Article

Klein straattuintje, grote inzet

Gideon Boie


18/06/2020, De Standaard

Een tuintje in Schaarbeek trok de aandacht van de internationale media. Het lag niet zoals gebruikelijk aan de achtergevel van een rijwoning of naast de oprit van een villa. Nee, het was een plantenbak op een tapijt van kunstgras, geïnstalleerd voor een garagepoort van een typische burgerwoning. De huiseigenaars namen het initiatief omdat ze geen tuin en auto bezitten (DS 17 juni). Het tuintje gaf ademruimte tijdens de lockdown en werd algauw een ontmoetingsplek voor buren. Elke dag dansten ze er ter ere van de zorgverleners.

Download PDF

De kleine tuin oogde knullig en toch nam de inzet epische proporties aan. De initiatiefnemers doopten het tuintje de ‘citizen garden’ en berichtten dagelijks op sociale media over zijn lotgevallen. De tuin moest dan ook voortdurend vechten voor zijn bestaansrecht tegenover geparkeerde auto’s. Ook moest hij optornen tegen de lokale overheid, voor wie het stukje groen een grove inbreuk vormde op de wegcode. Ze dreigde met flinke boetes.

Gisteren werd het tuintje in alle vroegte verwijderd en gedeponeerd op een terrein voor gemeentelijk afval.

Parkeren op de Grote Markt

Het tuintje raakt een open zenuw in de stedelijke politiek van Schaarbeek, een Brusselse gemeente die qua bevolkingsaantal (133.000 inwoners) een provinciehoofdstad als Brugge achter zich laat. De onverzettelijke houding van het gemeentebestuur is tekenend voor een visie op de publieke ruimte op maat van de auto. Die visie dateert uit het vorige millennium, toen je nog op de Grote Markt en voor het Centraal Station van Brussel kon parkeren. Het is ook typerend voor het totale gebrek aan verbeelding om tot een creatief vergelijk te komen met stadsbewoners, voor wie de vraag naar open ruimte een zaak van overleven is, zeker tijdens een lockdown.

De coronacrisis toont hoe de stedelijke politiek van Schaarbeek gebukt gaat onder een georganiseerde stilstand van meer dan twintig jaar. Die is aangevoerd door de ‘Lijst van de Burgemeester’ rond Bernard Clerfayt (Défi), in coalitie met Ecolo-Groen, die na de verkiezingen in 2018 een grotere rol opeiste. Niet alleen het koppel kreeg nul op het rekest. Het college van Schaarbeek negeert elke vraag van burgerbewegingen en handelsverenigingen voor een tijdelijke herverdeling van de publieke ruimte.

Zo heeft de bevoegde schepen Lorraine de Fierlant (Lijst van de Burgemeester/MR) vakkundig de plannen om de horeca te ondersteunen met terrasjes op straat de nek omgedraaid. Het ging onder andere over zaken in de Helmetwijk en op het Colignonplein, het voorplein van het gemeentehuis. In de Brabantstraat aan het Noordstation, een winkelstraat in de top 10 van België, werden geen parkeerplaatsen opgeofferd om plaats te maken voor eventuele wachtrijen voor winkels. Initiatieven die de gemeente wel ondernam, heeft ze met zo weinig mogelijk ambitie uitgevoerd. Daardoor werden het joggingparcours rond het Josaphatpark en het groene lint aan de Voltaire- en Deschanellaan de ideale schietschijf voor de autominnende buurtbewoners.

Het fietspad in de Wetstraat

De politieke dimensie van het tuintje overstijgt Schaarbeek. De tijdelijke herverdeling van de publieke ruimte staat op het spel. De regering van het Brussels Gewest had die aangekondigd in het kader van de strijd tegen covid-19. Het speerpunt was het plan van minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) om 40 kilometer aan extra fietspaden aan te leggen op de invalswegen van Brussel, onder andere de Wetstraat. Ook deed de minister een oproep naar de negentien gemeenten van Brussel om straten autovrij of minstens autoluw te maken. Daarvoor stelde ze bloembakken ter beschikking.

De ingrepen in de verkeersinfrastructuur ontketenden een tegenbeweging, nog vóór de tijdelijke ingrepen goed en wel gerealiseerd zijn. Het fietspad in de Wetstraat leidde tot protest alom (DS 5 mei). De burgemeester van Ukkel, Boris Dilliès (MR), voerde de strijd aan tegen een autovrij Terkamerenbos en dwong een compromis af voor gedeeltelijk autoverkeer. De waarnemend burgemeester van Schaarbeek, Cécile Jodogne (Défi), verbood afgelopen zondag dat de aanleg van een fietspad op de notoire Lambermontlaan van start ging. Ze had strategisch precies lang genoeg gewacht om dat te verbieden.

Staycation

Het politieke opportunisme van de burgemeesters toont de achilleshiel van tactisch ‘pop-up-urbanisme’. Elke ingreep steunt op een politiek akkoord tussen partijbelangen, overheidsniveaus, gemeentebelangen en gebruikersgroepen. Elke ingreep kan dan ook even snel herroepen worden. De eisen mogen inconsistent zijn, wat telt, is de electorale basis. Met principes kom je nergens, ook al staan ze te lezen in bestuursakkoorden. Voor de objectivering van de verkeersstromen is geen tijd. Beide kampen vijzelen de onderhandelingspositie op met petities en e-mail-campagnes.

Toch blijven de tactische ingrepen op de verkeersinfrastructuur in Brussel van historisch belang, juist in het licht van de allereerste staycation in eigen land. De Brusselse regering lanceerde allerlei oproepen voor initiatieven in de gedeelde ruimte en speelstraten. Ook Vlaams minister van Brussel en Jeugd Benjamin Dalle (CD&V) deed een oproep. Dat biedt de kans om het pleidooi om straten vrij te maken voor mensen naar een hoger niveau te brengen.

Tot nu toe hebben verkeerstechnische spitsvondigheden de herverdeling van de publieke ruimte beknot. Geen wonder dat de discussie nog steeds gevoerd wordt op basis van de doorstroming van koning Auto en de toegankelijkheid van parkeerplaatsen, niet op basis van de toegenomen levenskwaliteit.

Als minister-president Rudi Vervoort (PS) alle hierboven genoemde ministers rond de tafel samenbrengt, ontstaat de perfecte gelegenheid om een stedenbouwkundige visie uit te testen, waarin tijdelijke ingrepen in de verkeersinfrastructuur samengaan met sociale voorzieningen, woonbeleid, jeugdwerking en nog veel meer.

Gepubliceeerd in De Standaard 18/06/2020

Tags: Brussels, Verkeer

Categories: Urban planning

Type: Article

Share: