Article

De fantasie van Zoomonderwijs

Gideon Boie


19/02/2021, De Standaard

Het digitale onderwijsalternatief is een bron van kopzorgen. Kennis­overdracht is immers geen monoloog. Geen wonder dat er onder de hoge punten veel frustratie sluimert, zegt Gideon Boie.

Er is veel te doen rond het welzijn van studenten tijdens de coronacrisis. Terecht, je zal maar jong zijn en inmiddels het derde semester in lockdown aanvangen. Het speerpunt in de strijd tegen corona is de veilige bubbel, maar dat is de logica van het kern­gezin, warmpjes met de voeten onder tafel bij de ouders. Het voorstel van rector Luc Sels (DS 8 februari) om de kothuishouding te erkennen als bubbel is prima, maar verplicht dan wel tot een moeilijke keuze tussen gezinsbubbel en kotbubbel. De bubbel strookt niet met de tussenfase van het jongvolwassen leven.

We moeten ook een discussie voeren over het coronaonderwijs zelf. Sinds de eerste lockdown bleven de universiteiten functioneren, weliswaar binnen het keurslijf van onlineonderwijs. De continuïteit van onderwijs maakte dat studenten geen jaar hoefden te verliezen. Opvallend genoeg lagen de gemiddelde scores zelfs wat hoger dan voorheen. Ligt het aan een toename van studievlijt nu er geen afleiding is? Of ligt het aan de coronamildheid van professoren? Wie zal het zeggen, het verandert weinig aan de moeilijke situatie van studenten.

Het onbehagen van studenten is niet zozeer een vervelende sociale bijwerking in tijden van corona, maar vooral een symptoom van het nieuwe format van het onderwijs. Het coronaonderwijs confronteert ons met een eigenaardige paradox. Na jaren institutionele kritiek, pogingen tot ontscholing, smeekbedes in de trant van ‘Hey! Teacher! Leave them kids alone!’, worden we plots geconfronteerd met ons verlangen en wat blijkt: het digitale onderwijsalternatief is veel archaïscher en meer dan ooit een bron van kopzorgen.

Teleconferencing wordt vaak vergeleken met de intro van The Muppet Show, al gaat het er daar vrolijker aan toe. In het geval van teleonderwijs past beter het beeld van het auditorium in de gevangenis van Fresnes, opgenomen in Surveiller et punir: Naissance de la prison, het standaardwerk van Michel Foucault over straf en discipline. De gedetineerden krijgen moreel onderricht over de kwalijke gevolgen van alcoholgebruik. Elke zitplaats is vormgegeven als minicel en vormt zo de imaginaire basis voor een vlekkeloze kennisoverdracht tussen de professor en zijn toehoorders. Geen wonder dat het publiek ietwat verveeld alle richtingen uitkijkt, terwijl de cipier een middagdutje doet.

Er is nog een tweede parallel tussen het coronaonderwijs en de disciplinaire logica van de gevangenis: het religieuze karakter. Michel Foucault beschrijft hoe in de gevangenisarbeid het product zelf niet zo heel erg van belang was, maar wel de productie zelf als manier om van zichzelf een beter mens te maken. Ook de vlijtige arbeid van de monnik was een teken van toewijding aan God, waarop de vrucht van de arbeid vaak vernietigd werd om duidelijk te maken dat het vooral niet om het plezier te doen was.

Precies die logica’s komen bovendrijven in het coronaonderwijs. College volgen via Zoom en Collaborate voedt de fantasie van een rechtstreekse kennisoverdracht, ontdaan van ruis en informele communicatie. Papers en practica zijn netjes op tijd ingediend, maar verliezen betekenis na het behalen van credits. Napraten in de wandelgangen is niet meer aan de orde. Naborrelen aan de bar al helemaal niet. Eén druk op de knop ‘sessie verlaten’ en je bent weer helemaal op jezelf teruggeworpen. Geen wonder dat er veel frustratie sluimert onder hoge punten.

Student Felix Coens beschreef het vreemde gevoel dat niemand het zou merken als hij niet opdaagt in de onlineaula. Het was vroeger voor brossers niet anders, maar wordt extra pijnlijk tegen de dreigende achtergrond van social distancing tijdens de pandemie. Het toont tegelijk ook de bovenmenselijke inspanning die nodig is om ‘iets’ te maken van de studie, te voorkomen dat het zomaar een dwangmatig nummertje is, een betekenis te geven die voorbij gaat aan het behalen van studiepunten.

De sociale dynamiek rond de universiteiten ligt op apegapen, dat is de kern van de sanitaire maatregelen. De grote uitdaging van het coronaonderwijs is echter om het proces van ‘commoning’ levendig te houden. Kennisoverdracht gebeurt niet in een monoloog, maar gebeurt in een cirkel van gemeenschappelijke activiteit: het plezier om inspiratie te halen uit de gemeenschap, deze kennis te verrijken binnen een gemeenschap en het resultaat vervolgens terug in te schrijven in de gemeenschap. Hoge punten is één ding, onderwijsplezier iets helemaal anders.

Gepubliceerd in: De Standaard, 19 februari 2021

Tags: Corona

Categories: Architecture

Type: Article

Share: