nodige vogelperspectief op de stedelijke economie ontberen, vormen dergelijke operaties vaak de directe aanleiding voor sterke emoties en populistische sentimenten.

Het idee van de creatieve stad is een prima middel om dit dilemma te omzeilen. In de eerste plaats spreekt het de creativiteit van de individuele burgers aan om bij te dragen aan de stedelijke groei. Zo is men in Rotterdam met het programma Vakmanstad druk in de weer om de kennis en kunde van individuele burgers – die nu nog te veel een slapend kapitaal vormen – te activeren in de stedelijke competitie.[4] Het idee is dat elk individu een bepaalde aanleg bezit om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de uitbouw van een dynamische en draagkrachtige buurteconomie – een noodzakelijke opdracht die individuen traditioneel overdragen op de gemeenschap. Het programma Vakmanstad kaatst de bal terug: door de creativiteit van burgers te vatten in een soort microkredietsysteem verzekert het dat deze vermogensbron niet onbenut blijft en de maatschappelijke productiviteit aanzienlijk verhoogd wordt. Bovendien voorkomt de medeplichtigheid die ontstaat tussen het individu en de stad Rotterdam, dat de eerste nog langer eigenzinnig op de rem gaat staan.

Maar om nog een andere reden is het aanspreken van creativiteit allerminst een verloren moeite: het heft de traditionele beperkingen op die rusten op de stedelijke groei door de virtuele dimensie van steden aan boren. Denk in dit geval hoe in de virtuele ruimte van het internet bepaalde games als Second Life een alternatieve markt gecreëerd hebben waarvan de groeicijfers de markt ‘zoals we deze kennen’ exponentieel overstijgen.[5] Ook in de creatieve stad wordt een immaterieel aspect van het menselijke leven – haar creativiteit – als een symbolisch kapitaal in de strijd geworpen en ook hier zijn de mogelijkheden onbegrensd. In strikte zin is creativiteit dan wel geen stedelijke categorie, eenmaal geactiveerd staat creativiteit garant voor een alternatieve groeipiste die steden een beslissende voorsprong geeft op hun concurrenten. Immers, doordat creativiteit van nature streeft naar vernieuwing - in vraag én aanbod - verzekert het een vorm van stedelijkheid die in permanente staat van revolutie verkeert.

Creatieve uitbuiting

De creatieve revolutie in de Nederlandse stad mag dan wel bestaan uit lokale precisie-ingrepen – men spreekt dan van ‘hotspots’ – haar impact overstijgt het stedelijke niveau vele malen. Deze ingrepen initiëren een nieuwe configuratie op vlak van productie- en machtsverhoudingen die het best te omschrijven is aan de hand van het populaire tv-programma ‘Dragons’ Den’.[6] Dit quasi-realistische televisieprogramma brengt het proces van creatief ondernemen in beeld: jonge ondernemers krijgen elk een gelijke kans om mogelijke investeerders te overtuigen van hun briljante ideeën en hen te verleiden tot een goede deal. Dit proces wordt bemiddeld door de presentator die vanaf de zijlijn de partijen inleidt, aan elkaar koppelt, kritisch commentaar levert en tenslotte de kandidaten na het optreden feliciteert dan wel met zalvende woorden troost.

Deze nogal dik aangezette, beeldende setting werpt een scherp licht op de rolverdeling die geïnstalleerd wordt met het concept van de creatieve stad. Ook hier wordt de samenleving neergezet als een loutere verzameling van creatieve individuen die elk een vorm van symbolisch kapitaal bezitten doch niet de juiste kennis en omkadering bezitten om het te kapitaliseren. Dit gebrek dringt een nieuwe arbeidsethiek op: eerder dan eindeloos in het eigen nest te broeden op een subliem idee, komt het er vooral op aan om, in een ondernemende geest, het idee in de markt te gooien en zo verder te ontwikkelen. Essentieel hierbij is niet alleen de onderlinge organisatievorm van creatieve ondernemers in zogenaamde creatieve netwerken, maar vooral het zoeken naar synergie met de aloude tegenstander: de investeerder. Eerder dan deze laatste als een bloeddorstige draak te bestrijden, komt het erop aan om zijn neus voor profijt te waarderen als een onmisbare kans om creatieve ideeën te vertalen in concrete plannen.

Een weinig opvallende, maar daarom niet minder belangrijke positie in dit verleidingsproces speelt de bemiddelaar – een rol die, binnen de creatieve stad, wordt vertolkt door de stedelijke overheden. Zijn opdracht is om vanuit een neutrale positie het creatieve proces te faciliteren en partijen aan elkaar te koppelen. Dit kan door creativiteit te ondersteunen die het bedrijfsleven mogelijk interesseert, en omgekeerd marktpartijen te enthousiasmeren om creatieve individuen tot volle ontplooiing te brengen. Maar ook proactief optreden behoort tot het takenpakket van de bemiddelaar: het opdringen van bepaalde keuzes, wegwerken van obstakels en extra motiveren van achterblijvende groepen kan de creatieve revolutie een beslissende duw in de rug geven.

De vragende en ondersteunende opstelling van respectievelijk de creatieve ondernemer en overheid, stellen het bedrijfsleven, tenslotte, in staat een eerder afwachtende positie in te nemen. Het bedrijf laat resoluut het initiatief en de bewijslast over aan het creatieve individu, terwijl de stedelijke overheden voor het voorspel en de achtervang verantwoordelijk gesteld worden. Deze arbeidsverdeling is ideaal voor het bedrijf. Dit kan zich dan geheel en al concentreren op haar hoofdactiviteit: het detecteren van potentievolle creativiteit, het voorzichtig aftasten van de marktwaarde ervan, het voorstellen van op maat gesneden investeringsarrangementen en – als eenmaal de tijd rijp is – het aftappen van de vruchten ervan.

De hoge kosten van creativiteit

Deze rolverdeling mag dan wel als natuurlijk ervaren worden, ze is niet vrij van tegenstellingen die het project van de stedelijke groei eerder ondermijnen dan bevestigen. Zo wordt elk individu steevast neergezet als een gelijkwaardige creativiteitsbron, terwijl het niettemin duidelijk is dat alles draait rond een specifieke vorm van creativiteit. In Dragon’s Den werd dit pijnlijk duidelijk toen het voorstel voor een koffielepelkoekje van een koppel kunstenaars door de investeerders genadeloos weggehoond werd als iets dat geen consument zal verleiden. Een idee dat de investeerders wel charmeerde – en hen zelfs tegen elkaar liet opbieden – was het voorstel van een ambitieus ondernemersduo dat een of andere website zou laten ontwikkelen waarin jongeren geld kunnen verdienen door vriendjes naar de site te lokken. De plotse synergie die optrad tussen pitchers en draken toont dat niet de creativiteit zelf de doorslag gaf. Eerder leek het een opportunistische kortsluiting tussen objectieve factoren (de verzekerde ‘rendementswaarde’ van het idee), quasi-objectieve factoren (of het idee al dan niet een plaats zou afdwingen in de markt) en volstrekt subjectieve elementen (de drive van de pitcher, het gevoel van de investeerder, etc.)

Het is deze ‘creatieve uitsluiting’ – waarbij het bedrijfsleven niet vrijuit gaat – die ook de creatieve stad onder spanning zet. Als er te kiezen valt tussen het algemene klimaat waarin de individuele creativiteit tot bloei kan komen en het uitnutten van creativiteit die direct exploiteerbaar is in de stedelijke competitie, geniet deze laatste steevast de voorkeur. Zo werken Nederlandse steden zich in hun wijkenaanpak uit de naad om de specifieke creatieve bedrijvigheid van kunstenaars, ontwerpers en andere bohémiens aan zich te binden door voordelige woonwerkverblijven en bijzondere fiscale regimes te voorzien. Dit terwijl de creativiteit van lage inkomensgroepen – die binnen de statistieken van Florida een negatieve invloed uitoefent op het bohémien klimaat van steden - een heel andere behandeling krijgt. De creativiteit van deze bevolkingsgroepen wordt dan gepresenteerd als een kwaliteit van individuen om hun eigen hachje te redden op de woonmarkt.

Het probleem van deze parasiterende houding ten aanzien van creativiteit is dat het misschien wel de stedelijke groei exponentieel laat toenemen, maar ook minstens evenveel in gevaar brengt. Zo wordt doorgaans niet in de onderhandeling meegenomen dat creativiteit in veel gevallen het resultaat is van een lang en onrendabel proces dat heel wat voorfinanciering vereist. Deze investeringen worden vaker wel dan niet afgewenteld op de vindingrijkheid en zelfredzaamheid van de creatieve ondernemer. Maar evenmin wordt in rekening gebracht dat dit creatieproces onmogelijk is zonder inbedding in een breder maatschappelijk veld van creativiteit. Het hierboven aangehaalde website-voorstel in Dragons’ Den bijvoorbeeld was duidelijk geïnspireerd op een lange voorgeschiedenis van succesvolle en minder succesvolle ondernemingen in de virtuele ruimte. De ongemakkeljke conclusie hierbij is dat het louter ‘aftappen’ van het creatieve kapitaal in haar volle exploitatiefase – en het negeren van haar mogelijkheidsvoorwaarde: de maatschappelijke dynamiek – aanleiding dreigt te geven tot een algemene uitputting van het creatieve klimaat.

Onze aanbeveling aan het bedrijfsleven is dan ook om niet alleen haar groei te verzekeren door te parasiteren op de voor haar interessante vormen van creativiteit, maar ook haar verantwoordelijkheid op te nemen voor de vele andere kosten die verbonden zijn aan de voor haar onmisbare creativiteit. Deze kosten verdubbelen zich nu al te vaak in hoge sociale kosten omdat ze afgewend worden op het creatieve individu – die voor zijn basisonderhoud vaker wel dan niet afhankelijk is van zijn familie, netwerk van vrienden, een subsidiërende overheid of de lokale horeca. Kortom, ons advies is om de gerealiseerde winsten uit creatief kapitaal te investeren in die sectoren van de creatieve stad die op het eerste gezicht oninteressant en onrendabel zijn, maar wel de voedingsbodem vormen van het selecte groepje dat zich onterecht het label ‘creatieve klasse’ laat aannaaien.[7] Als dit advies de groeicijfers een paar punten doet dalen – dan is dat maar zo.

References

[1] Richard Florida, The rise of the creative class, and How It's Transforming Work, Leisure and Everyday Life. Basic Books 2002.

[2] Jacques Rancière, On the shores of politics, Verso 1995.

[3] David Harvey, Uitbuiting en de stad, Ecologische Uitgeverij 1975.

[4] Vakmanstad is een project van Henk Oosterling, Dennis Kaspori en Jeanne van Heeswijk i.s.m. het Architectuur Instituut Rotterdam. Zie: http://www.vakmanstad.nl/

[5] Zie: http://www.secondlife.com/

[6] Dit KRO-programma lijkt de educatieve opdracht meegekregen te hebben om het moeilijke proces van creatief ondernemen in beeld te brengen. Zie: http://dragonsden.kro.nl/

[7] Het is Naom Chomsky die zich afvroeg in hoeverre het bedrijf om een recessie te ontlopen niet in de eerste plaats moet afslanken, maar – net als een publieke instituties – ook doelbewust op verlies kan draaien, in: The Corporation (2004) een film van Mark Achbar.

'Verslaafd aan creativiteit' werd gepubliceerd in: ZOUT Corporate Magazine KPMG #6/2007